48- Al-Fat-h (De Overwinning)

HOOFDSTUK. 48 Al-Fat-h (DE OVERWINNING)

GEOPENBAARD TE MADINAH 4 paragrafen en 29 verzen

Algemene opmerkingen:
Dit hoofdstuk is getiteld De Overwinning het is een zeer passende naam, omdat het de overwinnin- gen van de Islam behandelt: van de in Hoedaibijja behaalde grote zedelijke overwinning af, die in het eerste vers vermeld wordt, tot de definitieve overwinning van de Islam op alle andere godsdiensten der wereld (vs. 28). Het woord fat-h zelf komt in dit hoofdstuk verscheidene keren voor. Opmerkenswaard is het, dat, hoewel de Moeslims reeds in verscheidene veldslagen de zege hadden behaald, geen van die overwinningen behalve een wapenstilstand, die ogenschijnlijk nadelig voor de Moeslims was, tot grondslag voor de zegevierenden loop van de Islam is gemaakt. Dit wijst er ongetwijfeld op, dat ofschoon de oorlog de Islam is gemaakt. Dit wijst er ongetwijfeld op, dat ofschoon de oorlog de Islam opgedrongen was en de Moeslims overwinningen hadden behaald, zijn wezenlijke zege toch in zijn zedelijke overwinningen ligt; de eerste daarvan was het na de Vlucht schijnbare nadeel, maar inderdaad de zedelijke overwinning, behaald teHoedaibijja. Er werd niet gestreden, maar een wapenstilstand werd gesloten, die hoewel die de Moeslims verbood, een van Makkah uitgeweken Moeslim bij zich te houden – door het staken der vijandelijkheden de mensen niettemin gelegenheid gaf om over de schoonheden van de Islam na te denken. De wapenstilstand van Hoedaibijja was dus een zedelijke overwinning en daar die als de grondslag van de toekomstige overwinningen van de Islam beschouwd is, wijst die er duidelijk op, dat zedelijke overwinningen als de wezenlijke overwinningen van de Islam werden beschouwd. Zelfs het belang van de verovering van Makkah ligt in de verovering der harten, die de Heilige Profeet (s.a.w.) won door een voorbeeld van vergevensgezindheid te geven, welke ongeëvenaard is in de geschiedenis van het menselijk ras. Het verband tussen dit hoofdstuk en het vorige is duidelijk. Terwijl het vorige hoofdstuk van de ondergang der tegenstanders van de Islam in de oorlogen en van de verbetering van de toestand der Moeslims spreekt, wordt ons hier medegedeeld, hoe die verbeterde toestand in de aangelegenheden der Moeslims tot stand gebracht werd. Het lijdt geen twijfel, dat een in de oorlog behaalde overwinning de onmiddelijke oorzaak is van de ondergang van een vijand, die de Islam met geweld van aardse wapenen wenst te vernietigen, maar het wezenlijke succes van de Islam ligt in zijn zedelijke overwinningen. Wat het jaar der openbaring van dit hoofdstuk betreft, daaromtrent kan geen meningsverschil bestaan. Wij vinden Umars (r.a.) getuigenis in de geschiedenis vermeld, dat de Heilige Profeet (s.a.w.) het voor het eerst reciteerde, toen hij van Hoedaibijja terugkeerde, en daarom behoort de openbaring daarvan tot het zesde jaar van de Hidjra.

Het hoofdstuk begint met te verklaren, dat de wapenstilstand van Hoedaibijja een wezenlijke overwinning is, en na gewag te hebben gemaakt van de teleurstelling der huichelaars en afgodendienaars, besluit het met een vermelding van de hulp en trouw, die de gelovigen de Heiligen Profeet (s.a.w.) betoonden. De tweede paragraaf behandelt de valse verontschuldigingen der geveisden en zondert hen van de gelovigen af, door hen te verbieden aan de expedities der Moeslims deel te nemen. De derde paragraaf voorspelt meerdere overwinningen in de oorlog; dit doelt klaarblijkelijk op de overwinning bij Ghaibar en de verovering van Makkah. De vierde paragraaf besluit het hoofdstuk met de belangrijke aankondiging, dat Allah de Islam over alle andere godsdiensten der wereld glansrijk zal doen zegevieren.

 

Paragraaf 1 De Wapenstilstand van Hoedaibijja was een Overwinning.

 

Biesmiellaahier – Rahmaanier – Rahiem.

In naam van Allahde Weldadige, de Genadevolle.

 

1 Waarlijk, Wij hebben u een duidelijke overwinning gegeven, 1202

2 Opdat Allah voor u verbeterde wat van de u toegeschreven feilen is voorgegaan en wat achter blijft, 1203 en Zijn gunst jegens u volmaakte en u op een rechten weg leidde, 1204


1202 Volgens Boeghari is de hier vermelde overwinning geen andere dan die, welke door de wapenstilstand te Hoedaibijja werd behaald. Het feit, dat er te Hoedaibijja geen daadwerkelijke oorlog plaats had, heeft velen tot de gedachte gebracht, dat de woorden een voorspelling bevatten aangaande de verovering van Makkah, waarvan echter verder op, in de derde paragraaf van dit hoofdstuk, melding wordt gemaakt. De wapenstilstand te Hoedaibijja was voor de Moeslims een werkelijke overwinning, omdat die de weg opende voor de propaganda van de Islam onder de ongelovigen en door aan alle vijandelijkheden een eind te maken, de tegenstanders gelegenheid gaf om over de wezenlijke waarde van de godsdienst na te denken, dien zij tot dan toe vergeefs door het zwaard hadden trachten te vernietigen.

1203 Daar de mensen gedurende langen tijd voortdurend op vijandigen voet met elkaar stonden, hadden zij nooit gelegenheid gehad om over de schoonheden van de Islam na te ‘denken, en, en slechts een duister beeld daarvan stond hun voor de geest. Daarom betekent dzanbi-ka op deze plaats de tekortkomingen en gebreken, die de tegenstanders den Heilige Profeet (s.a.w.) toeschreven; en de wapenstilstand van Hoedaibijja gaf gelegenheid om ze uit de weg te ruimen, want eerst daarna werd hun de lichtzijde van het beeld voor de geest gebracht. Zie 5:29, waar itsmi, lett. Mijn zonde, in werkelijkheid betekent: de zonde die tegen mij is begaan, en evenzo betekent sjoerakai, lett. Mijn deelgenoten, steeds: de deelgenoten die mij zijn toegeschreven. En ghafr betekent zowel beschermen als verbeteren. Er wordt hier ook melding gemaakt van datgene wat achterblijft. Hiermede worden de latere vitterijen der vijanden van de Islam bedoeld. Zoals ik reeds opmerkte, dit hoofdstuk handelt niet alleen over de onmiddelijke overwinning van deIslam, maar ook over zijn definitieve overwinning op alle godsdiensten. Vandaar zit hierin een belofte, dat niet alleen die waanvoorstellingen verbeterd zullen worden, welke reeds bestaan, maar dat ook die, welke achterblijven en later door de vijanden van deIslam verspreid zullen worden, uit de weg zullen worden geruimd, en dat de Islam dus niet alleen in Arabië, maar ook in de gehele wereld in volle luister zal schitteren.

1204 Het volmaken van gunsten werd door de verspreiding van de Islam tot stand gebracht, en op de rechten weg leiden betekent: leiden op de rechten weg naar succes.

 

 

3 En opdat Allah u met een machtige hulp helpen.

4 Hij is het, Die gerustheid in de harten der gelovigen nederzond, opdat zij geloof tot hun geloof toegevoegd zouden hebben – en aan Allah behoren de heirscharen der hemelen en der aarde, en Allah is Wetend, Wijs —

5 Opdat Hij de gelovige mannen en de gelovige vrouwen tuinen zal doen binnentreden, waarin rivieren stromen, om daarin te wonen en (opdat) Hij van hen hun kwaad zal wegnemen; en dat is een groot succes bijAllah;

6 En (opdat) Hij de huichelachtige vrouwen en de polytheïstische vrouwen, degenen die boze gedachten omtrent Allah denken, zal kastijden. Op hen is de kwade wisseling, en Allah is op hen vertoornd en heeft hen vervloekt en de hel voor hun bereid, en slecht is het toevluchtsoord.

7 En aan Allah behoren de heirscharen der hemelen en der aarde; en Allah is Machtig, Wijs.

8 Waarlijk, Wij hebben u als een getuige en als een overbrenger van blijde tijdingen en als een waarschuwer gezonden.

9 Opdat gij in Allah en Zijn Apostel zal geloven en hem zal bijstaan en hem eren; en (opdat) gij Zijn glorie zal verkondigen, des ochtends en des avonds.

10 Waarlijk, degenen die u trouw zweren, zweren slechts Allah trouw; de hand Allah’s is boven hun handen. Derhalve, al wie (zijn trouw) breekt, breekt het slechts ten nadele van zijn ziel, en al wie datgene vervult, waartoe hij zich tegenover Allah heeft verbonden, hem zal Hij een grote beloning schenken. 1205


1205 De hier vermelde eedsaflegging van trouw had plaats, voordat de wapenstilstand gesloten werd. De Heilige Profeet (s.a.w.) was met zijn mensen vertrokken, met het doel om een bedevaart te doen, maar toen hij in Hoedaibijja kwam, beletten de bewoners van Makkah de Heilige Profeet (s.a.w.) Makkah in te gaan. Daarop zwoeren de vrienden van de Heilige Profeet (s.a.w.) hem trouw (zoals in vs. 18 vermeld staat, onder een boom), dat zij hem tot elke prijs zouden beschermen en dat zij aan zijn zijde zouden sterven. De noodzakelijkheid hiervoor schijnt geren te zijn geweest uit het feit, dat de Qoereisjieten oprukten om de Moeslims te bestrijden, die onvoorbereid waren vertrokken, daar zij slechts de bedevaart wilden doen. Dit vers toont buitendien aan, dat bai’at of het trouw zweren een noodzakelijkheid wordt, wanneer men een groot doel beoogt.

 

 

 

Paragraaf 2 Degenen die hun Plicht verzuimen.

 

11 Degenen van de bewoners der woestijn, die achtergelaten werden, zullen tot u zeggen: Onze bezittingen en onze gezinnen hebben ons bezig gehouden derhalve, vraag vergiffenis voor ons. Zij zeggen met hun tongen wat niet in hun harten is. Zeg: Wie heeft dan voor u macht over iets (dat) van Allah (komt), indien Hij u kwaad wil doen, of indien Hij u goed wil doen; neen! Allah is Zich bewust van wat gij doet.

12 Neen! gij hebt veeleer gedacht, dat de Apostel en de gelovigen nimmermeer tot hun gezinnen zouden wederkeren, en dat werd uw harten schoonschijnend gemaakt en gij hebt een boze gedachte gedacht en gij waart een volk, dat gedoemd is te vergaan.

13 En al wie niet in Allah en Zijn Apostel geloofd, dan waarlijk, Wij hebben brandend vuur voor de ongelovigen bereid.

14 En aan Allah behoort het koninkrijk der hemelen en der aarde; Hij vergeeft wie Hij wil en kastijdt wie Hij wil, en Allah is Vergevensgezind, Genadig.

15 Degenen die achtergelaten zijn, zullen, wanneer gij vertrekt om aanwinsten te verkrijgen, zeggen: Sta ons toe u te volgen. Zij wensen het woord Allah’s te veranderen. Zeg: Geenszins zult gij ons volgen; alzo zeidde Allah te voren. 1206 Maar zij zullen zeggen: Neen! Gij zijt naijverig op ons. Neen! Zij begrijpen slechts een weinig.


1206 D.w.z. voordat zij met dat verzoek kwamen. Dit hoofdstuk werd geopenbaard, toen de Heilige Profeet (s.a.w.) in Madinah was gekomen.

 

 

16 Zeg tot degenen van de bewoners der woestijn, die achtergelaten werden: Gij zult weldra geroepen worden (om) tegen een volk van groten moed (te strijden); gij zult hen bestrijden, tot zij zich onderwerpen; en indien gij gehoorzaamt, zal Allah u een goede beloning schenken; en indien gij u omkeert, zoals gij u te voren omkeerde, zal Hij u met een pijnlijke kastijding kastijden. 1207


1207 De macht van de Mekkaanse vijand was nu gebroken, gelijk bewezen werd door het feit, dat de Moeslims twee jaar later tegen Makkah oprukten. Daarom werd degenen die hun plicht verzuimden, medegedeeld dat zij opgeroepen zouden worden om zich bij de strijdkrachten van de Islam te voegen tegen een anderen machtigen vijand. Dit zinspeelt profetisch op de oorlogen tegen het Romeinse en het Perzische Rijk in de tijd der eerste Ghaliefen.

 

 

17 Er is geen kwaad in de blinde, noch is er enig kwaad in de kreupele, noch is er enig kwaad in de zieke (indien zij niet vertrekken); en al wie Allah en Zijn Apostel gehoorzaamt, hem zal Hij tuinen doen binnentreden, waarin rivieren stromen, en al wie zich omkeert, hem zal Hij met een pijnlijke kastijding kastijden.

 

 

Paragraaf 3 Verdere Overwinningen voor de Islam.

 

18 Voorzeker had Allah een welgevallen aan de gelovigen, toen zij u onder de boom trouw zwoeren, en Hij kende wat in hun harten was, en Hij zond gerustheid op hen neder en beloonde hen met een nabij gelegen overwinning, 1208

19 En vele aanwinsten, die zij zullen nemen; en Allah is Machtig, Wijs 1209

20 Allah beloofde u vele aanwinsten, die gij zult nemen, en verhaastte deze (aanwinst) voor u en hield de handen der mensen van u terug, en opdat het een teken zal zijn voor de gelovigen en opdat Hij u op een recht pad zal leiden;

21 En andere (aanwinsten), die gij nog niet hebt kunnen verkrijgen; inderdaad heeft Allah ze omsloten, en Allah heeft macht over elk ding. 1210

22 En indien degenen die niet geloven, tegen u strijden, zullen zij zekerlijk (hun) ruggen omkeren; vervolgens zullen zij geen beschermer of helper vinden.

23 Zulks is de wet Allah’s geweest, die te voren inderdaad haar loop heeft gehad, en gij zult geen verandering in Allah’s wet vinden.

24 En Hij is het, Die hun handen van u en uw handen van hen in de vallei van Makkah terughield, nadat Hij u de overwinning op hen had gegeven; en Allah ziet wat gij doet,

25 Zij zijn het, die niet geloofden en u van de Heilige Moskee afwendden en de offerande (terughielden), weerhouden om haar plaats van bestemming te bereiken; en indien het niet de gelovige mannen en de gelovige vrouwen waren geweest, die gij hen, niet gekend hebbende, zoudt hebben vertreden, en u dan, zonder (het) te weten, droefheid van wege hen zou hebben getroffen – opdat Allah in Zijn genade zou doen ingaan wie Hij wil; indien zij ver van elkander gescheiden waren geweest, zouden Wij degenen uit hun midden, die niet geloofden, zekerlijk met een pijnlijke kastijding hebben gekastijd.

26 Toen degenen die niet geloofden, (gevoelens van) verachting, de verachting van (de dagen der) ontwetendheid, in hun harten koesterden, maar Allah zond Zijn gerustheid op Zijn Apostel en op de gelovigen neder en deed hen het woord der rechtschapenheid houden, en zij hadden er recht op en Allah is met elk ding bekend. 1211


1208 De hier voorspelde nabijgelegen overwinning werd te Ghaibar behaald, spoedig na de terugkeer van Hoedaibijja.

1209 De aanwinsten waren de latere veroveringen in de tijd van de Heilige Profeet (s.a.w.), waaronder de verovering van Makkah de eerste plaats innam.

1210 Dit doelt op de grote veroveringen der Moeslims onder de opvolgers van de Heilige Profeet (s.a.w.). De onderwerping van de vijand wordt duidelijk in het daarop volgende vers vermeld.

1211 De Qoereisjieten gaven lucht aan hun gevoelens van verachting, door de Moeslims te beletten een bedevaart te doen; het woord der taqwa of rechtschapenheid, dat de Moeslims hielden, was het aanvaarden van de wapenstilstand om een eind aan de oorlog te maken, alhoewel de voorwaarden van de wapenstilstand voor hen vernederend waren. De voornaamste voorwaarden van het verdrag waren: (1) Dat de Moeslims, zonder een bedevaart te doen, moesten terugkeren. (2) Dat het hun het daarop volgende jaar vergund moest worden, een bedevaart te doen, maar dat zij niet langer dan drie dagen moesten blijven. (3) Dat een bekeerde ongelovige, indien hij tot de Moeslims overliep, overgeleverd moest worden, maar dat een Moeslim, indien hij tot de ongelovigen overliep, niet aan de Moeslims moest worden teruggegeven. Vooral de laatste voorwaarde van het verdrag stelde de Moeslims teleur; maar het toont de vaste overtuiging aan, die de Heilige Profeet (s.a.w.) van de waarheid van de Islam had, want hij was er zeker van, dat niemand van zijn vrienden tot het ongeloof zou overgaan en zich bij de Qoereisjieten zou aansluiten; en ook, dat zij die toe de Islam waren bekeerd, door de vervolging of omdat de Moeslims hen niet beschermden, die niet toevallig zouden worden. En zo gebeurde het, dat de bewoners van Makkah, die tot de Islam waren bekeerd, een eigen onafhankelijke nederzetting vormden, daar zij zich niet in Madinah mochten vestigen; en daarmede gaven zij blijk, een ware overtuiging en een rotsvast geloof te bezitten.

 

 

Paragraaf 4 De Overwinning van de Islam op alle andere Godsdiensten.

 

27 Voorzeker had Allah Zijn Apostel het visioen met waarheid getoond: 1212 gij zult de Heilige Moskee, indien het Gode behaagt, zekerlijk in veiligheid binnentreden, (sommigen) met hun geschoren hoofden en (anderen) met gesneden haar; gij zult niet vrezen; maar Hij wist wat gij niet wist; derhalve bracht Hij vóór die een nabij gelegen overwinning tot stand.

28 Hij is het Die Zijn Apostel met de godsdienst heeft gezonden, opdat Hij dien over alle godsdiensten zou doen zegevieren; en Allah is genoegzaam als Getuige. 1213

29 Moehammad (s.a.w.) is de Apostel Allah’s en degenen (die) met hem (zijn), zijn standvastig tegenover de ongelovigen, 1214 mededogend onder elkander; gij zult hen zich zien nederbuigen, zich ter aarde werpende, van Allah goedertierenheid en welbehagen zoekende; hun tekenen zijn in hun aangezichten, vanwege het gevolg van het ter aarde werpen; dat is hun beschrijving in de Thora en hun beschrijving in het Evangelie; gelijk aan het veldgewas, dat zijn scheut uitslaat en die versterkt; dan wordt die krachtig en staat steenvast op zijn stengel, de zaaiers verheugende, opdat Hij de ongelovigen toornig zal maken ter oorzake van hen; Allah heeft degenen onder hen, die geloven en het goede doen, vergiffenis en een grote beloning beloofd.


1212 De tocht van de Heilige Profeet (s.a.w.) naar Makkah om met een 1500 vrienden een bedevaart te doen, werd ondernomen op grond van het op deze plaats vermelde visioen. In een visioen had hij gezien, dat hij en zijn vrienden een bedevaart deden. Overtuigd van de waarheid van zijn visioen ging hij op weg, met het doel om een bedevaart te doen. De bewoners van Makkah verhinderden het hem echter te Hoedaibijja, en er werd een wapenstilstand gesloten, krachtens welken de Heilige Profeet (s.a.w.) terug moest keren, zonder een bedevaart toe doen. De waarheid van het visioen wordt hier derhalve krachtig verklaard. Er wordt duidelijk gemaakt, dat de terugkeer van de Heilige Profeet (s.a.w.) het visioen niet logenstraft, dat in het daarop volgende jaar in vervulling zou gaan en ging. Hun geschoren hoofden en gesneden haar slaan op het in acht nemen van al de ceremonie der bedevaart, die met deze handeling eindigt.

1213 Deze voorspelling aangaande het zegevieren van de Islam over alle andere godsdiensten is een voorspelling, die zich tot in de verre toekomst uitstrekt. Arabië had haar in vervulling zien gaan tijdens het leven van de Heilige Profeet. (s.a.w.) De overheersing van de Islam en het politieke oppergezag van zijn aanhangers te allen tijde zijn evenwel niet synoniem; ook betekent de voorspelling niet, dat de andere godsdiensten te eniger tijd helemaal zullen verdwijnen: zij wijst er slechts op, dat de meerderheid van deIslam tenslotte zal zijn bevestigd en dat de Islam de godsdienst van het merendeel der volkeren van de aarde zal zijn. Geen andere schrift voorspelt de overwinning van de door haar gepredikte godsdienst in zulke ondubbelzinnige bewoordingen.

1214 Asjidda is het meervoud van sjadied, dat gewoonlijk vast, sterk, matig betekent.