99- Al-Zilzaal (De Schudding)

HOOFDSTUK 99 Al-Zilzaal (DE SCHUDDING)

GEOPENBAARD TE MAKKAH 8 verzen

Algemene opmerkingen:
De in het eerste vers van dit hoofdstuk vermelde schudding, waaraan het zijn naam ontleent, is een voorspelling aangaande de grote rampen. Die Arabië bij de komst van de Heilige Profeet (s.a.w.) deden schudden en aangaande de ongehoorde rampen, die de gehele wereld thans doen schudden. De Apostel Allah’s zou, gelijk in het vorige hoofdstuk is aangeduid, een verandering tot stand brengen, maar de ontwaking zou niet kunnen worden teweeggebracht,, tenzij de mensen van de verdoving, waarin zij gevallen waren, wakker werden geschud. Hoe dat schudden teweeggebracht zou worden, wordt in dit hoofdstuk aangetoond.

 

Biesmiellaahier – Rahmaanier – Rahiem.

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.

 

1 Wanneer de aarde hevig zal worden geschud,

2 En zij haar binnenste naar buiten zal keren,

3 En de mens zal zeggen: "Wat is er met haar gebeurt?"

4 Op die Dag zal de aarde haar geschiedenis mededelen,

5 Omdat uw Heer het haar heeft geopenbaard. 1439

6 Op die Dag zullen de mensen in verschillende groepen te voorschijn komen opdat hun, hun werken getoond zullen worden.

7 Wie ter grootte van een atoom goed deed, zal dit aanschouwen.

8 En wie ter grootte van een atoom kwaad deed, zal ook dat aanschouwen. 1440


1439 Beschouwen wij de voorspellingen in verband met dit leven, dan hebben zij betrekking op de tijd, toen de aarde, na op hevige wijze geschud te zijn geweest, gelijk Arabië was, haar doden zouden voortbrengen, die dan geestelijk tot het leven zouden worden opgewekt. De aarde deelt haar tijdingen mede betekent, dat er zich omstandigheden zouden voordoen, die duidelijk zouden maken welk kwaad en welk onrecht haar waren gedaan, zoals aangetoond werd door de belijdenis der bewoners van Makkah, dat zij kwaadstichters waren geweest. Sommigen zijn van mening, dat de verzen de tekenen der latere dagen, of die der nadering van de dag des oordeels beschrijven; in dat geval duiden de woorden aan, dat grote aardbevingen en andere rampen de gehele aarde zouden schudden.

1440 Zulks is de duidelijke wet van het goed en het kwaad. Niet één atoom zwaar goed of kwaad, wie er ook de verrichter van mogen zijn, wordt onbeloond gelaten. M.a.w. iedere handeling heeft een gevolg.