Openbaringen

AAIIA heeft een film geproduceerd over het onderwerp 'openbaringen' gebaseerd op een lezing van Imaam Abdoel Wahaab Muradin.
.

Geplaatst in B&A

Islam, de religie van de mensheid

In het boek, Islam – de religie van de mensheid, geeft de auteur (Maulana Muhammad Ali) in korte hoofdstukjes de essentie van de Islam weer, zoals dat in de Koran aan de Heilige Profeet Mohammed (vzmh) geopenbaard is. Hij benadrukt het universeel karakter van deze religie. Verder laat Maulana Muhammad Ali in een helder betoog zien hoe de Koran op een zeer rationele wijze de verhouding van de gelovige tot zijn Schepper en tot zijn medemens ( in de ruimste zin des woords) regelt. Ook andere essentiële zaken zoals bijvoorbeeld het leven na de dood, het geloof in engelen en duivels, de positie van de vrouw, worden toegelicht aan de hand van de Koran en de Hadies. 

Koran-verzen over het vasten

HQ 2:183
O gelovigen! Het vasten is u voorgeschreven, zoals het degenen vóór u werd voorgeschreven, zodat u tegen het kwaad zult hoeden.

HQ 2:184
Voor een zeker aantal dagen (zult gij vasten), maar wie onder u ziek is, of op reis, vaste een aantal andere dagen – er is een losprijs voor degenen, die niet kunnen vasten – het voeden van een arme. Maar hij, die vrijwillig goed doet, het zal beter voor hem zijn. Het vasten is goed voor u, indien gij het beseft.

HQ 2:185
De maand Ramadan is die, waarin de Qor'an als een richtsnoer voor de mensen werd nedergezonden en als duidelijke bewijzen van leiding en onderscheid. Wie onder u daarom deze maand beleeft, laat hem daarin vasten. Maar wie onder u ziek of op reis is, een aantal andere dagen. Allah wenst gemak voor u en geen ongemak, en opdat gij het aantal zult voltooien en opdat gij Allah’s grootheid zult prijzen, omdat Hij u terecht heeft geleid en opdat gij dankbaar zult zijn.

HQ 2:187
Het is u veroorloofd, om op de nacht van het vasten tot uw vrouwen in te gaan. Zij zijn een gewaad voor u en gij zijt haar een gewaad. Allah weet, dat gij onrechtvaardig hebt gehandeld tegenover uzelf en heeft Zich met barmhartigheid tot u gewend en u verlichting geschonken. Daarom moogt gij nu tot haar ingaan en betrachten, hetgeen Allah u heeft verordend; en eet en drinkt, totdat bij de dageraad de witte draad zich onderscheidt van de zwarte draad. Voltooit dan het vasten tot het vallen van de avond. En gaat niet tot haar in, terwijl gij in de Moskeeën Etikaaf houdt. Dit zijn de beperking van Allah – dus nadert deze niet. Zo zet Allah zijn geboden uiteen voor de mensen, opdat zij vroom zullen zijn.

Normen en waarden in de Islam

Wat is het doel van het geloof? Het doel van het geloof is dat de mens zich "fatsoenlijk" gedraagt en leeft. Het geloof geeft de mens een set van waarden en normen. De Koran is een leidraad, een richting om bij het doel te komen. De verplichtingen van een moslim zijn bedoeld om periodiek herinnerd te worden aan God, de medemens en de relativiteit van het leven. 

In een metafoor zou men het volgende kunnen stellen:
Het doel is om in Maastricht uit te komen. De Koran geeft de route, de corridor, aan. Binnen de corridor kan men manoeuvreren. Het gebed, de armenbelasting (zakaat), het vasten en de Haj zijn de vangrails die ervoor zorgen dat men niet teveel van de weg afraakt. Volg de route, rij op uw eigen helft, gebruik uw verstand, wees bewust waar u op weg naar toe bent en u zult een plezierige tocht hebben en goed aankomen.

De NORMEN EN WAARDEN IN DE ISLAM zijn hieronder samengevat en in het navolgende ondersteund met letterlijke Koran teksten en verwijzingen.

1. WAARHEIDLIEVENDHEID

2. OPRECHTHEID

3. ONBAATZUCHTIGHEID

4. NEDERIGHEID

5. GEDULD

6. VERGEVINGSGEZINDHEID

7. ZUIVERHEID EN SCHOONHEID

8. EERLIJKHEID

9. GOEDHEID EN VRIENDELIJKHEID

10. CONSIDERATIE MET EN RESPECT VOOR ANDEREN

11. BESCHEIDENHEID

 

1. WAARHEIDLIEVENDHEID

" O gelovigen, voldoe jullie plicht aan Allah, en spreek eerlijke woorden" (33:70)

" O gelovigen, voldoe jullie plicht aan Allah, en wees met de waarheidsgetrouwen" (9:19)

" O gelovigen, wees handhavers van het recht, getuigen voor Allah, zelfs als het tegen jullie zelf is of (jullie) ouders of naaste verwanten- of hij nu rijk is of arm" (4:135)
 

2. OPRECHTHEID

" Dien Allah en wees oprecht gehoorzaam aan hem" (39:2)

" Het is zeer verfoeilijk in de ogen van Allah dat jullie dingen zeggen die jullie niet doen" (61:3)

" Dus wee degenen die bidden, maar die hun gebeden niet in acht nemen ! Die goed om gezien te worden" (107:4-6)

3. ONBAATZUCHTIGHEID

Jullie zullen geen rechtschapenheid bereiken, tenzij jullie (uit liefdadigheid) weggeven uit wat jullie liefhebben" (3:92)

" En verleen geen gunsten uit winstbejag" (74:6)

4. NEDERIGHEID

" En de dienaren van de Erbarmer (Allah) zijn degenen die de aarde bewandelen in nederigheid" (25:63)

" En draai niet in minachting jouw gelaat van de mensen af, en ga je ook niet te buiten in het land" (31:18)

5. GEDULD

" En Allah heeft de geduldigen lief" (3:146)

" En breng goed nieuws aan de geduldigen, degenen die , wanneer tegenslag hen overvalt, zeggen: " Waarlijk behoren wij aan Allah, en tot hem zullen wij wederkeren" (2:155-156)

6. VERGEVINGSGEZINDHEID

" Vergeef (de mens) en vergeet (hun fouten). Zouden jullie niet graag willen, dat Allah jullie vergeeft? (24:22)

" (De plichtsgetrouwen zijn) degenen die (hun boosheid bedwingen en die mensen vergeven. En Allah heeft degenen die goed doen (aan anderen (lief)" (3:134)

7. ZUIVERHEID EN SCHOONHEID

" Hij die zich (lichamelijk en geestelijk) zuivert is zeker succesvol, en (hij die) de naam van zijn Heer gedenkt, en dan bidt" (87:14-15)

" En reinig jouw kleren, en ga onreinheid uit de weg" (74:4-5)

8. EERLIJKHEID

" En verteer niet onder valse voorwendsels jullie eigendom, en probeer je hiermee ook geen toegang te verschaffen tot de rechters, opdat jullie een deel van het eigendom van de mensen onrechtmatig zullen verteren, terwijl jullie dit weten" (2:188)

9. GOEDHEID EN VRIENDELIJKHEID

" Allah beveelt waarlijk rechtvaardigheid en dat wij goed doen (aan anderen) en dat wij geven aan verwanten" (16:90)

"Doe goed (aan anderen). Allah houdt immers van weldoeners" (2:195)

10. CONSIDERATIE MET EN RESPECT VOOR ANDEREN

" O gelovigen, ga geen andere huizen binnen dan jullie eigen huizen, totdat jullie toestemming hebben gevraagd en de bewonders hebben begroet…..en wanneer jullie wordt gezegd, Ga terug, gan dan terug" (24:27-28)

" En wanneer jullie worden begroet met een groet, groet dan terug met een betere, of beantwoord hem (op z'n minst met dezelfde termen)" (4:86)

11. BESCHEIDENHEID

" Eet en drink en wees niet spilziek" (7:13)

" En zorg ervoor dat je hand niet geketend is aan je nek (zodat je zuinig bent in je uitgaven), noch zal je hem strekken zover als je kunt (zodat je alles verspilt)" (17:29)


Presentatie ter gelegenheid van Ied Ul Fitr, December 2002

Het leven van de Profeet Mohammed (vzmh)

Mohammed, de boodschapper van Allah, aanschouwde het levenslicht op 12 april 570 volgens de christelijke jaartelling te Mekka. Zijn vader Abdoellah genaamd was reeds voor de geboorte van Mohammed overleden en zijn moeder Aminah eveneens toen hij zes jaar oud was.

De familie van de profeet, Banoe Hasjim, behoorde tot de stam Qoeraisj en genoot een groot aanzien. Daarom werd aan Abdoel Moettalib, de grootvader van de Profeet de bewaking van de Ka’bah toevertrouwd.


De jeugd van Mohammed
Eerst werd Mohammed (vrede Gods ruste op hem) door zijn grootvader grootgebracht en na diens dood nam de oom van de Profeet hem onder zijn hoede. Aboe Talib hield veel van Mohammed en hoewel hij zelf veel kinderen had, verloor hij zijn kleine neef nooit uit het oog. Als hij lang op reis moest, nam hij altijd zijn neef mee. Dit is ook de reden, dat Mohammed enkele reizen maakte naar Syrië. Er zijn totaal 3 reizen naar Syrië bekend: een toen Mohammed slechts 9 jaar oud was, de tweede toen hij ongeveer de 12 jarige leeftijd had bereikt en de laatste toen hij 25 jaar oud was in de dienst van een rijke weduwe, Chadidjah, als leider van de handelskaravaan.

Met groot succes leidde hij de karavaan. Door zijn kundigheid, eerlijkheid en zijn goede behandeling van zijn ondergeschikten werd hij geprezen door de bewoners van Mekka.

Chadidjah, die 15 jaar ouder was dan Mohammed, kwam zo onder de indruk, dat zij graag met hem wilde trouwen. Mohammed toonde zijn genegenheid en trouwde met Chadidjah terwijl deze 40 jaar oud was en hij slechts 25 jaar.

Mohammed de betrouwbare en de waarheidlievende Mohammed was reeds bekend onder het volk als de betrouwbare en de waarheidlievende (al- amien en as-siddieq). Van nature was hij afkerig van de afgodendienst en hij heeft zich nooit voor een afgodsbeeld gebogen.

Mohammed geloofde in de Schepper der hemelen en aarde. Hij stelde alles in het werk om Hem te zoeken en zich met Hem te verenigen. Dit deed hij door bidden en vasten. Langzamerhand voelde hij zich getrokken naar het hogere. Het begon hoe langer hoe duidelijker te worden, zodat zijn geloof veranderde in zekerheid.

Nu was het voor hem geen tasten meer in de duisternis, want hij had het goddelijke licht met de ogen van zijn hart als werkelijkheid beleefd. Hij kreeg nu en dan visioenen en openbaringen, die voor hem de weg openden, welke hem dichterbij zijn Schepper zou voeren. Hierop duidt het hoofdstuk 93 van de Koran dat luidt:

„Vond Hij u niet als wees en beschermde Hij U; en vond Hij U niet zoekende en leidde Hij u?"

 

De eerste openbaring
Voordat hij de eerste openbaring van de Koran ontving, zonderde hij zich dagen lang in een nabij gelegen grot, Hira, af. Hier ontving hij de eerste woorden van de Koran.

„Lees" hoorde hij zeggen. Hij antwoordde „Ik lees niet". Toen werd hij door een wezen omhuld en hoorde opnieuw: „lees", maar de profeet antwoordde weer „Ik wil niet lezen". De derde keer hoorde hij de stem klinken: „Lees in de naam van uw Heer, de Schepper". Nu was hem duidelijk geworden, dat deze woorden geen weerklank waren van zijn eigen verlangen en begon hij de woorden van het ongeziene te herhalen. Deze eerste boodschap luidde aldus:

„Verkondig in de naam van uw Heer, de Schepper, Die de mens uit geronnen bloed schiep. Verkondig, want uw Heer is het meest eerbiedwaardig . . . Koran 96.

 

De bekendmaking van de boodschap
Volgens het goddelijke bevel maakte Mohammed bekend, dat hij ermee belast was de mensheid tot God te roepen. Zijn boodschap hield in, dat men slechts in één enige God moest geloven en zich niet moest buigen voor gesneden beelden in welke vorm ook. Men moet zijn Schepper zoeken en alleen Hem aanbidden. De rijken moeten de minderbedeelden helpen; de wees moet men grootbrengen en de weduwen ter zijde staan in het vervullen van de taak, die op haar schouders rust.

Toen men deze boodschap hoorde, was de reactie van uiteenlopende aard: Sommigen dachten, dat Mohammed krankzinnig was geworden; anderen waren van mening dat hij begonnen was te liegen om hierdoor materiële welstand te bereiken. Maar zij, die hem van nabij kenden accepteerden zonder aarzeling zijn boodschap. Van krankzinnigheid konden zij hem niet beschuldigen, want een krankzinnige gedraagt zich geheel anders dan Mohammed dit deed. Hij was veel te eerlijk en te waarheidlievend om hem voor leugenaar uit te maken.

Zijn beste vriend Aboe Bakr, was op reis toen Mohammed zijn missie bekendmaakte. Toen Aboe Bakr terugkeerde werd hem door een slavin medegedeeld, dat zijn vriend Mohammed krankzinnig zou zijn geworden. Op zijn vraag vertelde die slavin, dat Mohammed begonnen was te zeggen, dat hij door God als boodschapper was aangesteld en dat men alleen in één God moet geloven en ophouden zich voor de afgodsbeelden te buigen. „Heel Mekka praat erover en de stamhoofden zijn woedend."

Aboe Bakr ging direct naar Mohammed en toen hij binnen werd gelaten vroeg hij aan Mohammed: „Hebt U verklaard, dat God U als boodschapper heeft aan- gesteld?" De Profeet wilde hiervan een uitleg geven, maar Aboe Bakr weigerde verdere uiteenzetting. Daarop antwoordde de profeet „Ja". Aboe Bakr beantwoord- de deze bevestiging door te getuigen: „Ik getuig dat er geen God is dan Allah en ik getuig, dat Mohammed Allah’s dienaar en Zijn Boodschapper is."

Deze spontane getuigenis van Aboe Bakr toont aan wat voor geloof deze in Mohammed had. Een getuigenis van hen die iemand van nabij hebben leren kennen, legt een groot gewicht in de schaal.

 

De eerste algemene verkondiging van de Boodschap
Hoewel men overal over de boodschap van Mohammed praatte, stond men er toch onverschillig tegenover. Het was daarom nodig om de boodschap op een grotere basis aan de bewoners van Mekka door te geven. Op een gegeven dag riep Mohammed de bewoners van Mekka bij zich van de top van een heuvel, zoals men dit voor een belangrijke zaak placht te doen. Na enkele ogenblikken kwamen de Mekkanen in scharen naar hem toe. De stamhoofden vroegen Mohammed wat hij te berichten had. Hij stelde een tegen- vraag: „Indien ik u zou mededelen, dat zich achter deze heuvel een machtig leger zou verscholen houden om op een gegeven ogenblik Mekka binnen te vallen, zult u mij geloven?"

De vooraanstaande lieden antwoordden eenstemmig: „Ja, want wij hebben nooit en te nimmer een leugenachtig woord van u vernomen en indien wij het leger niet zouden zien, zouden wij zeggen, dat onze ogen ons bedrogen." Dit antwoord toont duidelijk aan, dat de bewoners van Mekka bereid waren om het onmogelijke te geloven dan Mohammed van leugens te beschuldigen. Toen zei Moham- med, ik heb u samengeroepen om u mee te delen, dat er één enige God bestaat en dat ik de Boodschapper van Allah ben."

Toen zij dit hoorden, gingen zij de Profeet uitschelden en zeiden:

„Hiervoor hebt u ons laten komen."

De menigte ging uiteen met uiteenlopende meningen. Sommigen zeiden, dat zij met een krankzinnige te maken hadden en anderen beschuldigden de Profeet van leugens. Er waren ook, die ernstig over deze zaak gingen nadenken.Langzamerhand begon de boodschap van de Islam zich te verspreiden. Het gevolg was, dat men overal over Mohammed en zijn leer ging praten.

Onder de eerste gelovigen bevonden zich vrouwen, jongelui, slaven en enkelen, die onder het volk wat aanzien genoten. De stamhoofden, die tot dusver onverschilligheid hadden getoond, begonnen onrustig te worden. Zij zouden hun afgoden helpen, door de boodschap van de Islam tegen te houden. Het plan, dat zij hiervoor beraamden was de vervolging der gelovigen. Zij dachten daardoor de massa bang te maken en zodoende Mohammed tegen te werken.

Er werden allerlei wreedheden toegestaan, die wij niet eens kunnen vermelden. Maar zoals immer, kon men door deze handelwijze de boodschap van de Islam niet teniet doen. Integendeel hebben deze vervolgingen er veel toe bijgedragen, dat de Islam in een zeer korte tijd een weergaloos succes heeft behaald.

In enkele jaren groeide de gemeenschap aanzienlijk en daarbij voegden zich dappere en aanzienlijke lieden.

De wreedheden, die tegen de gelovigen werden gepleegd, waren van dien aard, dat de moslims niettegenstaande hun kleine aantal, zelfverdedigingsmaatregelen wilden treffen. Maar zij werden telkens weer door de Profeet vermaand:

„Hebt geduld, voorwaar Allah is met de geduldigen. Voorwaar na ongemak komt gemak, voorzeker na ongemak komt gemak."

De Profeet ontving steeds nieuwe openbaringen waarin de gelovigen werd bevolen op generlei wijze gebruik te maken van geweld. Zij moesten zelfs de ongelovigen vergeven:

„Zeg tegen de gelovigen, dat zij diegenen moeten vergeven, die niet in de ontmoeting met hun God geloven." 45 : 15.

 

Hidjrah
13 jaren waren voorbijgegaan, maar de wreedheden van de kant van de bewoners van Mekka namen niet af. Het werd met de dag erger. De moslims kregen toestemming hun stad te verlaten en hun toevlucht te zoeken in Madina. Alle moslims verlieten langzamerhand hun geboortestad Mekka. De Profeet van God bleef met enkele moslims achter. De ongelovigen hadden een plan gesmeed om de Profeet op een nacht te doden. De nacht, die zij hiervoor bepaald hadden, verliet de Profeet zijn huis terwijl zij het huis omsingelden. Met Aboe Bakr kwam Mohammed de stad uit en zij verscholen zich in een grot op een berg. Na drie dagen zetten zij hun reis door naar Madina, waar zij door de gelovigen met vreugde werden ontvangen.

Hoewel de bewoners van Mekka geen last meer hadden van de Profeet, wilden zij toch de gelovigen niet met rust laten. Herhaaldelijk strekten zij hun rooftochten uit tot Madina. De moslims kregen toestemming om zich te verdedigen. Daar de ongelovigen de Moslims steeds vervolgden, werd het hen toegestaan om zich te verdedigen. Deze verzen luiden aldus:

„Toestemming om te vechten is gegeven aan hen, tegen wie gevochten wordt, omdat hen onrecht wordt aangedaan, Voorze- ker Allah heeft de macht dezen bij te staan. Want zij werden ten onrechte uit hun huizen verdreven alleen omdat zij zeiden „Onze Heer is Allah." En indien Allah sommigen niet met behulp van anderen tegenhield, zouden ongetwijfeld, kloosters, kerken, synagogen en moskeeën, waarin Allah’s naam wordt herdacht, afgebroken zijn." 22 : 35.

Het doel van de oorlogen was niet anders dan de rust te herstellen en geloofsvrijheid te waarborgen. Wij lezen hierover als volgt:

„Zeg tot de ongelovigen, indien zij ophouden (u te vervolgen), zal hen vergeven worden wat reeds gebeurd is en indien zij weer beginnen voorwaar, dan is er alreeds het voorbeeld van vroegere volken."

„En bestrijdt hen totdat er geen vervolging meer is en de godsdienst geheel voor Allah wordt" 8:39.


De moslims moesten elk ogenblik bereid zijn om met de tegenstanders vrede te sluiten:

„Indien zij vrede wensen, doe dit alzo; maar indien u vreest, dat zij u zullen bedriegen weest dan er zeker van, dat Allah uw beschermer is."

Gedurende de acht jaren van zijn verblijf in Madina moest de Profeet herhaaldelijk onder uiterst ongunstige omstandigheden tegen de ongelovigen strijden. In het 5de jaar na hidjrah, werd Madina door tienduizend tegenstanders omsingeld. In het jaar 8 werd een vredesverdrag gesloten met de Mekkaners dat echter niet lang heeft geduurd. Tijdens dit verdrag kon de Profeet zijn aandacht besteden aan zijn gemeenschap. Gedurende deze twee jaren van vrede heeft de Islam grote successen geboekt. In het jaar 10 na de hidjrah, kwam Mekka zonder bloedvergieten in de handen van de Moslims. Het jaar daarop verrichtte de Profeet zijn laatste bedevaart en er waren honderdduizenden, die naar zijn laatste woorden luisterden.

 

Succes van de Profeet
Op 63-jarige leeftijd nam God de Profeet tot zich. De 23 jaren van de missie van de Profeet werden met ongeëvenaard succes bekroond. Onder zijn leiding was reeds een gemeenschap gevormd, die zijn werk zou kunnen voortzetten. Het geheim van het succes van de Profeet lag niet in uiterlijke macht, want er waren veel sterkere machten aanwezig dan die van de Moslims, wat aantal en uitrusting betrof. Het geheim van zijn overwinning lag in het feit, dat er geen tegenstelling was tussen het woord en de praktijk van de Profeet. De Profeet wordt ook in de Heilige Koran tot voorbeeld gesteld aan de gelovigen:

„Voorzeker, de boodschapper van Allah dient als het beste voorbeeld voor u." 33 : 22.

Dit is ook de reden, dat elk woord en elke daad van de Profeet een leiddraad werd voor de gelovigen. Het is ook het verschil tussen een boodschapper van God en een wereldse leraar. Een filosoof bijvoorbeeld geeft ideeën aan de wereld maar geen voorbeeld; een dichter eveneens; een politicus geeft ook geen voorbeeld. En niemand verwacht, dat zulke lieden de mens zouden helpen door hun woord en daad tegelijk.

 

Het Voorbeeld van de Profeet
Na de korte uiteenzetting van de levensloop van de Heilige Profeet van de Islam, wil ik graag enkele kenmerkende eigenschappen van de Profeet in het kort behandelen. Wat Mohammed in het begin van zijn optreden was, dat is hij gebleven tot zijn laatste adem toe. De veranderde omstandigheden konden hem op generlei wijze ongunstig beïnvloeden. Of hij nu als een onvermogend man door de straten van Mekka liep, of als een machtige persoonlijkheid, hij bleef een en dezelfde persoon. Hij heeft rijkdom en armoede gekend, doch heeft hij het wereldse niet lief gehad? Zijn vergevingsgezindheid en waarheidsliefde bleven ongeëvenaard. Zelfs zijn bittere vijanden konden dit niet verborgen houden.

 

Zijn kenmerkende eigenschappen

1. Vertrouwen op God
Toen de vijandschap op zijn hoogste punt was, kwam het bevel van God om de boodschap kenbaar te maken en de Profeet nam direct maatregelen om dit te doen. Hij nodigde de stamhoofden bij zich uit en predikte het woord van God. Toen de mensen dit niet wilden horen, ging hij naar andere steden om aldaar de Boodschap te verkondigen. Hij ontmoette heftige tegenstand, doch ging door met het bekendmaken van Gods woord. De stamhoofden van Mekka waren plannen aan het beramen om de profeet te doden, maar hij stuurde zijn volgelingen vooruit naar Madina en bleef zelf alleen met een paar van zijn vrienden achter. Hij had vertrouwen in het woord van God, dat hem troostte: „God zal u tegen de mensen beschermen."

Nadat de Profeet Mekka had verlaten en zich in een grot had verscholen, werd hij door de vijand achtervolgd. De vijand stond voor de ingang van de grot. Aboe Bakr werd angstig, waarop de Profeet zei:

„Wees niet bang, Allah is met ons."

Op een keer stond hij alleen voor de vijandelijke linie, terwijl zijn volgelingen met uitzondering van enkelen, wegens een onverwachte aanval van de vijand het veld hadden geruimd. Toen de Profeet zich in deze moeilijke situatie geplaatst zag, deed hij geen poging om te ontvluchten. Integendeel, hij riep uit:

„Ongetwijfeld ben ik de profeet van God en ik ben de kleinzoon van Abdoel-Moettalib."

Hiermede wilde de profeet zijn tegenpartij aantonen, dat hij standvastig bleef hoewel zijn volgelingen waren weggelopen. De verantwoording rustte op zijn schouders en niet op die van zijn volgelingen.

2. Gebed

Het gebed was de tweede natuur van de Profeet geworden. Het was voor hem geestelijk voedsel zonder welke de geest niet levend kan blijven. Het was voor hem een moment waarop hij zich geheel en al met God verenigd voelde. Het gebed wordt daarom Mi- raadj-oel-Moeninien genoemd. Miraadj betekent het middel, dat de mens omhoog brengt, omhoog naar God onder de moeilijkste omstandigheden heeft hij door zijn voorbeeld geleerd, hoe men dient te bidden. Hij leerde de gelovigen vijfmaal daags bidden, maar hij voegde er enkele voor zichzelf aan toe. Hij leerde ons vasten gedurende een maand, maar hij vastte om de dag, om zijn dank te betuigen aan zijn Schepper.

3. Eerbied voor de mens

Hij beschouwde alle mensen gelijk en maakte er geen onderscheid. Zijn dochter verzocht hem om een bediende, maar de Profeet zei: Het is beter, dat jij zelf werkt, dan dat je een ander in je plaats laat werken.

4. Vredelievendheid
De Heilige Profeet was buiten- gewoon vredelievend. Indien de tegenpartij vrede wilde sluiten, legde hij de wapenen direct neer, zelfs onder ongunstige voorwaarden. Het vredesverdrag van Hoedaibijja is een schitterend voor- beeld hiervan. Onder andere stond hierin de volgende voorwaarde: Indien een ongelovige, moslim zou worden en zich bij de Islam aan zou sluiten, dan moest men hem tegen zijn wil terugzenden. Maar indien een moslim zich bij de Mekkaners zou aansluiten, dan mocht men hem niet aan de moslims uitleveren. Deze voorwaarden waren geenszins redelijk voor de moslims, doch de Profeet gaf de voorkeur aan de vrede.

5. Vergevingsgezindheid van de Profeet Als men in zijn machteloosheid zijn kwaaddoeners zou vergeven, kan men dit als onmacht beschouwen. Maar als iemand na allerlei vervolgingen te hebben ondergaan, gelegenheid krijgt om de boosdoeners met gelijke munt te betalen, maar men doet dit niet, dan kan er geen twijfel bestaan over zijn vergevensgezindheid. De Profeet van de Islam heeft veel geleden toen hij in Mekka was; hoewel hij geen haatgevoel tegen zijn vijanden droeg, kon men toch zeggen, dat zijn vergevensgezindheid misschien op machteloosheid berustte. Maar zijn medeburgers, hoewel hem niet goedgezind, wisten toch dat Mohammed op een hoger peil van geestelijke ontwikkeling stond. Dit is ook de reden, dat toen de bewoners van Mekka, die op allerlei wijze het leven van de Profeet moeilijk maakten, machteloos tegenover Mohammed stonden, op zijn vraag, „Wat verwacht u ?" antwoordden: „Wij rekenen op uw vergevensgezindheid als de broeders van Jozef".

De Heilige Profeet riep uit: „Gaat heen in vrede, ik heb niets tegen u."

Deze grootmoedigheid van de Profeet werd het bewijs voor zijn goddelijke zending. Want de vijand op dergelijke wijze zonder voorbehoud vergeven, kan alleen door hem gebeuren, die geen haat draagt voor zijn tegenpartij en voor wie alle mensen gelijk zijn. Velen onder de aanwezigen verklaarden spontaan hun geloof in één God en zeiden: Er is geen God dan Allah en Mohammed is Zijn gezant. Mohammed’s optreden was noch voor persoonlijke eer, noch in eigen belang om hierdoor te verrijken. Alles was om God’s eenheid op aarde te verkondigen. Hij bleef eenvoudig, hoewel zijn volgelingen hem als een koning wilden zien, maar hij keurde alle plannen af, die daarop doelden. Hij had geen rijkdommen verzameld, maar alles wat hij achterliet behoorde aan het volk. Hij zei:

Wij, profeten erven niet, noch erft men van ons. Alles wat wij achterlaten behoort aan het volk.

Zijn voorbeeld is een les voor de staatshoofden, die zich door hun positie verrijken. Een waar hoofd is hij, die tot het volk behoort, en het volk tot hem. Een zeer machtig stamhoofd van Arabië kwam naar Madina en wilde met de Profeet een verdrag sluiten. Hij bood aan, dat hij met zijn gehele stam de Profeet zou aanvaarden mits de Profeet hem zou beloven een testament te maken, dat hij de Profeet zou opvolgen. Een opportunist zou van dit aanbod wel gebruik hebben gemaakt in de mening dat zijn volgelingen toch over de opvolging hadden te beslissen. Een wereldse heerser zou er ook profijt van hebben getrokken. Maar de Heilige Profeet verwierp zonder aarzeling zijn aanbod en zei:

„Indien iemand voor zijn Islam een dadelpit zou vragen zou ik dit ook niet accepteren."

6. Het vertrouwen in de Koran als Gods woord
Even voor zijn overlijden, wilde de Profeet een testament maken, teneinde de gemeenschap naar zijn inzicht, een blijvende leidraad achter te laten. Men weet niet precies wat de bedoeling van de Profeet geweest is. Maar toen hij de toestand van de Profeet zag, zei ‘Oemar:

„Gods boek is genoeg voor ons".

Toen de Profeet van God deze woorden hoorde, werd hij verheugd en voelde geen behoefte meer om een testament te schrijven. Misschien wou de Profeet juist dezelfde woorden laten neerschrijven, dat men voor alle moeilijkheden de Koran als wegwijzer moest beschouwen. Het betekende ook een grote verlichting voor de Profeet, dat zijn volgelingen hetzelfde vertrouwen hadden in het woord van God, als hijzelf.  Zijn tijd was nu gekomen om deze wereld te verlaten en dat deed hij terwijl de volgende woorden op zijn lippen waren:

Allahoemma birrafieqil-ala.
„Ik geef er de voorkeur aan om bij mijn hoogste vriend te zijn."

Bijna 1432 jaar geleden is het, dat de Profeet van God (Moge Gods vrede en zegeningen zijn deel zijn), deze wereld verliet, maar zijn bezielende geest bleef doorwerken, waardoor zijn boodschap tot heden toe op levende wijze wordt voortgedragen. Mohammed, de boodschapper van Allah, aanschouwde het levenslicht op 12 april 570 volgens de christelijke jaartelling te Mekka. Zijn vader Abdoellah genaamd was reeds voor de geboorte van Mohammed overleden en zijn moeder Aminah eveneens toen hij zes jaar oud was.

Islam over jihaad, oorlog en terreur

Een visie van de Lahore Ahmadiyya Moslim's
JIHAAD is geen terrorisme, Oorlog is terrorisme

JIHAAD betekent iets fervent nastreven, zich inspannen om iets te bereiken. Allah houdt niet van terrorisme (De Heilige Koran – 2:205), noch van terroristen (5:64).

Over terrorisme (Heilige Koran 2:205): "En wanneer hij zich omkeert en hij loopt in het land voort, opdat hij daarin kwaad zal stichten en het veldgewas en het vee zal vernietigen, en God heeft het kwaadstichten niet lief".

De Heilige Koran dringt er op aan dat wanneer Allah u paleizen op zijn vlakten geeft en huizen, uitgehouwen in de bergen, u geen terrorist moet worden, noch de bevelen van buitensporigen, die de aarde terroriseren, moet opvolgen (7:74; 26:149-152)

JIHAAD is geen heilige oorlog. De Verspreiding van de Islam door dwang is nergens in de Koran terug te vinden. De gedachte aan een jihaad door middel van terrorisme heeft, helaas voor Moslims, zo'n sterke greep op hen. Er is slechts één moslimbeweging in de hele wereld (de Ahmadiyya Beweging), waarin de verwerping van jihaad door middel van terrorisme deel uitmaakt van de religieuze opvattingen. Ahmadies verwerpen deze gevaarlijke doctrine en geloven in een leider die de Islam in vrede en onderdanigheid predikt en die jihaad door middel van geweld verwerpt als middel voor de verspreiding van de Islam.

De leerstellingen van Mirza Ghulaam-Ahmad* zijn, dat jihaad door middel van terrorisme strikt verboden is en dat degene die geweld en terrorisme gebruikt als middel om de Islam te verspreiden een zondaar is voor Allah. Mirza Ghulaam-Ahmad heeft voortdurend gepredikt tegen jihaad door middel van terrorisme. Toen Mirza Ghulaam-Ahmad aan zijn missie begon om de Islam te propageren, kwam hij een van de meest indrukwekkende obstakels tegen, n.l. dat er wereldwijd een stigma op de Islam heerste betreffende de jihaad. Westerse critici beweerden dat de Islam haar volgelingen leert dat zij moeten toegeven aan geweld tegen andersgelovigen, hun een plaats in het paradijs belovend. Tegelijkertijd bekrachtigden sommige Moslim leiders en hun volgelingen exact dezelfde gedachte door hun beweringen en gedragingen.

Als Westerse critici van de Islam de valse gedachte verspreiden dat de Islam een meedogenloze godsdienst is die oorlog en geweld predikt en synoniem is aan zelfmoord en terrorisme, dan zal het gevolg niet zijn dat Moslims de Islam zullen opgeven, maar dat de meerderheid er meer van overtuigd zal raken dat hun godsdienst hen inderdaad leert geweld te gebruiken tegen andersgelovigen.

Iedereen die de Koran en de geschiedenis van de Islam bestudeert, zal zich realiseren dat de term jihaad in de verste verte niet die jihaad is die de Islam ons leert. Dit zijn criminele acties, die naar voren komen door basale woede uitbarstingen of door de ijdele hoop op het bereiken van het paradijs. Onwetende religieuze leiders hebben de massa misleid. Zij hebben hen brute en inhumane daden voorgehouden als te zijn de sleutel tot het paradijs. Het is een schande en spijtig dat wij iemand, die we niet kennen, die geen vijand van ons is en gewoon volgens zijn eigen geloofsovertuiging leeft, te doden en daarmee zijn vrouw tot weduwe maken, zijn kinderen vaderloos en van zijn huis een plaats van rouw. Wordt zoiets ons geleerd in de Koran of de Hadith? Heeft enig Moslim leider daar antwoord op? Onwetenden hebben slechts het woord jihaad gehoord en gebruiken het als een voorwendsel en dekmantel voor het bevredigen van hun eigen egoïstische behoeften, of bezondigen zich aan bloedvergieten puur uit fanatisme en waanzin.

Hazrat Mirza Ghulam Ahmad legde niet alleen de term jihaad uit, maar ook waarom en onder welke omstandigheden de Moslims ten tijde van de Heilige Profeet Mohamed de wapens hadden opgenomen. Mirza Ghulaam-Ahmad schrijft:

"Ik weet zeker dat al het onrechtvaardige moorden de daden zijn van onwetende mannen die hun laagste basale behoeften volgen en er compleet onbewust van zijn wat de redenen en oorzaken waren dat de Islam in haar beginjaren oorlogen moest voeren."

De Koran leert ons dat Moslims vervolging en pijn moeten verdragen(16:110) en anderen zachtaardig moeten uitnodigen voor de waarheid. Wat betreft de Christenen, beveelt de Heilige Koran: "Roep tot de weg van uw Heer met wijsheid en uitnemende vermaning, en redetwist met hen op de beste wijze" (16:125). Beste wijze hier betekent beleefd en op een beschaafde wijze. De waarheid heeft geen geweld nodig om verspreid te worden. Gebruik van geweld bewijst eigenlijk dat je argumenten zwak zijn. God heeft ook aan zijn Heilige Boodschapper geopenbaard: "verdraag geduldig, gelijk de met standvastigheid begaafde apostelen met geduld verdroegen" (46:35), wat betekent dat de Heilige Profeet zulke verdraagzaamheid moet tonen dat het niet minder is dan de totale verdraagzaamheid getoond door alle voorgaande profeten. Toegang tot het paradijs krijgt men door woede te onderdrukken en de mensheid te kunnen vergeven, niet door zelfmoord of martelaarschap. De Koran zegt:

"En gehoorzaam God en zijn Boodschapper, opdat u genade wordt bewezen. En haast u naar de vergiffenis van uw Heer en (naar) een Tuin (het Paradijs), waarvan de uitgestrektheid (als) de hemelen en de aarde is; die is bereid voor degenen die zich (voor het kwaad) behoeden: Degenen die zowel in voor- als tegenspoed (weldadig) uitgeven, en degenen die (hun) woede bedwingen en de mensen begenadigen; en God heeft de weldoeners (van anderen) lief."( 3:131-133)

Hoeveel mensen, inclusief Moslims, weten dat de Heilige Koran van Moslims eist dat zij hun woede moeten onderdrukken en de mensheid moeten kunnen vergeven. Ergens anders in de Koran wordt gezegd over ware gelovigen "en wanneer zij toornig zijn, vergeven zij" (42:37).

De Koran houdt de beginselen van het menselijke bestaan hoog

  • De eenheid van de mens ligt in de eenheid van God Die Rab-b ul 'aalameen is (de Aanmoediger, de Voeder van alle menselijke wezens, ongeacht ras of religie (1:1)).
     
  • De mensheid is één volk (2:213).
     
  • Mensen zijn geschapen tot stammen en gezinnen zodat zij elkaar kennen en begrijpen (49:13).
     
  • Geloof in alle voorgaande Heilige Boeken (2:4).
     
  • Respect voor de oprichters van alle religies (2:285).
     
  • Respect voor alle gebedshuizen (22:40).
     
  • Geen dwang in religie (2:256).

Islam is vrede met god door vrede met en tussen mensen.


* Mirza Gulaam-Ahmad, 1835-1908
Oprichter van de Ahmadiyya Beweging in de Islam

 

Het Lichtfeest

Op 11 november 2015 vieren onze Hindoebroeders en -zusters het Diwalifeest, ook wel bekend als het Lichtfeest. Zoals iedere religie een licht is voor haar volgelingen, is de Islam een licht voor de gehele wereld. In dit artikel behandelen we het lichtvers uit de Heilige Koran.

"Allah is het licht van de hemelen en de aarde. Een gelijkenis van Zijn licht is als een pilaar waarop een lamp staat – de lamp staat in een glas, het glas is als het ware een helder stralende ster – aangestoken vanuit een gezegende olijfboom, niet in het oosten, noch in het westen, waarvan de olie licht geeft zonder dat het wordt geraakt door het vuur – licht op licht. Allah leidt naar Zijn licht wie het Hem behaagt.

(Het is) in huizen waarvan Allah heeft toegestaan dat zij worden verheven en dat Zijn naam daarin wordt herdacht. Verheerlijk Hem daarin, in de ochtenden en in de avonden. Mensen die niet door koopwaar of door verkoop worden afgeleid van de gedenking van Allah, of van het onderhouden van het gebed of van de betaling van de armenbelasting … En grenzeloos voorziet Allah degene voor wie het Hem behaagt" (Koran, 24:35-37).

Het licht van God wordt in dit vers vergeleken met een lamp op een pilaar, zodat het de hele wereld kan verlichten. De lamp is in een glas, zodat het niet kan worden uitgeblazen, en samen met het glas vormt het een helder stralende ster. De symboliek hierachter is dat het licht van de Islam niet kan worden uitgeblazen. Verder is het licht noch van het Oosten, noch van het Westen, en dus bestemd voor de gehele wereld.

Het bijzondere van dit licht van Allah is dat het de wereld verlicht, zonder hitte te verspreiden. Dit heeft een diepere betekenis. De mens heeft altijd geprobeerd om "efficiëntere" lichtbronnen uit te vinden die zo min mogelijke hitte opwekken, aangezien de warmte die een lamp produceert verloren energie is. De brandstof van het licht van Allah brengt zuiver licht voort, zonder verbranding, zonder hitte. Vaak kleeft er aan een godsdienst een grote hoeveelheid hitte, waarvan de volgende voorbeelden getuigen: vurige toespraken van predikers, verhitte debatten tussen volgelingen van verschillende geloven, en gemakkelijk ontvlambare, snel oplaaiende religieuze sentimenten. Maar de Islamitische leringen zijn licht zonder hitte. Wij dienen dus licht te verspreiden zonder hitte op te wekken.

"Licht op licht" betekent dat de lamp, ofwel de Islam, steeds meer licht zal geven. Er bestaat geen einde aan de hoeveelheid vooruitgang die iemand kan boeken, meer en meer leiding ontvangende via het licht van God.

Vers 36 spreekt over het licht dat van God komt in de huizen waar aan Hem wordt gedacht, waar Zijn leringen worden nageleefd, waar "mensen niet door koopwaar of door verkoop worden afgeleid van de gedenking van Allah, of van het onderhouden van het gebed of van de betaling van de armenbelasting." Bij het vieren van Divali wordt Lakshmi – die wordt beschouwd als de godin van rijkdom – herdacht, die de huizen binnenkomt en de rijkdom zegent voor het komend jaar. Voormelde aanhaling uit de Koran leert echter dat het licht van God die huizen zal binnengaan, waar er mensen zijn die het vergaren van rijkdom niet stellen boven hun plicht aan God en hun medemensen. Wanneer wij bezig zijn met geld verdienen, moeten wij in de eerste plaats voor ogen houden de gedachtenis aan Allah (het denken aan Zijn leringen van oprechtheid, waarheid en eerlijk handelen, onze geestelijke plichten (gebed) en onze plichten van het goede doen tegenover anderen (liefdadigheid).

Bronnen:
– De Heilige Koran, vertaling van Maulana Muhammad Ali
– The Light, editie januari-maart 2002


Dit artikel is afkomstig van ivisep.org

Geplaatst in B&A

Radio-uitzendingen (Razo) Ramadan 2015

In 2015 heeft Radio Razo de moskee vereniging AAIIA de mogelijkheid gegeven om lezingen te verzorgen tijdens de Heilige maand Ramadan. De Voorzitter, Imaam, en Secretaris hebben diverse onderwerpen behandeld. Deze lezingen zijn toegevoegd aan onze bibliotheek en kunnen dus terugeluisterd worden.  Zie de onderwerpen per uitzending hieronder:

Uitzending 1  – Ramadan (Imaam Abdoel Wahaab Muradin)

Uitzending 2 – Eigenschappen van Allah (SWT) (Imaam Abdoel Wahaab Muradin)

Uitzending 3  – Lijden (Voorzitter Henk Nassier)

Uitzending 4  –  Nachtgebed, Lailatoel Qadre en Eid (Secretaris Mavis Muradin)

   

  

Geplaatst in B&A

Radio-uitzendingen (Razo) Ramadan 2014

Radio Razo heeft in 2014 de Imaam van de AAIIA, dhr Abdoel Wahaab Muradin, de mogelijkheid gegeven om lezingen te verzorgen tijdens de Heilige maand Ramadan.  De Imaam heeft diverse onderwerpen behandeld.  Deze lezingen zijn online beschikbaar en kunnen dus terugbeluisterd worden.

Uitzending 1 (01-07-2014) – Ramadan algemeen

Uitzending 2 (07-07-2014) – Bidden

Uitzending 3  (14-07-2014) – Zakaat

Uitzending 4  (22-07-2014) – Lailatoel Qadr

Nazams door Claudia Mangal:

Tareef us Guda ki 

dunia se dil laga ki