107- Al-Maa-oen (De Aalmoes)

HOOFDSTUK 107 Al-Maa-oen (DE AALMOES)

GEOPENBAARD TE MAKKAH 7 verzen

Algemene opmerkingen:
In weerwil van de in de vorige twee hoofdstukken genoemde gunsten, die de Qoereisjieten geschonken waren, loochenden zij het oordeel en traden de rechten der wezen en armen met voeten. Dit hoofdstuk wordt De Aalmoes genoemd, omdat zij de armen de aalmoes onthielden. Het is een dwaling om het als een Madineseopenbaring te beschouwen; het behoort ongetwijfeld tot het Vroeg- Makkaanse tijdperk.

 

Biesmiellaahier – Rahmaanier – Rahiem.

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.

 

1 Hebt gij hem gezien die deze godsdienst loochen? 1457

2 Het is degene die de wees verstoot,

3 Hij wekt anderen niet op de armen te voeden.

4 En wee degenen die bidden,

5 En de gebeden achteloos opzeggen.

6 En zij, die er mee te koop lopen.

7 En zich er van weerhouden de behoeftige vriendelijkheid te betonen.


1457 Dien betekent zowel godsdienst als oordeel. Er wordt hier beschreven, dat het wezen van de godsdienst is: de wezen verzorgen en de armen spijzigen. De gebeden dergenen, die aalmoezen onthouden, worden zelfs veroordeeld, omdat het doel van het gebed de volmaking van het ik is, en van iemand, die de zaak van het mensdom niet dient, kan niet worden gezegd, dat hij tot volmaaktheid is gekomen.