61- As-Saff (De Gelederen)

HOOFDSTUK 61 As-Saff (DE GELEDEREN)

GEOPENBAARD TE MADINAH 2 Paragrafen en 14 verzen

Algemene opmerkingen:
De titel van dit hoofdstuk is ontleend aan het bevel aan de Moeslims om in gelederen te strijden ter verdediging van het geloof, want de strijd was nu noodwendig voor het behoud van het leven der Moeslim – gemeenschap. Na dat bevel te hebben gegeven haalt de eerste paragraaf een voorbeeld aan van de vervolging tegenMoesa (a.s.) door zijn eigen volk en dan een door Iesa (a.s.) aangekondigde voorspelling aangaande de komst van de Heilige Profeet, (s.a.w.) die duidelijk aantoonde, dat de waarheid tenslotte zegevieren moest. Dan volgt een voorspelling aangaande de overwinning van de Islam op alle andere godsdiensten. De tweede paragraaf maant de Moeslims aan, zich in de zaak der waarheid in te spannen, indien zij die voorstelling vervuld willen zien en haalt het voorbeeld van Iesa (a.s.) aan, wiens volgelingen, ondanks de duidelijke overwinning van de vijand, tenslotte er in slaagden de waarheid te propageren. De openbaring van dit hoofdstuk kan te naaste bij tussen het 2de en de 4de jaar van Hidjra worden geplaatst.

 

Paragraaf 1 Overwinning van de Islam.

 

Biesmiellaahier – Rahmaanier – Rahiem.

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.

 

1 Wat zich ook in de hemelen en op de aarde bevindt, verheerlijkt Allah; Hij is de Almachtige, de Alwijze.

2 O gij die gelooft, waarom zegt gij hetgeen gij niet doet?

3 Het is afkeurenswaardig bij Allah dat gij zegt hetgeen gij niet doet.

4 Voorzeker, Allah heeft diegenen lief die ter wille van Hem strijden in geordende gelederen, alsof zij een hechte muur vormen.

5 En toen Moesa (a.s.) tegen zijn volk zei: "O mijn volk, waarom ergert gij mij, wetende dat ik Allah’s boodschapper voor u ben? En toen zij afdwaalden, deed Allah hun hart zich afwenden, want Allah leidt het opstandige volk niet.

6 En toen Iesa (a.s.), zoon van Marjam (r.a.), zei: "O kinderen van Israël, Ik ben Allah’s boodschapper voor u, datgene bevestigend wat vóór mij in de Thora was, en een blijde tijding gevende van een boodschapper die na mij komen zal, zijn naam zal Ahmad (s.a.w.)zijn.1295 En als hij tot hen komen zal met duidelijke bewijzen zullen zij zeggen: Dit is louter bedrog."


1295 "Iesa (a.s.) bevestigt de Thora of de boeken van Moesa (a.s.)" doelt hier op de daarin voorkomende voorspelling aangaande de komst van de Heilige Profeet, (s.a.w.) welke ten duidelijkste vermeld wordt in het laatste gedeelte der passage, dat zegt, dat Iesa (a.s.) zijn komst voorspelt. Men houd in gedachte, dat de HeiligeProfeet (s.a.w.) twee namen had; hij heette zowel Moehammad als Ahmad (s.a.w.). Beide namen zijn ontleend aan hetzelfde grondwoord hamd, dat loven betekent; het woord Moehammad betekent: iemand die zeer geloofd is, en Ahmad(s.a.w.) iemand die dikwijls looft. In dit verband kan ik slechts Jahiya (a.s.) 16:12-14 aanhalen: "Nog vele dingen heb ik u te zeggen, doch gij kunt die nu niet dragen. Maar wanneer die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, hij zal u in al de waarheid leiden,…… Die zal Mij verheerlijken". Deze voorspelling aangaande den Geest der waarheid nu, die zelfde is als de in Joh. 14 : 16 vermelde Trooster, stelt twee punten vast: (1) Iesa (a.s.) kon in al de waarheid niet leiden, want zijn leer was inderdaad slechts op de hervorming der Israëlieten gericht, en veroordeelde slechts hun hemeltergende euvelen; de leer van den Trooster echter zou een volmaakte leer zijn, daar die de mensen in al de waarheid zou leiden, en de HeiligeQoer-An is het enige Boek, dat er op aanspraak maakt, een volmaakte wet te zijn. (2) Dat hij Jezus zal verheerlijken, en de Heilige Profeet (s.a.w.) verheerlijkte Iesa (a.s.) door al den vuigen laster, waarmee Iesa (a.s.) en zijn moeder overladen werden, als absoluut vals te veroordelen. Het enige bezwaar tegen deze duidelijke vervulling der voorspelling in de persoon van de Heilige Profeet Moehammad (s.a.w.) is dit, dat de Trooster hier de geest der waarheid wordt genoemd en dat de woorden dus niet op een mens van toepassing kunnen zijn. Maar het is even moeilijk te begrijpen, waarom Jezus hem enen anderen Trooster noemde, zoals blijkt uit Joh. 14 :16, dus aantonende, dat de Trooster als een menselijk wezen zou komen, gelijk hijzelf gekomen was; en verder, zijn de leraren, overeenkomstig alle gewijde geschiedenis, steeds mensen geweest. En opgemerkt moet worden, dat de Heilige Profeet (s.a.w.) in de Heilige Qoer-An herhaaldelijk De Waarheid wordt genoemd, zoals in 17: 81.

 

 

7 Wie is onrechtvaardiger dan hij die leugen over Allah verzint, terwijl hij opgeroepen wordt tot de IslamAllah leidt het onrechtvaardige volk niet.

8 Zij wensen Allah’s licht door hun mond te doven, maar Allah zal Zijn licht vervolmaken, hoewel de ongelovigen er afkerig van zijn.

9 Hij is het Die Zijn boodschapper heeft gezonden met leiding en de godsdienst der Waarheid, opdat hij deze moge doen zege vieren over alle andere godsdiensten, al zijn de afgodendienaren er afkerig van.

 

 

Paragraaf. 2 Grote Offers moeten gebracht worden.

 

10 O gij die gelooft, zal ik u inlichten over een handel die u zal redden van een pijnlijke straf?

11 Dat gij in Allah en Zijn boodschapper gelooft en voor de zaak van Allah met uw bezit en uw persoon strijdt. Dat is beter voor u als gij het weet.

12 Hij zal u uw zonden vergeven en u in tuinen leiden waar doorheen rivieren stromen en tot reine woningen toelaten in tuinen der Eeuwigheid. Dat is de grote zegepraal.

13 En nog meer waarnaar gij verlangt: hulp van Allah en een spoedige overwinning. En geef blijde tijding aan de gelovigen.

14 O, gij die gelooft, weest Allah’s helpers, zoals toen Iesa (a.s.), zoon van Marjam (r.a.), tot zijn discipelen zei: "Wie zijn mijn helpers ter wille van Allah?" De discipelen antwoordden: "Wij zijn Allah’s helpers!" Toen geloofde een gedeelte van de kinderen Israël, terwijl een ander deel niet geloofde maar Wij hielpen de gelovigen tegen hun vijand en zij werden overwinnaars.