Islam over jihaad, oorlog en terreur

Een visie van de Lahore Ahmadiyya Moslim's
JIHAAD is geen terrorisme, Oorlog is terrorisme

JIHAAD betekent iets fervent nastreven, zich inspannen om iets te bereiken. Allah houdt niet van terrorisme (De Heilige Koran – 2:205), noch van terroristen (5:64).

Over terrorisme (Heilige Koran 2:205): "En wanneer hij zich omkeert en hij loopt in het land voort, opdat hij daarin kwaad zal stichten en het veldgewas en het vee zal vernietigen, en God heeft het kwaadstichten niet lief".

De Heilige Koran dringt er op aan dat wanneer Allah u paleizen op zijn vlakten geeft en huizen, uitgehouwen in de bergen, u geen terrorist moet worden, noch de bevelen van buitensporigen, die de aarde terroriseren, moet opvolgen (7:74; 26:149-152)

JIHAAD is geen heilige oorlog. De Verspreiding van de Islam door dwang is nergens in de Koran terug te vinden. De gedachte aan een jihaad door middel van terrorisme heeft, helaas voor Moslims, zo'n sterke greep op hen. Er is slechts één moslimbeweging in de hele wereld (de Ahmadiyya Beweging), waarin de verwerping van jihaad door middel van terrorisme deel uitmaakt van de religieuze opvattingen. Ahmadies verwerpen deze gevaarlijke doctrine en geloven in een leider die de Islam in vrede en onderdanigheid predikt en die jihaad door middel van geweld verwerpt als middel voor de verspreiding van de Islam.

De leerstellingen van Mirza Ghulaam-Ahmad* zijn, dat jihaad door middel van terrorisme strikt verboden is en dat degene die geweld en terrorisme gebruikt als middel om de Islam te verspreiden een zondaar is voor Allah. Mirza Ghulaam-Ahmad heeft voortdurend gepredikt tegen jihaad door middel van terrorisme. Toen Mirza Ghulaam-Ahmad aan zijn missie begon om de Islam te propageren, kwam hij een van de meest indrukwekkende obstakels tegen, n.l. dat er wereldwijd een stigma op de Islam heerste betreffende de jihaad. Westerse critici beweerden dat de Islam haar volgelingen leert dat zij moeten toegeven aan geweld tegen andersgelovigen, hun een plaats in het paradijs belovend. Tegelijkertijd bekrachtigden sommige Moslim leiders en hun volgelingen exact dezelfde gedachte door hun beweringen en gedragingen.

Als Westerse critici van de Islam de valse gedachte verspreiden dat de Islam een meedogenloze godsdienst is die oorlog en geweld predikt en synoniem is aan zelfmoord en terrorisme, dan zal het gevolg niet zijn dat Moslims de Islam zullen opgeven, maar dat de meerderheid er meer van overtuigd zal raken dat hun godsdienst hen inderdaad leert geweld te gebruiken tegen andersgelovigen.

Iedereen die de Koran en de geschiedenis van de Islam bestudeert, zal zich realiseren dat de term jihaad in de verste verte niet die jihaad is die de Islam ons leert. Dit zijn criminele acties, die naar voren komen door basale woede uitbarstingen of door de ijdele hoop op het bereiken van het paradijs. Onwetende religieuze leiders hebben de massa misleid. Zij hebben hen brute en inhumane daden voorgehouden als te zijn de sleutel tot het paradijs. Het is een schande en spijtig dat wij iemand, die we niet kennen, die geen vijand van ons is en gewoon volgens zijn eigen geloofsovertuiging leeft, te doden en daarmee zijn vrouw tot weduwe maken, zijn kinderen vaderloos en van zijn huis een plaats van rouw. Wordt zoiets ons geleerd in de Koran of de Hadith? Heeft enig Moslim leider daar antwoord op? Onwetenden hebben slechts het woord jihaad gehoord en gebruiken het als een voorwendsel en dekmantel voor het bevredigen van hun eigen egoïstische behoeften, of bezondigen zich aan bloedvergieten puur uit fanatisme en waanzin.

Hazrat Mirza Ghulam Ahmad legde niet alleen de term jihaad uit, maar ook waarom en onder welke omstandigheden de Moslims ten tijde van de Heilige Profeet Mohamed de wapens hadden opgenomen. Mirza Ghulaam-Ahmad schrijft:

"Ik weet zeker dat al het onrechtvaardige moorden de daden zijn van onwetende mannen die hun laagste basale behoeften volgen en er compleet onbewust van zijn wat de redenen en oorzaken waren dat de Islam in haar beginjaren oorlogen moest voeren."

De Koran leert ons dat Moslims vervolging en pijn moeten verdragen(16:110) en anderen zachtaardig moeten uitnodigen voor de waarheid. Wat betreft de Christenen, beveelt de Heilige Koran: "Roep tot de weg van uw Heer met wijsheid en uitnemende vermaning, en redetwist met hen op de beste wijze" (16:125). Beste wijze hier betekent beleefd en op een beschaafde wijze. De waarheid heeft geen geweld nodig om verspreid te worden. Gebruik van geweld bewijst eigenlijk dat je argumenten zwak zijn. God heeft ook aan zijn Heilige Boodschapper geopenbaard: "verdraag geduldig, gelijk de met standvastigheid begaafde apostelen met geduld verdroegen" (46:35), wat betekent dat de Heilige Profeet zulke verdraagzaamheid moet tonen dat het niet minder is dan de totale verdraagzaamheid getoond door alle voorgaande profeten. Toegang tot het paradijs krijgt men door woede te onderdrukken en de mensheid te kunnen vergeven, niet door zelfmoord of martelaarschap. De Koran zegt:

"En gehoorzaam God en zijn Boodschapper, opdat u genade wordt bewezen. En haast u naar de vergiffenis van uw Heer en (naar) een Tuin (het Paradijs), waarvan de uitgestrektheid (als) de hemelen en de aarde is; die is bereid voor degenen die zich (voor het kwaad) behoeden: Degenen die zowel in voor- als tegenspoed (weldadig) uitgeven, en degenen die (hun) woede bedwingen en de mensen begenadigen; en God heeft de weldoeners (van anderen) lief."( 3:131-133)

Hoeveel mensen, inclusief Moslims, weten dat de Heilige Koran van Moslims eist dat zij hun woede moeten onderdrukken en de mensheid moeten kunnen vergeven. Ergens anders in de Koran wordt gezegd over ware gelovigen "en wanneer zij toornig zijn, vergeven zij" (42:37).

De Koran houdt de beginselen van het menselijke bestaan hoog

  • De eenheid van de mens ligt in de eenheid van God Die Rab-b ul 'aalameen is (de Aanmoediger, de Voeder van alle menselijke wezens, ongeacht ras of religie (1:1)).
     
  • De mensheid is één volk (2:213).
     
  • Mensen zijn geschapen tot stammen en gezinnen zodat zij elkaar kennen en begrijpen (49:13).
     
  • Geloof in alle voorgaande Heilige Boeken (2:4).
     
  • Respect voor de oprichters van alle religies (2:285).
     
  • Respect voor alle gebedshuizen (22:40).
     
  • Geen dwang in religie (2:256).

Islam is vrede met god door vrede met en tussen mensen.


* Mirza Gulaam-Ahmad, 1835-1908
Oprichter van de Ahmadiyya Beweging in de Islam

 

Lahore Ahmadiyya Beweging

Welkom op de website van AAIIA dat onderdeel uitmaakt van de wereldwijde Lahore Ahmadiyya Beweging. De doelstelling van deze beweging is om de religie van de islam in zijn oorspronkelijke, zuivere vorm aan de wereld te presenteren en om de ware islamitische geest bij de moslims zelf te doen herleven. Zij tracht deze doelstellingen te verwezenlijken door rationele argumenten, morele verheffing en door zichzelf als voorbeeld te stellen, terwijl men respect en verdraagzaamheid toont voor de gedachten van anderen. 

Zij presenteert de islam als de liberale, rationele, tolerante, niet-ritualistische en levende godsdienst, die door de Heilige Qoer'aan wordt onderwezen en in praktijk werd gebracht door de heilige profeet Mohammed, vrede en de zegeningen van Allah zij met hem. 

Ahmadiyya Beweging 
Er gaan veel verhalen rond over de Ahmadiyya Beweging en zijn stichter, Mirza Ghulam Ahmad. Wat berust op de waarheid? Wat zijn hun principes? Wat is het verschil tussen de Lahore en de Qadianie groepering binnnen de Ahmadiyya Beweging? Blader door het menu 'Ahmadiyya' en lees waar de beweging daadwerkelijk voor staat. Zie de menubalk bovenaan de website.

Mediatheek
Bezoek ons mediatheek en verrijk uzelf met de beschikbare boeken, artikelen en documentaires.  Deze geven over het algemeen inzicht in de diepere betekenis van de religie van de Islam. Of lees de Koran met voetnoten en uitleg.

Feedback
Mocht u een woord aan het bestuur of de webmaster willen richten dan kunt u gebruik maken van het contactformulier. Wij kijken uit naar uw feedback.

Ahmadiyyat- Een Beweging voor de verspreiding en verdediging van de Islam

De drie sleutelwoorden die in de titel zijn gebruikt, zijn Ahmadiyyatverdediging en verspreiding. Ik zal in mijn toespraak een inleiding tot de Ahmadiyya Beweging geven en de rol belichten die zij gespeeld heeft in het verdedigen en verspreiden van de islam. Als allereerste wil ik graag duidelijk maken dat de Ahmadiyyat geen nieuwe godsdienst is, noch een nieuwe sekte in de islam. Het is in feite de islam in zijn zuiverste en meest oorspronkelijke vorm. Zoals haar Stichter (Hazrat Mirza Ghulam Ahmad sahib van Qadian) heeft geschreven:
.
“Onze godsdienst is dezelfde islam. Het is niet nieuw. Er zijn dezelfde gebeden, hetzelfde vasten, dezelfde bedevaart en dezelfde zakaat. Maar het verschil is dat deze plichten nu alleen in een uiterlijke vorm worden verricht, zonder ware geest daarin. Wij willen daarin de geest van oprechtheid blazen. Wij willen dat deze plichten op zodanige wijze en manier worden verricht, dat ze effect sorteren.” (Speech op 12 juli 1907, weergegeven in Malfoezaat, vol. 9, p. 312.
.

Lees verder »

Foto’s officiële opening Moskee AAIIA

Zondag 18 September 2016 is een historische dag voor de Lahore Ahmadiyya Gemeenschap in Nederland en in het bijzonder voor de leden van AAIIA (Amsterdam).
.
Op deze dag heeft namelijk 
de officiële opening plaats gevonden van de nieuwe Moskee 'As Sabr' (geduld) in Amsterdam-West. De opening is verricht door Prof. Dr. Abdul Karim Saeed Pasha, ameer en president van de wereldwijde Lahore Ahmadiyya Beweging. 
.

De opening had (vanzelfsprekend) een feestelijk karakter met enkele toespraken, lekker eten, muziek en mooi weer. Er was een goede opkomst van zowel leden als buurtbewoners die ook uitgenodigd waren.
.
 Complimenten aan het bestuur o.l.v. de heer Henk Nassier dat zich de afgelopen jaren heeft ingezet voor het realiseren van een geschikt nieuw onderkomen. Moge Allah (SWT) de gemeenschap zegenen met een vruchtbare en vredige periode op de nieuwe locatie.  Klik
hier voor enkele sfeer foto's van de opening.

Al-Fatihah (De Opening)

De tihah ofwel de Opening staat bekend onder diverse andere namen. In de Qoer-ān zelf (15: 87) wordt gesproken van de Zeven vaakherhaalde Verzen, omdat haar zeven verzen zeer regelmatig door iedere moeslim in zijn gebeden herhaald worden. In een uitspraak van de Heilige Profeet (s.a.w.) wordt gesproken van de Fātihat al-Kitābofwel de Opening van het Boek. Hierin wordt gezegd dat "geen gebed cpmpleet is zonder het voordragen van Fātihat al-Kitāb" (B. 10:95).
.

Lees verder »

Schepping van goed en kwaad

Taqdir in de zin van de onvoorwaardelijke beschikking van God betreffende goed en kwaad, een denkbeeld, waarmee zowel de volksgeest als nadenkende schrijvers het woord nu onafscheidelijk verbinden, is aan de Heilige Koran niet bekend (1) en zelfs ook niet aan de Arabische lexicologie. De leer van de voorbeschikking is van latere oorsprong en schijnt het gevolg te zijn geweest van de botsing van de islam met de Perzische religieuze denkbeelden. De leer dat er twee scheppers zijn, een schepper van het goede en een schepper van het kwade, was het grondleerstuk van de godsdienst van de Magiërs geworden, zoals de Drie-eenheid van het christelijke geloof. De islam als religie leerde het zuiverste monotheïsme.

Bij de bespreking over het dualistische leerstuk van de godsdienst van de Magiërs ontstond waarschijnlijk een discussie over de vraag of God al dan niet de Schepper van het kwade was. Deze discussies werden zeer fel gevoerd en kwamen er vele bijzaken op. Dat alles kwam alleen doordat men de natuur van goed en kwaad verkeerd begreep. God schiep de mens met vermogens die hij binnen bepaalde grenzen kon gebruiken en juist het gebruik van deze vermogens brengt op de een of andere wijze goed of kwaad voort. Bijvoorbeeld, God heeft de mens toegerust met het spraakvermogen dat hij kan gebruiken om de mensheid goed of kwaad te doen, om de waarheid te spreken, een goed woord te zeggen of om te liegen en te lasteren. Ook is de mens begiftigd met talrijke andere vermogens die voor het goede of het kwade gebruikt kunnen worden. De discussie over de vraag of God de Schepper van goed en kwaad was, kwam dus eenvoudig voort uit een misvatting van de natuur van goed en kwaad. Dezelfde daad kan bij de ene gelegenheid een deugd zijn en bij de andere een ondeugd.


1 Op één plaats slechts wordt er in de Heilige Koran een van taqdir afgeleid woord gebruikt voor de aanduiding van het lot van een persoon. De Heilige Koran zegt, als hij van de vrouw van Lot spreekt: “Wij hebben beschikt (qaddarna), dat zij waarlijk één van degenen zal zijn, die achterblijven” (H.K. 15:60; 27:57). Maar ook hier betekent het niet, dat God beschikt had, dat zij een kwaadwillige zou zijn. Er wordt hier melding gemaakt van een beschikking die voor alle kwaadwilligen geldt dat zij de slechte gevolgen zullen ondergaan van wat zij hebben gedaan. Zij behoorde niet tot de gelovigen, maar was een ongelovige, zodat, toen de Goddelijke straf de kwaadwilligen overviel, het haar beschikt was bij hen te zijn.

Een klap geven uit zelfverdediging of ter verdediging van een machteloze persoon is goed, maar een klap geven door agressief gedrag is verkeerd. Daarom wordt het kwaad ook zulm genoemd dat volgens de lexicologen betekent: het plaatsen van een ding op een andere plaats dan die daarvoor bestemd is, hetzij door een tekort, hetzij door een overschot, hetzij door van zijn tijd of plaats af te wijken (R.). Het gebruik van een vermogen op de juiste wijze of op het juiste ogenblik of op de juiste plaats is dus een deugd en het gebruik ervan op een verkeerde wijze of op een verkeerd ogenblik of op de verkeerde plaats is een ondeugd. De Heilige Koran heeft daarom de kwestie van de schepping van goed en kwaad helemaal niet behandeld. Hij spreekt van de schepping van de hemelen en de aarde en van alles wat daarin is. Hij spreekt van de schepping van de mens en vermeld dat de mens met bepaalde vermogens begiftigd en met bepaalde machten bedeeld is. Hij zegt ons dat de mens deze machten en vermogens binnen bepaalde grenzen kan gebruiken zoals alles wat geschapen is binnen bepaalde grenzen zijn geplaatst en de grenzen van iedere soort zijn haar taqdir. Er wordt in de Heilige Koran geen melding gemaakt van een taqdir die de schepping van goede en slechte daden betekent of een onvoorwaardelijke beschikking van God betreffende goed en kwaad.

Men haalt soms het volgende vers aan om aan te tonen dat God de Schepper is van de daden van de mens: “En Allah heeft u en wat u maakt geschapen” (H.K. 37:96). Het Arabische woord voor “u maakt” is ta'malun, van aml, dat zowel doen als maken betekent. Zo vat men de woorden soms op in de zin van “wat u doet”, in plaats van “wat u maakt”. Hieruit maakt men op dat God de Schepper van de daden van de mens is en omdat deze daden zowel goed als slecht zijn, is God dus de Schepper van de slechte daden van de mens. Het verband toont echter aan dat ma ta’malun hier betekent: “wat u maakt” en niet “wat u doet”, maar het bewuste vers spreekt niet over de goede en slechte daden van de mens, maar van de afgodsbeelden en stenen die aanbeden werden. De verzen 37: 91-93 vermelden dat Abraham de afgodsbeelden vernielde. Vers 37: 94 zegt dat de mensen op hem afkwamen toen zij hun afgodsbeelden vernield zagen. De verzen 37: 95 en 96 bevatten Abrahams argumenten tegen de afgoderij: “Wat! Aanbidt u wat u uithouwt? En Allah heeft u en wat u maakt geschapen”. De laatste woorden “wat u maakt” hebben nu blijkbaar betrekking op de afgodsbeelden die zij hebben gemaakt. Wat de mens met zijn eigen handen uitgehouwen had, kon God niet zijn, omdat God de Schepper was van zowel de mens als van de stenen die tot afgodsbeelden werden gemaakt. Deze verklaring is aangenomen door de beste commentatoren (Rz. VII, pagina 300). Volgens sommige commentatoren zijn de woorden een vraag: “En Allah heeft u geschapen, en wat doet u?

Hieraan kan echter worden toegevoegd dat de Heilige Koran God erkent als de eerste en laatste Oorzaak van alles, maar dat betekent niet dat Hij de Schepper is van de daden van de mens. Dat Hij de mens heeft geschapen, spreekt voor zich. Hij heeft ook omstandigheden voor hen geschapen om te leven en te handelen, maar Hij heeft toch aan de vrijheid van handelen bepaalde grenzen gesteld zodat de mens al zijn andere machten en vermogens in overeenstemming met bepaalde wetten binnen bepaalde grenzen kan gebruiken. Zo staat er in de Heilige Koran: “De waarheid is van uw Heer; daarom, laat hem die wil, (haar) aannemen en laat hem die wil, (haar) verwerpen” (H.K. 18:29). Omdat hij gebruik kan maken van zijn vrijheid van handelen of van zijn wil, is hij voor zijn eigen daden verantwoordelijk en moet hij de gevolgen daarvan zelf ondervinden. 1


1 Er was een tijd dat er nutteloos geredetwist werd over de kwestie of God al dan niet de Schepper van de daden van de mens was,die de moslimswereld in drie kampen verdeelde. De Djabriyya was van mening dat God de Schepper van de goede of de slechte daden van de mens was en dat de mens in deze volkomen machteloos was. Hij bewoog zich zoals de Goddelijke hand hem bewoog daar hij noch de keuze noch de macht noch de wil had om een haarbreed af te wijken van wat God had beschikt. Een andere partij verviel tot het andere uiterste en was van mening dat de mens die de schepper van zijn eigen daden was de volle macht daarover had. Deze zienswijze werd later aangenomen door de Mu'tazila, waarvan Wasil ibn Ata de stichter was. Hun argument was dat God een mens onmogelijk eerst tot iets dwong en hem dan er voor strafte. Het gros van de moslims vond dat beide uiterste meningen waren. Maar bij het afbakenen van een middenweg plaatsten zij zich op een standpunt dat niet erg duidelijk was. Zij waren van mening dat geloof het medium tussen djabar en qadar was, maar om deze twee uiterste meningen tot overeenstemming te brengen, voerden zij de theorie van de kasb (verkrijging) in. De kern van deze theorie was, “dat de mens noch absoluut gedwongen, noch een absoluut vrij handelend persoon is” (RI., pagina 104). Tot zover was de stelling logisch, maar nadere besprekingen brachten de aanhangers van deze mening tot de ongerijmde stelling dat de mens slechts uiterlijk vrij was daar hij innerlijk gedwongen was. Weliswaar werkt de wil van de mens binnen bepaalde grenzen van God, qadar of taqdir, maar het is niet waar dat de Goddelijke wil hem dwingt om een zekere weg te volgen. Er mogen honderden oorzaken zijn die hem in een bijzonder geval tot een besluit brengen en zijn verantwoordelijkheid moge afwisselen overeenkomstig die omstandigheden, maar toch is de keuze de zijne, en de verantwoordelijkheid eveneens.

Bovenstaande stuk tekst is afkomstig uit het boek ´De Religie van de Islam´ van Maulana Muhammad Ali. Het boek is online beschikbaar in onze bibliotheek.

De naam Ahmadiyya

Gedurende ongeveer twaalf jaren nadat de Ahmadiyya Beweging was opgericht, had zij geen naam. Haar leden werden door anderen vaak aangeduid als ‘Mirzai’s’ (of volgelingen van Mirza). Toen de volkstelling van 1901 moest plaatsvinden en Mirza vernomen had dat men op het volkstellingformulier naast zijn religie ook zijn groepering kon aanduiden, maakte hij in een verklaring bekend dat hij zijn beweging de naam ‘moslims van de Ahmadiyya-groep’ had gegeven.

De grondgedachte achter deze naam was, zoals hij uitlegde, dat ‘Ahmad’ één van de twee voornaamste namen was van de Heilige Profeet (de andere naam was uiteraard Mohammed). ‘Ahmad’ en ‘Mohammed’ stonden voor de eigenschappen van de Heilige Profeet die hij tentoonspreidde tijdens zijn leven, respectievelijk te Makkah en Madinah.  De naam ‘Ahmad’ symboliseerde de innerlijke schoonheid van de Islam en de naam ‘Mohammed’ haar uiterlijke glorie. Terwijl de Islam te Makkah verstoken was van politieke macht en door zuivere prediking werd verspreid, bezaten de moslims te Madinah fysieke macht en bestuur, en zij overwonnen hun vijanden door op hun agressie antwoord te geven met geweld.

De toestand van de moslims in de huidige tijd en de tijd die nog voor hen lag kwam volgens hazrat Mirza overeen met het leven van de Heilige Profeet te Makkah. Het was daarom gepast dat de Beweging, die geloofde dat de missie van de Islam in de huidige tijd het tonen van de schoonheid van haar leringen door zachtaardige prediking is, terwijl zij verstoken is van wereldlijke macht, genoemd diende te worden naar de Heilige Profeet Mohammed’s naam Ahmad.
 

(Bladzijde 26, De Ahmadiyya Beweging van Lahore)

Officiële opening moskee zondag 18 september 2016

Geachte leden, sympathisanten en overige uitgenodigden,
.
Het bestuur heeft hierbij de eer u en uw gezin uit te nodigen voor de officiële opening van onze nieuwe moskee, gelegen aan het Oeverpad 300, 1068 PJ te Amsterdam op zondag 18 september 2016. De opening zal worden verricht door onze Ameer, Prof. Dr. Abdul Kareem Saeed, Hoofd van de Lahore Amadiyya Movement.

Onze nieuwe moskee is gemakkelijk bereikbaar ook via het openbaar vervoer. Parkeren is gratis.

U bent van harte welkom vanaf 15:00 uur.

Het programma ziet er als volgt uit:

15:00 – 17:00  inloop en gezellig samenzijn onder het genot van versnaperingen . De muziekband zal    

                        lichte achtergrond muziek ten gehore brengen.

17:00 – 18:00 openingsdoewa gevolgd door de officiële opening met toespraken .

18:00 –  19:00  warme maaltijd en versnaperingen

19:00 – 22:00  optreden muziekband

Het bestuur hoopt dat u in grote getale aanwezig zult zijn bij de opening van uw nieuwe moskee en dat u mag bijdragen aan een gezellig samenzijn.

Het bestuur maakt van de gelegenheid gebruik u eraan te herinneren dat Ied-ul- Adha wordt gevierd op maandag 12 september 2016 in onze nieuwe moskee. U bent van harte welkom vanaf 9:00 uur.

 

Namens het bestuur,

De secretaris,

Mavis Mohamedjoesoef-Muradin