81- At-Takwier (Het Opvouwen)

HOOFDSTUK 81 At-Takwier (HET OPVOUWEN)

GEOPENBAARD TE MAKKAH 29 verzen

Algemene opmerkingen:
Dit hoofdstuk, waarvan de titel ontleend is aan de in het eerste vers gemaakte vermelding van het opvouwen der zon, voorspelt ook de grootheid, waartoe de Islam zou komen en van de volslagen mislukking van allen tegenstand daaraan. Het spreekt van vele dingen, die tijdens het leven van de Heilige Profeet (s.a.w.) plaats grepen, maar tevens bevat het vele zinspelingen op de verre toekomst en maakt melding van dingen, waarvan wij duidelijk in onzen tijd getuigen. Het gevolg van al wat er verklaard wordt, is, dat de definitieve overwinning van de Islam in Arabië op de gehele wereld, de grootste van alle zekerheden is. Evenals het vorige hoofdstuk is het een der eerste openbaringen.

 

Biesmiellaahier – Rahmaanier – Rahiem.

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.

 

1 Wanneer de zon wordt omhuld,

2 En wanneer de sterren dof worden,

3 En wanneer de bergen verdwijnen,

4 En wanneer de drachtige kamelen worden verlaten,

5 En wanneer de dieren worden bijeengegaard,

6 En wanneer de rivieren worden geledigd,

7 En wanneer de mensen worden verenigd,

8 En wanneer er over het gedode kind (verantwoording) zal worden gevraagd

9 Voor welke misdaad het gedood werd,

10 En wanneer geschriften worden verspreid,

11 En wanneer de Hemel wordt opengelegd,

12 En wanneer de hel wordt ontstoken,

13 En wanneer het paradijs nabij wordt gebracht, 1382

14 Dan zal ieder ziel weten wat zij heeft voorbereid.

15 En Ik roep tot getuige datgene wat terugkeert,

16 Zijn loop volgt en ondergaat, 1383

17 En de nacht wanneer deze heengaat.

18 En de dageraad als deze aanbreekt.

19 Dat is voor zeker de boodschap van een edele boodschapper,

20 Vol van macht, bevestigd door de Heer van de Troon,

21 Die gehoorzaamd moet worden en vertrouwenswaardig is. 1384

22 En uw metgezel is niet krankzinnig.

23 En hij heeft zichzelf gezien aan de heldere horizon. 1385

24. En hij is geen vrek wat het onzienlijke aangaat.

25 En dit is niet het woord van Satan de vervloekte. 1386


1382 De eerste twee verzen zeggen ons, dat de oude orde veranderd zal worden en plaats zal maken voor een nieuwe; het 3de vers spreekt van de verwijdering van alle hinderpalen; het 4de bevat een voorspelling aangaande de latere dagen, als men in plaats van kamelen andere vervoermiddelen gebruikt: het 5de, 6de en 7de houden verband men de vooruitgang der beschaving; het 10de spreekt, evenals het 11de, van de verspreiding van kennis, terwijl het 12de en 13de ons zeggen, dat de het en de hemel nabij worden gebracht. Sommige van deze profetische verklaringen zijn in onzen tijd duidelijk in vervulling gegaan, terwijl de andere in overdrachtelijke zin kunnen worden opgevat; uit dat alles volgt, dat het is het woord van een geëerde Apostel.

1383 Men neemt gewoonlijk aan, dat dit een beschrijving is van de sterren, en het terugkeren en zich verbergen daarvan worden opgevat in dezen zin, dat de ster van de tegenstanders ondergaat, wat ook de uiteindelijke overwinning van de waarheid betekent. Die woorden kunnen echter ook de tegenstanders zelf aanduiden, die de waarheid bestrijden, gelijk de sluipende duivel.

1384 De geëerde Apostel, iemand om gehoorzaamd te worden, de getrouwe in wat hem is toevertrouwd, is niemand anders dan de overbrenger van de Goddelijke boodschap, en de gegeven beschrijving is zowel op de Heilige Profeet Moehammad als op de engel Djibraiel (a.s.) van toepassing.

1385 "De Heilige Profeet (s.a.w.) heeft zich op de helderen gezichteinder gezien" heeft betrekking op de luister van zijn licht, waarvoor vgl. 53 : 7.

1386 D.i. dit zijn niet de gissingen van een waarzegger.

 

 

26 Waarheen richt gij u dan?

27 Dit is niets dan een vermaning voor te werelden.

28 Voor hem onder u die oprecht wil wandelen.

29 En gij zult niet willen behalve wat Allah wil, de Heer der Werelden.