58- Al-Moedjaadilah (De Pleister)

HOOFDSTUK 58 Al-Moedjaadilah (DE PLEISTER)

GEOPENBAARD TE MAKKAH 3 paragrafen en 22 verzen

Algemene opmerkingen:
De titel van dit hoofdstuk is ontleend aan de in de eerste paragraaf verhaalde omstandigheden. Er bestond in Arabië en oud gebruik, volgens hetwelk een man zijn vrouw kon verstoten, door haar een moeder te noemen; zij werd echter niet gescheiden en bleef ook niet de positie van een echtgenote bekleden. Een zekere Moeslimdeed het ook. Zijn vrouw beklaagde zich bij den Heilige Profeet, (s.a.w.) en wegens haar klacht is zij een pleister genoemd. De tweede paragraaf veroordeelde de geheime beraadslagingen tegen de Heilige Profeet, (s.a.w.) die tengevolge van de macht, die de Islam verkregen had, zeer vaak te Madinah voorkwamen: de huichelaars, en vooral de Joden, namen aan deze samenzweringen deel. De derde paragraaf spreekt op duidelijker wijze van de huichelaars en de Joden en beveelt de Moeslims, voor hen op hun hoede te zijn en hen niet tot vrienden te nemen, daar zij geheime vijanden van de Islam waren. Daar het vorige hoofdstuk van de huichelaars melding heeft gemaakt, waarschuwt dit hoofdstuk de Moeslims voor de geheime plannen der vijanden van den Islam, die u tegen hen werden aangewend om hun val te bewerken. Wat het jaar der openbaring betreft kan dit hoofdstuk iets voor het 33ste hoofdstuk of ongeveer in 4 N.H. worden geplaatst, want in dit hoofdstuk wordt het gebruik, dat onder de naam van zihaar bekend staat, volledig behandelt, terwijl het 33ste hoofdstuk slechts een zinspelling daarop bevat.

 

Paragraaf 1 Bescherming van de rechten der vrouw.

 

Biesmiellaahier – Rahmaanier – Rahiem.

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.

 

Allah heeft het woord gehoord van degene die met u aangaande haar man twistte en tot Allah klaagde. En Allah heeft uw gesprek gehoord. Voorwaar, 1279 Allah is Alhorende, Alziende.

2 Degenen onder u, die hun vrouwen moeders noemen – dezen zijn hun moeders niet; hun moeders zijn alleen degenen die hen baarden, – en voorzeker zij zeggen iets onbetamelijk en een leugen; doch Allah is Verdraagzaam, Vergevensgezind.

3 Degenen, die hun vrouwen moeders noemen en willen terugnemen wat zij zeiden, moeten hiervoor een slaaf bevrijden voordat zij elkander aanraken. Dit is een vermaning voor u. En Allah is goed op de hoogte van hetgeen gij doet.

4 Maar wie geen slaaf vindt, laat hem twee achtereenvolgende maanden vasten, voordat zij elkander aanraken. En wie dat niet doen kan, moet zestig arme mensen voeden. Dit is een bevel, opdat gij moogt geloven aan Allah en zijn boodschapper Dit zijn de verordeningen van Allah; en er is een pijnlijke straf voor de ongelovigen.

5 Degenen, die tegen Allah en Zijn boodschapper ingaan, zullen zeker vernederd worden zoals degenen die hen vooraf gingen vernederd werden; want Wij hebben reeds duidelijke tekenen nedergezonden. En de ongelovigen zullen een onterende straf ontvangen.

6 De Dag, waarop Allah hen alleen tezamen zal opwekken, zal Hij hun over alles wat zij deden, inlichten. Allah heeft het opgetekend, terwijl zij het vergeten zijn. En Allah is Getuige van alle dingen.


1279 De hier genoemde vrouw was Chaula, de vrouw van Aus bin Samit, die door haar man naar oud- Arabische vorm verstoten was, waarbij de man tegen de vrouw zei: Gij zijt voor mij als de rug van mijn moeder, in welke uitdrukking het woord zihaar voorkomt, dat afgeleid is van zahr, d.i. rug. Het uitspreken van deze woorden had ten gevolg, dat de man helemaal van de vrouw vervreemd was, terwijl het de vrouw niet vrij stond te trouwen. De Heilige Profeet (s.a.w.) weigerde tussenbeide te komen, en Chaula voerde en twistgesprek met hem en haar twistgesprek was voor Allah aannemelijk. Dit voorval, onbeduidend als het schijnen mag, wordt verhaald om aan te tonen, dat zelfs de nederigste persoon tot Allah kan naderen en zijn hart voor de Grootste Meester uitstorten, Die steeds bereid is om te luisteren.

 

 

Paragraaf. 2 Geheime Beraadslagingen veroordeeld.

 

7 Ziet gij niet, dat Allah alles weet wat in de hemelen en op aarde is? Er is geen geheim gesprek van drie (personen) zonder dat Hij de vierde is, noch van vijf, zonder dat Hij de zesde is, noch van minder noch van meer, zonder dat Hij met hen is, waar zij ook mogen zijn. Dan zal Hij hun op de Dag der Opstanding mededelen wat zij deden. Voorzeker, Allah heeft kennis van alle dingen. 1280


1280 Van de vrouw, die te goeder trouw men de Apostel Allah’s twistte wordt overgegaan tot de huichelaars, die geheime samenzweringen tegen haar smeedden, terwijl zij zich uiterlijk aan hem onderwierpen.

 

 

8 Hebt gij degenen niet waargenomen, wie de geheime samenzwering was verboden maar die daarna terugkeerden naar hetgeen hun verboden was en heimelijk beraadslagen in zonde, overtreding en ongehoorzaamheid jegens de boodschapper? En als zij tot u komen, groeten zij u met een groet, waar Allah u niet mee begroet; maar onder elkander zeggen zij: "Waarom straft Allah

ons niet voor hetgeen wij (tegen de profeet) zeggen?" Genoegzaam voor hen is de hel waarin zij zullen branden; en deze is een slechte bestemming!

9 O, gij die gelooft, als gij tezamen beraadslaagt, spreekt dan niet over zonde, overtreding en ongehoorzaamheid jegens de boodschapper, maar beraadslaagt over deugd en rechtvaardigheid, en vreest Allah tot Wie gij zult worden verzameld.

10 Geheime samenzwering gaat alleen uit van Satan, opdat hij verdriet mogen veroorzaken aan de gelovigen maar het kan hun niet schaden dan met Allah’s toelating. Laat dus de gelovigen in Allah hun vertrouwen stellen.

11 O, gij die gelooft, als er u gezegd wordt: "Maakt plaats in vergaderingen, maakt dan plaats; Allah zal rijkelijk plaats voor u maken. En als er gezegd wordt "Staat op" staat dan op; Allah zal de gelovigen onder u en hen die kennis werd gegeven in rang verheffen. EnAllah is goed op de hoogte van hetgeen gij doet.

12 O, gij die gelooft, indien gij de boodschapper (in het bijzonder) wilt raadplegen, geeft dan een liefdegift vóór uw raadpleging. Dat is beter voor u en reiner. Maar als gij niets bezit dan is Allah Vergevensgezind, Genadevol. 1281


1281 Het hierop volgende vers vernietigt het bevel in dit vers niet, maar toont veeleer aan, dat het bevel, hetwelk in vs. 12 is vervat, niet bindend maar facultatief is; immers, de wettelijke aalmoes, Zak’at genoemd, is de enige verplichte aalmoes, gelijk aangetoond is door de woorden: onderhoud het gebed en betaal de armenbelasting. 38) Opgemerkt dient te worden, dat de Heilige Profeet (s.a.w.) en zijn gezin volstrekt geen voordeel trokken uit de aalmoezen, want de aalmoezen waren hun absoluut verboden.

 

13 Zijt gij bezorgd inzake het geven van liefdegiften voor uw bijzondere raadpleging? Indien gij dat niet doet en Allah heeft zich met barmhartigheid tot u gewend, houdt dan het Gebed en betaalt de Zak’at en gehoorzaamt Allah en Zijn boodschapper. En Allah is goed op de hoogte van hetgeen gij doet.

 

 

 

Paragraaf 3 Verborgen Vijanden.

 

14 Hebt gij degenen niet gezien, die zich bevriende met een volk, waarop Allah vertoornd was? 1282 Zij zijn noch de uwen noch de hunnen, zij zweren bij de leugen tegen beter weten in.

15 Allah heeft voor hen een zware straf bereid. Slecht is inderdaad hetgeen zij doen.

16 Zij hebben van hun eden een schild gemaakt en zij leiden anderen van het pad van Allah af; voor hen zal er een vernederende straf zijn.

17 Noch hun bezittingen, noch hun kinderen zullen hen tegen Allah iets baten, dit zijn de bewoners van het Vuur en zij zullen daarin vertoeven.

18 De Dag waarop Allah hen allen zal opwekken, zullen zij tot Hem zweren zoals zij dit tot u deden en zij zullen denken dat zij iets bereiken. Ziet toe, zij zijn zeker leugenaars.

19 Satan heeft hen volledig in zijn macht, en heeft hen de gedachtenis aan Allah doen vergeten. Zij behoren tot Satans partij. Ziet toe, Satans partij is de verliezer.

20 Waarlijk, degenen die Allah en Zijn Boodschapper tegenwerken zullen worden vernederd.

21 Allah heeft verordend: "Voorwaar Ik en Mijn boodschappers zullen zegevieren." Voorzeker Allah is Sterk, Almachtig.

22 Gij zult geen mensen vinden die in Allah en de Laatste Dag geloven, terwijl zij iemand liefhebben die Allah en Zijn boodschapper tegenwerkt, zelfs al waren dezen hun vader of hun kinderen, of hun broeders, of hun verwanten. 1283 Dezen zijn degenen, in wier hart Allahgeloof heeft ingegrift en die Hij gesterkt heeft met Zijn Geest. En Hij zal hen toelaten in tuinen waardoor rivieren stromen. Daarin zullen zij vertoeven. Allah heeft welbehagen in hen en zij hebben welbehagen in Hem. Zij behoren tot Allah’s partij. Voorwaar, Allah’s partij zal zegevieren.


1282 De Joden, van wie hier melding wordt gemaakt, zijn degenen die in het geheim met de vijanden van de Heilige Profeet (s.a.w.) samenspanden om de Moeslims uit te roeien, terwijl zij uiterlijk zijn bondgenoten waren.

1283 In een toestand waarin oorlog werd gevoerd tussen de twee partijen, werden vriendschapsbe- trekkingen tot de vijandelijke stammen verboden, daar zulks op een grote schade voor de zwakkere gemeenschap der Moeslims zou uitlopen. Wat degenen betreft, die niet daadwerkelijk aan de vijandelijkheden tegen de Moeslimsdeelnamen, zie de uitdrukkelijke voorschriften in 60 : 8.