Betekenis van Ra-ma-d-a-n

RA= Rahmat van Allah=genade van Allah
Ma= Maghfirat van Allah= vergiffenis vragen aan Allah
D= Damanun lil djannath= garantie van de paradijs
A= Amanun minnan naar=wordt ver gehouden van de hel
N= Nur ul Allah = het licht van Allah zijn of ontvangen.

Klik hier voor het gehele artikel over de Ramadan dat gebruikt is als materiaal voor een lezing op de Hogeschool van Amsterdam.

Zondag 15 April Kick Off: Jongeren vereniging AAIIA

Geachte jongeren,
.
Enkele jongeren hebben het idee geopperd om een jongerenvereniging op te zetten. Het bestuur van de AAIIA heeft hiermee ingestemd.
Op zondag 15 april hebben wij een eerste bijeenkomst (kick off).

Adres : Moskee Sabr,  Oeverpad 300, Amsterdam van 14:00  tot 17:30 uur.

Deze bijeenkomst staat in het teken van het inventariseren van de behoeften, het maken van een plan van aanpak en het opzetten van een jongerenbestuur. .

Jouw participatie is dus van belang!
Dit  bericht graag door geven aan jongeren in  je familie, vrienden en kennissenkring .

Deelnemers kunnen zich aanmelden:
Telefonisch of WhatsApp 0655306622 (Farid), 0624676304 ( Nawiez)of 0639257581 (Zahir).

Namens :

Farid Kalloe
Nawiez Sheikkariem
Zahir Shaikroestali

Beliefs of Hazrat Mirza Ghulam Ahmad

Sommige mensen beschuldigen Hazrat Mirza Ghulam Ahmad ervan dat hij onislamitische overtuigingen heeft. Deze mensen hebben weinig tot geen kennis van hem of de Ahmadiyya Beweging. In het onderstaande filmpje worden enkele geloofsovertuigingen uiteen gezet op basis van zijn eigen geschriften (engels).

Overlijdensbericht Hadji André Ahmadkhan Ramdjan

Het bestuur heeft met veel verdriet kennis genomen van het overlijden van Hadji Ramdjan. Hadji Ramdjan heeft veel voor de djamaat in Amsterdam en de Lahore Ahmadiyya Beweging in zijn algemeen betekend. Moge Allah Soebhaana Wa Ta'ala zijn goede daden belonen, hem salaam schenken en een plaats geven in het paradijs. Het bestuur wenst de directe nabestaanden en overige familieleden veel kracht en steun toe tijdens deze zware dagen.

Namens de familie wilt het bestuur het volgende bericht delen:

Namens het bestuur van de AAIIA,

R.Kalloe
(Voorzitter)

 

Internationale Vrouwendag

Internationale Vrouwendag is de actiedag van de vrouwenbeweging, jaarlijks op 8 maart. De bedoeling van de dag is opnieuw de gemeenschappelijke strijdpunten van de vrouwenbeweging naar voren te brengen. De emancipatie van de vrouw is nog altijd gaande. Geen ander Religieus Boek en geen andere hervormer heeft zelfs maar een fractie gedaan van wat de Heilige Koran en de Profeet Mohammed (vzmh) hebben gedaan om de positie van de vrouw te verheffen. Graag maken wij gebruik van deze dag om stil te staan bij de positie van de vrouw en willen u 2 zeer krachtige artikelen presenteren die hierover gaan vanuit een islamitisch perspectief.

Enkele feiten over vrouwen en de geschiedenis van de internationale vrouwendag

Feiten over vrouwen
1. Vrouwen vormen 50% van de wereldbevolking

2. Vrouwen doen 66% van al het werk
3. Vrouwen verdienen 10% van het wereldinkomen
4. Vrouwen hebben 1% van alle bezittingen
5. Van alle regeringsleiders op de wereld is 5% vrouw
6. Van alle armen op de wereld is 75% vrouw
7. Van alle analfabeten op de wereld is 66% vrouw
8. Van alle vluchtelingen op de wereld is 75% vrouw
9. Van de 150 leden van de Tweede Kamer in Nederland is 36% vrouw
10. Vrouwen in Neder land verdienen gemiddeld 23% minder dan mannen

Internationale Vrouwendag werd voor het eerst uitgeroepen door Clara Zetkin op de internationale vrouwenconferentie in Kopenhagen in 1910, waaraan 100 mannen en vrouwen deelnamen uit 17 landen. Hoewel de aanleiding de massale staking was op 8 maart 1908 in de Verenigde Staten van vrouwen in de textiel- en kledingindustrie voor een achturige werkdag, betere arbeidsomstandigheden en kiesrecht, stond de strijd voor algemeen kiesrecht aanvankelijk centraal. De jaren daarop werden in een groeiend aantal landen op 8 maart demonstraties en vergaderingen gehouden. De Eerste Wereldoorlog maakte een einde aan dit gebruik.

Met de opleving van de feministische beweging in de jaren zestig kwam de belangstelling voor een internationale vrouwendag weer terug en sinds de jaren zeventig wordt er in veel landen aandacht aan besteed. In veel socialistische landen is op 8 maart een officiële feestdag en in 1978 werd de dag door de Verenigde Naties als feestdag erkend.

Vanaf 1978 wordt in Nederland door veel vrouwengroepen gezamenlijk 8 maart gevierd. De bedoeling van de dag is opnieuw de gemeenschappelijke strijdpunten van de vrouwenbeweging naar voren te brengen.

[Ontleend aan een lemma door Roeleke Vunderink in Vrouwenlexicon. Tweehonderd jaar emancipatie van A-Z. Onder redactie van Hedy d’Ancona, Annemarie Kloosterman, Selma Leydesdorff, Anja van Oostrum, Dorien de Wit en Maggy Groenewald-Froger (eindredactie). Utrecht, uitgeverij Het Spectrum, 1989 (Scala-reeks)]

Deze informatie is overgenomen van http://www.emancipatie.nl/_documenten/doss/001q010/005/tekst2002.htm#Geschiedenis

In 1911 werd de Vrouwendag internationaal voor het eerst gevierd – in 1912 voor het eerst in Nederland.

Aanvankelijk werd de Vrouwendag op verschillende data gehouden, pas in 1922 werd 8 maart gekozen als vaste datum. Er bestaan verschillende lezingen voor de keuze van 8 maart als datum voor de Internationale Vrouwendag.

Lag de oorsprong in Rusland of de Verenigde Staten? Een gangbare westerse lezing was dat 8 maart terug te voeren was op stakingen van textielarbeidsters in New York in 1857 (het is niet zeker of deze staking echt heeft plaatsgevonden) en op 8 maart 1908. Bij deze laatste staking gingen textielarbeidsters de straat op om te demonstreren tegen onder meer de lange werktijden, de lage lonen en de slechte werkomstandigheden.

Het is mogelijk dat deze verklaring voor de keuze van 8 maart pas in de jaren vijftig van de twintigste eeuw is ontstaan. In de periode van de Koude Oorlog kon toch moeilijk de eer aan een communistisch land gegeven worden? 8 maart zou namelijk in een andere lezing teruggaan op de grote vrouwenstaking en demonstratie op 8 maart 1917 in St. Petersburg. In ieder geval is in 1910 besloten jaarlijks een Internationale Vrouwendag te organiseren.

Bij de ‘Tweede Internationale’ (een internationale organisatie van socialistische arbeiders met als doel internationale solidariteit) in 1889 in Parijs was Clara Zetkin (1857-1933) aanwezig als vertegenwoordigster van de Duitse socialistische partij. Zij betoogde daar voortdurend dat socialisme zonder vrouwen niet zou kunnen bestaan, dat mannen samen met vrouwen ook voor vrouwenrechten moesten strijden. Ook in eigen land streed zij voor vrouwenrechten als onderdeel van de klassenstrijd. Omdat zij geen gehoor vond, nam zij het initiatief tot een socialistische vrouwenbeweging.

Vele jaren was zij redactrice van het Duitse socialistische vrouwenblad Die Gleichheit. Maar ook internationaal gezien moesten vrouwen meer invloed kunnen uitoefenen op de socialistische partijen, vond zij. Door haar toedoen kwamen in 1906 in Mannheim socialistische vrouwen uit een groot aantal Europese landen bij elkaar om een internationale bijeenkomst voor te bereiden. Zij besloten om in 1907 in Stuttgart een internationale vrouwenconferentie te houden, omdat een dag later daar de bijeenkomst van de Tweede Internationale plaatsvond. Op deze eerste conferentie werd een resolutie aangenomen om de volgende dag bij de Tweede Internationale een motie in te dienen waarin de aangesloten partijen zich verplichtten zowel voor mannenkiesrecht als voor vrouwenkiesrecht te strijden. Deze motie werd aangenomen.Een vaste datum voor Internationale Vrouwendag

In 1921 stelde het Internationale Vrouwensecretariaat voor om een vaste datum te kiezen voor de vrouwendag. De keuze viel op 8 maart. Op 8 maart 1917 waren in St. Petersburg onder leiding van Alexandra Kollontai namelijk vrouwen massaal in opstand gekomen tegen het voedseltekort en de verschrikkingen van de oorlog. Hun stakingen en demonstraties liepen uit op een algemene werkstaking. Naast Internationale Vrouwendag werd 8 maart door deze ontwikkeling ook een officiële communistische feestdag, waarop de algemene werkstaking als eerste begin van de revolutie herdacht werd.

De scheuring door de Russische Revolutie van 1917 tussen communisten en socialisten heeft tot gevolg gehad dat in de Verenigde Staten en in West-Europa 8 maart lange tijd voornamelijk in communistische kring werd gevierd.

In Nederland werd in maart 1912 voor het eerst de Internationale Vrouwendag gevierd, georganiseerd door de Sociaal–Democratische Vrouwenclubs. Hun blad De Proletarische Vrouw kwam uit met een speciaal feestnummer.

In theorie hebben vrouwen en mannen in de meeste landen van de wereld gelijke rechten en plichten, maar in praktijk blijkt dit vaak anders te zijn. Vrouwen vormen nog steeds een kwetsbare groep op allerlei terreinen. Het begint al op jonge leeftijd: vaak mogen jongens wel naar school en meisjes niet. Dit zet zich later door op de arbeidsmarkt en in de privé-sfeer: vrouwen hebben min­der goed betaalde banen dan mannen en blijven vaak thuis om voor het huishouden en de kinderen te zorgen. In een groot aantal landen heeft een vrouw minder invloed dan haar man, zowel in het openbaar als binnenshuis. Niet eens zo heel lang geleden was dit ook in westerse landen nog het geval.

Schepping van goed en kwaad

Taqdir in de zin van de onvoorwaardelijke beschikking van God betreffende goed en kwaad, een denkbeeld, waarmee zowel de volksgeest als nadenkende schrijvers het woord nu onafscheidelijk verbinden, is aan de Heilige Koran niet bekend (1) en zelfs ook niet aan de Arabische lexicologie. De leer van de voorbeschikking is van latere oorsprong en schijnt het gevolg te zijn geweest van de botsing van de islam met de Perzische religieuze denkbeelden. De leer dat er twee scheppers zijn, een schepper van het goede en een schepper van het kwade, was het grondleerstuk van de godsdienst van de Magiërs geworden, zoals de Drie-eenheid van het christelijke geloof. De islam als religie leerde het zuiverste monotheïsme.

Bij de bespreking over het dualistische leerstuk van de godsdienst van de Magiërs ontstond waarschijnlijk een discussie over de vraag of God al dan niet de Schepper van het kwade was. Deze discussies werden zeer fel gevoerd en kwamen er vele bijzaken op. Dat alles kwam alleen doordat men de natuur van goed en kwaad verkeerd begreep. God schiep de mens met vermogens die hij binnen bepaalde grenzen kon gebruiken en juist het gebruik van deze vermogens brengt op de een of andere wijze goed of kwaad voort. Bijvoorbeeld, God heeft de mens toegerust met het spraakvermogen dat hij kan gebruiken om de mensheid goed of kwaad te doen, om de waarheid te spreken, een goed woord te zeggen of om te liegen en te lasteren. Ook is de mens begiftigd met talrijke andere vermogens die voor het goede of het kwade gebruikt kunnen worden. De discussie over de vraag of God de Schepper van goed en kwaad was, kwam dus eenvoudig voort uit een misvatting van de natuur van goed en kwaad. Dezelfde daad kan bij de ene gelegenheid een deugd zijn en bij de andere een ondeugd.


1 Op één plaats slechts wordt er in de Heilige Koran een van taqdir afgeleid woord gebruikt voor de aanduiding van het lot van een persoon. De Heilige Koran zegt, als hij van de vrouw van Lot spreekt: “Wij hebben beschikt (qaddarna), dat zij waarlijk één van degenen zal zijn, die achterblijven” (H.K. 15:60; 27:57). Maar ook hier betekent het niet, dat God beschikt had, dat zij een kwaadwillige zou zijn. Er wordt hier melding gemaakt van een beschikking die voor alle kwaadwilligen geldt dat zij de slechte gevolgen zullen ondergaan van wat zij hebben gedaan. Zij behoorde niet tot de gelovigen, maar was een ongelovige, zodat, toen de Goddelijke straf de kwaadwilligen overviel, het haar beschikt was bij hen te zijn.

Een klap geven uit zelfverdediging of ter verdediging van een machteloze persoon is goed, maar een klap geven door agressief gedrag is verkeerd. Daarom wordt het kwaad ook zulm genoemd dat volgens de lexicologen betekent: het plaatsen van een ding op een andere plaats dan die daarvoor bestemd is, hetzij door een tekort, hetzij door een overschot, hetzij door van zijn tijd of plaats af te wijken (R.). Het gebruik van een vermogen op de juiste wijze of op het juiste ogenblik of op de juiste plaats is dus een deugd en het gebruik ervan op een verkeerde wijze of op een verkeerd ogenblik of op de verkeerde plaats is een ondeugd. De Heilige Koran heeft daarom de kwestie van de schepping van goed en kwaad helemaal niet behandeld. Hij spreekt van de schepping van de hemelen en de aarde en van alles wat daarin is. Hij spreekt van de schepping van de mens en vermeld dat de mens met bepaalde vermogens begiftigd en met bepaalde machten bedeeld is. Hij zegt ons dat de mens deze machten en vermogens binnen bepaalde grenzen kan gebruiken zoals alles wat geschapen is binnen bepaalde grenzen zijn geplaatst en de grenzen van iedere soort zijn haar taqdir. Er wordt in de Heilige Koran geen melding gemaakt van een taqdir die de schepping van goede en slechte daden betekent of een onvoorwaardelijke beschikking van God betreffende goed en kwaad.

Men haalt soms het volgende vers aan om aan te tonen dat God de Schepper is van de daden van de mens: “En Allah heeft u en wat u maakt geschapen” (H.K. 37:96). Het Arabische woord voor “u maakt” is ta'malun, van aml, dat zowel doen als maken betekent. Zo vat men de woorden soms op in de zin van “wat u doet”, in plaats van “wat u maakt”. Hieruit maakt men op dat God de Schepper van de daden van de mens is en omdat deze daden zowel goed als slecht zijn, is God dus de Schepper van de slechte daden van de mens. Het verband toont echter aan dat ma ta’malun hier betekent: “wat u maakt” en niet “wat u doet”, maar het bewuste vers spreekt niet over de goede en slechte daden van de mens, maar van de afgodsbeelden en stenen die aanbeden werden. De verzen 37: 91-93 vermelden dat Abraham de afgodsbeelden vernielde. Vers 37: 94 zegt dat de mensen op hem afkwamen toen zij hun afgodsbeelden vernield zagen. De verzen 37: 95 en 96 bevatten Abrahams argumenten tegen de afgoderij: “Wat! Aanbidt u wat u uithouwt? En Allah heeft u en wat u maakt geschapen”. De laatste woorden “wat u maakt” hebben nu blijkbaar betrekking op de afgodsbeelden die zij hebben gemaakt. Wat de mens met zijn eigen handen uitgehouwen had, kon God niet zijn, omdat God de Schepper was van zowel de mens als van de stenen die tot afgodsbeelden werden gemaakt. Deze verklaring is aangenomen door de beste commentatoren (Rz. VII, pagina 300). Volgens sommige commentatoren zijn de woorden een vraag: “En Allah heeft u geschapen, en wat doet u?

Hieraan kan echter worden toegevoegd dat de Heilige Koran God erkent als de eerste en laatste Oorzaak van alles, maar dat betekent niet dat Hij de Schepper is van de daden van de mens. Dat Hij de mens heeft geschapen, spreekt voor zich. Hij heeft ook omstandigheden voor hen geschapen om te leven en te handelen, maar Hij heeft toch aan de vrijheid van handelen bepaalde grenzen gesteld zodat de mens al zijn andere machten en vermogens in overeenstemming met bepaalde wetten binnen bepaalde grenzen kan gebruiken. Zo staat er in de Heilige Koran: “De waarheid is van uw Heer; daarom, laat hem die wil, (haar) aannemen en laat hem die wil, (haar) verwerpen” (H.K. 18:29). Omdat hij gebruik kan maken van zijn vrijheid van handelen of van zijn wil, is hij voor zijn eigen daden verantwoordelijk en moet hij de gevolgen daarvan zelf ondervinden. 1


1 Er was een tijd dat er nutteloos geredetwist werd over de kwestie of God al dan niet de Schepper van de daden van de mens was,die de moslimswereld in drie kampen verdeelde. De Djabriyya was van mening dat God de Schepper van de goede of de slechte daden van de mens was en dat de mens in deze volkomen machteloos was. Hij bewoog zich zoals de Goddelijke hand hem bewoog daar hij noch de keuze noch de macht noch de wil had om een haarbreed af te wijken van wat God had beschikt. Een andere partij verviel tot het andere uiterste en was van mening dat de mens die de schepper van zijn eigen daden was de volle macht daarover had. Deze zienswijze werd later aangenomen door de Mu'tazila, waarvan Wasil ibn Ata de stichter was. Hun argument was dat God een mens onmogelijk eerst tot iets dwong en hem dan er voor strafte. Het gros van de moslims vond dat beide uiterste meningen waren. Maar bij het afbakenen van een middenweg plaatsten zij zich op een standpunt dat niet erg duidelijk was. Zij waren van mening dat geloof het medium tussen djabar en qadar was, maar om deze twee uiterste meningen tot overeenstemming te brengen, voerden zij de theorie van de kasb (verkrijging) in. De kern van deze theorie was, “dat de mens noch absoluut gedwongen, noch een absoluut vrij handelend persoon is” (RI., pagina 104). Tot zover was de stelling logisch, maar nadere besprekingen brachten de aanhangers van deze mening tot de ongerijmde stelling dat de mens slechts uiterlijk vrij was daar hij innerlijk gedwongen was. Weliswaar werkt de wil van de mens binnen bepaalde grenzen van God, qadar of taqdir, maar het is niet waar dat de Goddelijke wil hem dwingt om een zekere weg te volgen. Er mogen honderden oorzaken zijn die hem in een bijzonder geval tot een besluit brengen en zijn verantwoordelijkheid moge afwisselen overeenkomstig die omstandigheden, maar toch is de keuze de zijne, en de verantwoordelijkheid eveneens.

Bovenstaande stuk tekst is afkomstig uit het boek ´De Religie van de Islam´ van Maulana Muhammad Ali. Het boek is online beschikbaar in onze bibliotheek.

Al-Fatihah (De Opening)

De tihah ofwel de Opening staat bekend onder diverse andere namen. In de Qoer-ān zelf (15: 87) wordt gesproken van de Zeven vaakherhaalde Verzen, omdat haar zeven verzen zeer regelmatig door iedere moeslim in zijn gebeden herhaald worden. In een uitspraak van de Heilige Profeet (s.a.w.) wordt gesproken van de Fātihat al-Kitāofwel de Opening van het Boek. Hierin wordt gezegd dat "geen gebed cpmpleet is zonder het voordragen van Fātihat al-Kitāb" (B. 10:95).
.

Lees verder »