95- At-Tien (De Vijg)

HOOFDSTUK 95 At-Tien (DE VIJG)

GEOPENBAARD TE MAKKAH 8 verzen

Algemene opmerkingen:
Door een parallel te trekken tussen de Mozaïsche bedeling (waarvan de Vijg het zinnebeeld is, en vandaar de naam van dit hoofdstuk), die evenals de vijg in het Evangelie verdorren zou, en de Islamitische bedeling, die zinnelijk voorgesteld wordt door de olijf, (waarvan de olie, die noch uit het Oosten noch uit het Westen kwam, de wereld voor eeuwig zou verlichten), toont dit hoofdstuk aan, dat de mens zodanig geschapen is, dat hij tot de hoogste graad van verhevenheid kan opklimmen, indien hij de rechte beginselen voor ogen houdt en dienovereenkomstig handelt, en dat hij zich tot de laagste rang in de schepping verlaagt, indien hij zich niet door rechte beginselen laat leiden, of – zo hij zich al daardoor laat leiden – niet dienovereenkomstig handelt.

 

Biesmiellaahier – Rahmaanier – Rahiem.

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.

 

1 Bij de vijg en de olijf,

2 Bij de berg Sinaï,

3 En bij deze stad van Vrede (Makkah), 1431

4 Voorzeker, Wij hebben de mens in de beste vorm geschapen,

5 Daarna laten Wij hem vervallen tot het allerlaagste,

6 Behalve degenen die geloven en goede werken doen; hunner is een oneindige beloning. 1432

7 Wat is de oorzaak die u het Gericht doet loochenen?

8 Is Allah niet de Rechter aller rechters?


1431 De vijg en de olijf duiden respectievelijk aan: de wet die op de berg Sinaï gegeven werd en die welke in de heilige stad Makkah werd geopenbaard; de twee daarop volgende verzen maken dit duidelijk. Men houd in gedachte, dat een vergelijking tussen Moesa (a.s.) en de Heilige Profeet Moehammad (s.a.w.) in zeer vroege openbaringen ter sprake is gebracht, zoals op deze plaats en in 52 : 1-6 en 73 : 15. Dat de vijg de Joodse bedeling beduidt, is een feit, dat door alle commentatoren van de Bijbel erkend wordt, en dit is de betekenis, die ten grondslag ligt aan die anders onverklaarbare omstandigheid met betrekking tot Iesa (a.s.)’ vervloeking van de vijgenboom en het verdorren daarvan; zie Math. 21 : 19. Wat de olijf als zinnebeeld van de Islam betreft, zie men 24 : 35 De vergelijking toont aan, dat, terwijl de op de berg Sinaï gegeven wet verdween, zoals de vijg in Iesa (a.s.)’ gelijkenis, het nieuwe, van de gezegende olijf ontstoken licht nimmer zou worden uitgebracht, omdat die noch tot het Oosten noch tot het Westen behoorde, maar voor alle mensen in alle eeuwen was bedoeld, terwijl Moesa (a.s.)’ wet zowel om redenen van tijd als die van plaats beperkt was.

1432 De mens is in den besten vorm geschapen, d.w.z. met reusachtige vermogens om vooruit te gaan, maar hij verlaagt zich zodanig, dat hij de laagste der lagen wordt, zoals de afgodendienaars door zich diep te buigen voor zulke onbezielde voorwerpen als stenen. Slechts hij die zich de zaak in het wild verbeeldde, zou deze woorden in toepassing kunnen brengen op de zogenaamde val van Adam (a.s.) en de onderstelde gevolgen daarvan. 40)