Lailatoel Qadr – Nacht van de grootsheid

In de nacht van zondag 10 juni op zondag 11 juni 2018 wordt de 'Nacht van de grootsheid' oftewel 'Lailatoe-l-Qadr' herdacht. Lailatoe-l-Qadr staat algemeen bekend als een van de oneven nachten van de laatste tien nachten van Ramadaan, waarin de Heilige Koran werd geopenbaard. Maar het heeft een diepere betekenis, omdat het betrekking heeft op de periode van het profeetschap van de Profeet Mohammed (vzmh) toen de Heilige Koran werd geopenbaard. Deze periode wordt nacht genoemd, omdat in die tijd de hele wereld gehuld was in duisternis, misleiding en ongeloof. Het wordt ook Al-Qadr (De Grootsheid) genoemd omdat de Heilige Koran, dat bijzondere hemelse boek van leiding, tot de mens werd gezonden, en de Profeet Mohammed (vzmh), die een onvergelijkbare gids is, op die nacht aangesteld werd.
.

Lees verder »

Het Islamitische vasten

De instelling van het vasten of saum – het zich onthouden van spijs en drank en sexuele gemeenschap, etc. van zonsopgang tot zonsondergang – kwam in de Islam na die van het gebed. Eerst in Medina, in het tweede jaar na de uittocht van de heilige profeet Mohammed, werd het vasten verplicht gesteld en de maand ramadan voor dit doel afgezonderd. Daarvóór placht de Heilige Profeet als een vrijwillige devotie op de 10e van de maand moharram te vasten en hij beval ook zijn volgelingen op die dag te vasten. Die dag was ook voor de Qoereisjieten, de stam waaruit de Heilige Profeet afkomstig was, een vastendag. De oorsprong van het vasten in de Islam kan dus nagespoord worden tot de tijd, toen de Heilige Profeet nog in Mekka was.

Het vasten is een universele instelling
In de Heilige Qoer'aan wordt het onderwerp vasten slechts op één plaats behandeld, namelijk in paragraaf 23 van het tweede hoofdstuk. Bij andere gelegenheden wordt ook melding gemaakt van het vasten ter vergoeding of fidiya in bepaalde gevallen.

Deze paragraaf 23 van hoofdstuk 2 van de Heilige Qoer'aan begint met de opmerking, dat de instelling van het vasten een universele instelling is:

O gelovigen! Het vasten is u voorgeschreven, zoals het degenen vóór u werd voorgeschreven, zodat u tegen het kwaad zult hoeden.(HQ 2:183)

De waarheid van de hier gegeven verklaring, dat het vasten 'degenen vóór u werd voorgeschreven', wordt door de godsdienstgeschiedenis bevestigd. Het gebruik van het vasten is in alle hogere, geopenbaarde godsdiensten nagenoeg algemeen erkend, hoewel er niet in alle dezelfde nadruk op wordt gelegd en de vormen en motieven verschillen. In de Encyclopedia Britannica staat: "De wijzen en motieven daarvan verschillen aanmerkelijk, overeenkomstig de streek, het ras, de beschaving en andere omstandigheden. Het zou echter moeilijk zijn enig godsdienststelsel te noemen, waarin het (t.w. het vasten) helemaal niet erkend wordt". De leer van Confucius is volgens de schrijver in de Encyclopedia Britannica de enige uitzondering.

Het tegenwoordige Christendom moge niet veel waarde aan dit soort van godsdienstplichten hechten, maar de Stichter van het Christendom vastte niet alleen zelf voor veertig dagen en nam als een waar jood het vasten op de Verzoendag in acht, maar beval ook zijn discipelen te vasten:

En wanneer gij vast, toont geen droevig gezicht gelijk de geveinsden; … Maar gij, als gij vast, zalft uw hoofd, en wast uw aangezicht (Mattheüs 6:16,17).

Het schijnt, dat zijn discipelen wel vastten, maar niet zo dikwijls als de discipelen van Johannes de Doper. Toen hem daaromtrent gevraagd werd, antwoordde hij, dat zij veelvuldiger zouden vasten, als hij weggenomen zou zijn (Lukas 5:33-35). Van de eerste christenen wordt vermeld, dat zij vastten (Handelingen 13:2-3; 14:23). Ook Paulus vastte (II Korintiërs 6:5; 11:27).

Nieuwe betekenis van het vasten
Dat men bij alle volkeren 'in dagen van rouw, smart en ongeluk' vastte, wordt door de feiten bevestigd. Onder de joden in het algemeen werd het vasten in acht genomen als een teken van droefheid of rouw. Zo wordt er van David melding gemaakt, dat hij voor zeven dagen vastte gedurende de ziekte van zijn jonge zoon (II Samuël 12:16-18). En als een teken van rouw wordt het vasten vermeld in I Samuël 31:13 en elders.

Behalve de Verzoendag, die door de Mozaïsche wet als een vastendag voorgeschreven werd – de mensen moesten hun zielen 'kastijden', terwijl de priesters de verzoening deden om hen van hun zonden te reinigen – kwamen na de Ballingschap verschillende andere vastendagen in zwang 'ter droevige herdenking van de verschillende droevige gebeurtenissen, die op de val van het koninkrijk Juda waren uitgelopen'. Vier van deze werden vaste vastendagen, 'die het begin van het beleg van Jeruzalem, de verovering van de stad, de verwoesting van de tempel en de moord op Gedàlia herdachten'(Encyclopedia Britannica).

Het was dus in het algemeen een zekere leed of droevige gebeurtenis, welker gedachtenis door vasten werd bewaard. Het vasten van Mozes gedurende veertig dagen – welk voorbeeld later door Jezus Christus gevolgd werd – schijnt de enige uitzondering te zijn. En het vasten werd in dit geval in acht genomen bij wijze van voorbereiding tot het ontvangen van een openbaring.

Het Christendom leidde geen nieuwe betekenis in het vasten in. De woorden van Christus, dat zijn discipelen veelvuldiger zouden vasten, wanneer hij uit hun midden zou zijn weggenomen, staaft slechts het joodse begrip van het vasten, zoals het in verband staat met nationale droefenis of rouw.

De gedachte die aan dit vrijwillige lijden, in de vorm van vasten in dagen van rouw en ongeluk, ten grondslag ligt, schijnt geweest te zijn een vertoornde Godheid te verzoenen en erbarming in Hem op te wekken. Hieruit schijnt zich gaandeweg het denkbeeld te hebben ontwikkeld, dat het vasten een boetedoening was, aangezien een leed of een ramp toe te schrijven zou zijn aan zonde. Zo werd het vasten een zichtbare uitdrukking van de door berouw teweeggebrachte verandering in het hart.

Eerst in de Islam kreeg het gebruik een hoog ontwikkelde betekenis. Hij verwierp het denkbeeld van het tot bedaren brengen van de Goddelijke toorn of het opwekken van Goddelijke erbarming door vrijwillig te lijden volledig en introduceerde in plaats daarvan een geregeld en onafgebroken vasten, ongeacht de toestand waarin de individu of het volk verkeerde; evenals het gebed als een middel tot ontwikkeling der innerlijke vermogens van de mens.

Hoewel de Heilige Qoer'aan melding maakt van het vasten tot zoen of ter vergoeding in bepaalde gevallen van schending van de Goddelijke Wet, zijn deze toch heel anders dan het verplichte vasten in de maand ramadan en worden ze slechts vermeld als een liefdadigheid te vervangen, zoals het spijzigen van de armen of het vrijlaten van een slaaf.

Het vasten als een instelling wordt hier tot een geestelijke, zedelijke en lichamelijke discipline van de hoogste rang gemaakt. Dit wordt duidelijk aangetoond, zowel door de verandering van de vorm als van het motief. Door de instelling permanent te maken, wordt alle gedachte aan leed, ongeluk en zonde daarvan afgescheiden, terwijl zijn wezenlijke doel duidelijk wordt aangetoond, nl. 'opdat u lieden u zult hoeden (tattaqoen)'. Het woord ittiqa, waarvan tattaqoen is afgeleid, betekent: het beschermen van een ding tegen hetgeen het (d.w.z. dat ding) kwaad doet of benadeelt, of het beschermen van zichzelf tegen datgene, voor welker kwade gevolgen gevreesd kan worden. Maar afgezien hiervan is het woord in de Heilige Qoer'aan veelvuldig gebezigd in de zin van plichtsvervulling.

Een moettaqi is volgens de Heilige Qoer'aan een persoon, die het hoogste stadium der geestelijke ontwikkeling heeft bereikt. En daar het doel van het vasten is een moettaqi te worden, ligt de gevolgtrekking voor de hand, dat de Heilige Qoer'aan het vasten beveelt met het doel, de mens tot het hoogste geestelijke stadium te doen komen.

Een geestelijke discipline
Het vasten is volgens de Islam in de allereerste plaats een geestelijke discipline. Op twee plaatsen in de Heilige Qoer'aan worden degenen die vasten, sa'ih of geestelijke reizigers genoemd. Volgens de lexicoloog Al-Raghib wordt een persoon een sa'ih genoemd, wanneer hij zich niet alleen van spijs en drank onthoudt, maar ook van alle soorten van kwaad.

Als de Heilige Qoer'aan over de maand ramadan spreekt, maakt hij bepaaldelijk melding van het nabij zijn tot God, alsof het een doel van het vasten was, en voegt daaraan toe: Derhalve behoren zij aan Mijn roep gehoor te geven (door te vasten) en in Mij te geloven, zodat zij de rechte weg (naar Mij) zullen bewandelen. Ook in de hadies wordt bijzondere nadruk gelegd op het feit, dat het zoeken van Gods welbehagen het uiteindelijke doel van het vasten moet zijn: 'Een ieder die gedurende (de maand) ramadan vast, in Mij gelovende en Mijn welbehagen zoekende'. 'Allah's Gezant – moge vrede en Gods zegeningen op hem rusten – zei: het vasten is een schild; dat hij (d.w.z. de vastende) zich dus niet overgeve aan vuile taal… en waarlijk, de adem van een vastende is Allah aangenamer dan de geur van muskus; hij onthoudt zich van spijs en drank en andere begeerten om Mijn welbehagen te zoeken: het vasten is voor Mij alleen' (Bocharie 30:2).

Geen verleiding is groter dan de verleiding om honger te stillen en dorst te lessen, als men eten en drinken heeft. Toch wordt deze verleiding overwonnen, niet een- of tweemaal, als ware het bij toeval, maar geregeld, ieder dag weer, gedurende een hele maand, met het bepaalde doel om nader en nader tot het Goddelijke Wezen te komen.

Iemand kan in staat zijn om het beste eten te gebruiken, maar hij verkiest hongerig te blijven. Hij heeft de koele drank en toch versmacht hij van dorst. Hij raakt spijs noch drank aan, eenvoudig omdat hij denkt dat het op Gods bevel is, dat hij het niet moet doen. Er is in de verborgen hoeken van zijn huis niemand die hem ziet, als hij een glas heerlijke drank in zijn droge en brandende keel giet, toch heeft zich in hem het bewustzijn van het nabij zijn tot God dermate ontwikkeld, dat hij geen druppel daarvan op zijn tong brengt. Telkens als hij weer in verzoeking wordt gebracht, overwint hij haar, omdat er juist op het kritieke ogenblik een innerlijke stem spreekt: 'God is met mij', 'God ziet mij'.

Geen devotie, hoe innig ook, kan vanzelf zo'n bewustzijn van het nabij-zijn-tot-God en van zijn alomtegenwoordigheid ontwikkelen, als het vasten dag aan dag gedurende een hele maand. De Goddelijke tegenwoordigheid, die voor anderen een kwestie van geloof moge zijn, wordt voor hem een werkelijkheid, en dit wordt mogelijk gemaakt door de geestelijke discipline, die aan het vasten ten grondslag ligt. Een nieuw bewustzijn van een hoger leven, een leven boven datgene wat door spijs en drank in stand gehouden wordt, is in hem ontwaakt. En dit is het geestelijke leven.

Een zedelijke discipline
Aan het vasten ligt ook een zedelijke discipline ten grondslag, want het is een oefenschool, waar de mens de grootste zedenles van zijn leven krijgt – de les, dat hij eerder bereid moet zijn om de zwaarste ontbering te doorstaan en de scherpste bezoeking te verduren, dan toe te geven aan hetgeen hem niet veroorloofd is. Die les wordt van dag tot dag een maand lang herhaald en zoals lichaamsoefening de mens lichamelijk sterk maakt, zo versterkt ook zedelijke oefening door vasten – de werkzaamheid waardoor men zichzelf oefent in het opzettelijk ontberen van alles wat niet geoorloofd is – de zedelijke kant van zijn leven. De gedachte dat alles wat onwettig is, vermeden en het kwaad verafschuwd moet worden, wordt zo door het vasten ontwikkeld.

Een andere zijde van de zedelijke ontwikkeling van de mens door dit middel is, dat hem op die wijze geleerd wordt zijn aardse lusten te overwinnen. Hij gebruikt zijn eten met geregelde tussenpozen en dat is ongetwijfeld een wenselijke leefregel, maar het vasten gedurende één maand in het jaar leert hem de hogere les, dat hij in plaats van een slaaf van zijn lusten en begeerten te zijn, haar meester moet zijn, aangezien hij zijn levenswijze kan veranderen, indien hij het wil. De persoon die zijn begeerten kan beheersen, haar kan laten werken zoals hij wil en in wie de wilskracht zo hoog ontwikkeld is, dat hij zichzelf meester is, heeft ware zedelijke grootheid bereikt.

Sociale waarde van het vasten
Behalve zijn geestelijke en zedelijke waarde heeft het vasten, zoals het in de Heilige Qoer'aan is voorgeschreven, ook zijn sociale waarde, doeltreffender dan die welke door het gebed wordt verwezenlijkt.

De bewoners van een en dezelfde buurt, rijk en arm, hoog en laag, worden vijfmaal per dag in de moskee verenigd op voet van volkomen gelijkheid. Op deze wijze wordt door het gebed gezonde sociale verhoudingen geschapen. Maar de verschijning van de maan in de maand ramadan is een sein tot een reusachtige beweging, die zich niet tot één buurt of zelfs tot één land bepaalt, maar op de gehele moslimse wereld inwerkt.

De rijken en de armen mogen in de moskee schouder aan schouder in een rij staan, maar thuis leven zij in een verschillende omgeving. De rijken zitten aan tafel, beladen met lekkernijen en hiermee overladen zij hun maag vier-, ja zelfs zesmaal per dag, terwijl de armen niet genoeg kunnen vinden om hun honger slechts tweemaal per dag te stillen. De laatsten voelen vaak de nijpingen van de honger, die de eersten totaal vreemd zijn. Hoe kan de een voor de ander voelen en deelneming met hem gevoelen? Er is in hun huizen een grote sociale slagboom tussen de twee klassen en deze slagboom wordt alleen uit de weg geruimd, wanneer ook de rijken de nijpingen van de honger hebben te voelen – zoals hun armere broeders – , en voor een dag niets te eten krijgen en deze ondervinding hebben op te doen niet gedurende een dag of twee, maar gedurende een hele maand. De rijken en de armen over de gehele wereld worden op die wijze op dezelfde hoogte gebracht, aangezien het hun beiden slechts vergund is per dag twee maaltijden te gebruiken. En al mogen de maaltijden niet precies dezelfde zijn, toch moeten de rijken hun spijslijst wel bekorten en een eenvoudiger spijs gebruiken. Zo komen zij hun arme broeders meer nabij. De gedragslijn wekt in de harten der rijken ongetwijfeld medegevoel met de armen op en om deze reden wordt er bepaaldelijk voorgeschreven in de maand ramadan de armen te ondersteunen.

Fysieke waarde van het vasten
Het moge wel paradoxaal klinken, maar het zich met geregelde tussenpozen onthouden van spijzen verhoogt slechts de eetlust. De rust, die aan de spijsverteringsorganen gedurende een volle maand gegeven wordt, geeft ze slechts meer kracht – zoals braakland door de rust produktiever wordt – daar alle organen van het lichaam zo gemaakt zijn, dat rust hun arbeidsvermogen slechts versterkt. En hoe beter het vermogen der spijsverteringsorganen is, des te gezonder is de lichamelijke groei van de mens.

Het vasten heeft echter nog een andere belangrijke fysieke waarde. Van iemand, die de moeilijkheden van het leven niet onder ogen kan zien, die niet in staat is om af en toe zonder zijn dagelijkse geriefelijkheden te leven, kan men niet zeggen, dat hij zelfs lichamelijk geschikt is om op deze aarde te leven. Zodra zo iemand in moeilijkheden of nood geraakt, zoals dat wel vaker het geval zal zijn, begeven zijn krachten hem licht. Het vasten went hem eraan, de moeilijkheden van het leven onder ogen te zien, daar het op zichzelf een praktische les tot dat doel is en zijn weerstandsvermogen versterkt.

Koran-verzen over het vasten

HQ 2:183
O gelovigen! Het vasten is u voorgeschreven, zoals het degenen vóór u werd voorgeschreven, zodat u tegen het kwaad zult hoeden.

HQ 2:184
Voor een zeker aantal dagen (zult gij vasten), maar wie onder u ziek is, of op reis, vaste een aantal andere dagen – er is een losprijs voor degenen, die niet kunnen vasten – het voeden van een arme. Maar hij, die vrijwillig goed doet, het zal beter voor hem zijn. Het vasten is goed voor u, indien gij het beseft.

HQ 2:185
De maand Ramadan is die, waarin de Qor'an als een richtsnoer voor de mensen werd nedergezonden en als duidelijke bewijzen van leiding en onderscheid. Wie onder u daarom deze maand beleeft, laat hem daarin vasten. Maar wie onder u ziek of op reis is, een aantal andere dagen. Allah wenst gemak voor u en geen ongemak, en opdat gij het aantal zult voltooien en opdat gij Allah’s grootheid zult prijzen, omdat Hij u terecht heeft geleid en opdat gij dankbaar zult zijn.

HQ 2:187
Het is u veroorloofd, om op de nacht van het vasten tot uw vrouwen in te gaan. Zij zijn een gewaad voor u en gij zijt haar een gewaad. Allah weet, dat gij onrechtvaardig hebt gehandeld tegenover uzelf en heeft Zich met barmhartigheid tot u gewend en u verlichting geschonken. Daarom moogt gij nu tot haar ingaan en betrachten, hetgeen Allah u heeft verordend; en eet en drinkt, totdat bij de dageraad de witte draad zich onderscheidt van de zwarte draad. Voltooit dan het vasten tot het vallen van de avond. En gaat niet tot haar in, terwijl gij in de Moskeeën Etikaaf houdt. Dit zijn de beperking van Allah – dus nadert deze niet. Zo zet Allah zijn geboden uiteen voor de mensen, opdat zij vroom zullen zijn.

Betekenis van Ra-ma-d-a-n

RA= Rahmat van Allah=genade van Allah
Ma= Maghfirat van Allah= vergiffenis vragen aan Allah
D= Damanun lil djannath= garantie van de paradijs
A= Amanun minnan naar=wordt ver gehouden van de hel
N= Nur ul Allah = het licht van Allah zijn of ontvangen.

Klik hier voor het gehele artikel over de Ramadan dat gebruikt is als materiaal voor een lezing op de Hogeschool van Amsterdam.

Zaterdag 12 mei; Shab-be-baraat

Ter voorbereiding op het vasten, heeft het bestuur op zaterdag 12 mei 2018 een Shab-be-baraat lezing georganiseerd. De lezing is van 16:30 tot en met 21:00 uur. Diverse lezingen en voordrachten zullen er plaatsvinden en er zal ook voor een warme maaltijd worden gezorgd.

16:30 – 17:15 Inloop met sauto soep

17:15 – 17:30 Koran recitatie (Naushad Badal)

17:30 – 17:45 Lezing over vasten (Eugene Lalmohamed)

17:45 – 18:00 Lezing over Shab-be-baraat (Dennis Muradin)

18:00 – 18:10 Toespraak Jongerenbeweging (Zahir Shaikroestali)

18:10 – 18:20 Medicijn gebruik en vasten (Drs. R.A.K. Kalloe)

18:20 – 18:25 Afsluitingtoespraak en Doewa (Drs. R.A.K. Kalloe)

18:25 – 18:30 Doewa

18:30 – 20:30 Gezellig samenzijn met warme maaltijd

U bent allen van harte welkom aan de Oeverpad 300 1069PJ Amsterdam.

Beliefs of Hazrat Mirza Ghulam Ahmad

Sommige mensen beschuldigen Hazrat Mirza Ghulam Ahmad ervan dat hij onislamitische overtuigingen heeft. Deze mensen hebben weinig tot geen kennis van hem of de Ahmadiyya Beweging. In het onderstaande filmpje worden enkele geloofsovertuigingen uiteen gezet op basis van zijn eigen geschriften (engels).

Overlijdensbericht Hadji André Ahmadkhan Ramdjan

Het bestuur heeft met veel verdriet kennis genomen van het overlijden van Hadji Ramdjan. Hadji Ramdjan heeft veel voor de djamaat in Amsterdam en de Lahore Ahmadiyya Beweging in zijn algemeen betekend. Moge Allah Soebhaana Wa Ta'ala zijn goede daden belonen, hem salaam schenken en een plaats geven in het paradijs. Het bestuur wenst de directe nabestaanden en overige familieleden veel kracht en steun toe tijdens deze zware dagen.

Namens de familie wilt het bestuur het volgende bericht delen:

Namens het bestuur van de AAIIA,

R.Kalloe
(Voorzitter)

 

Internationale Vrouwendag

Internationale Vrouwendag is de actiedag van de vrouwenbeweging, jaarlijks op 8 maart. De bedoeling van de dag is opnieuw de gemeenschappelijke strijdpunten van de vrouwenbeweging naar voren te brengen. De emancipatie van de vrouw is nog altijd gaande. Geen ander Religieus Boek en geen andere hervormer heeft zelfs maar een fractie gedaan van wat de Heilige Koran en de Profeet Mohammed (vzmh) hebben gedaan om de positie van de vrouw te verheffen. Graag maken wij gebruik van deze dag om stil te staan bij de positie van de vrouw en willen u 2 zeer krachtige artikelen presenteren die hierover gaan vanuit een islamitisch perspectief.

Enkele feiten over vrouwen en de geschiedenis van de internationale vrouwendag

Feiten over vrouwen
1. Vrouwen vormen 50% van de wereldbevolking

2. Vrouwen doen 66% van al het werk
3. Vrouwen verdienen 10% van het wereldinkomen
4. Vrouwen hebben 1% van alle bezittingen
5. Van alle regeringsleiders op de wereld is 5% vrouw
6. Van alle armen op de wereld is 75% vrouw
7. Van alle analfabeten op de wereld is 66% vrouw
8. Van alle vluchtelingen op de wereld is 75% vrouw
9. Van de 150 leden van de Tweede Kamer in Nederland is 36% vrouw
10. Vrouwen in Neder land verdienen gemiddeld 23% minder dan mannen

Internationale Vrouwendag werd voor het eerst uitgeroepen door Clara Zetkin op de internationale vrouwenconferentie in Kopenhagen in 1910, waaraan 100 mannen en vrouwen deelnamen uit 17 landen. Hoewel de aanleiding de massale staking was op 8 maart 1908 in de Verenigde Staten van vrouwen in de textiel- en kledingindustrie voor een achturige werkdag, betere arbeidsomstandigheden en kiesrecht, stond de strijd voor algemeen kiesrecht aanvankelijk centraal. De jaren daarop werden in een groeiend aantal landen op 8 maart demonstraties en vergaderingen gehouden. De Eerste Wereldoorlog maakte een einde aan dit gebruik.

Met de opleving van de feministische beweging in de jaren zestig kwam de belangstelling voor een internationale vrouwendag weer terug en sinds de jaren zeventig wordt er in veel landen aandacht aan besteed. In veel socialistische landen is op 8 maart een officiële feestdag en in 1978 werd de dag door de Verenigde Naties als feestdag erkend.

Vanaf 1978 wordt in Nederland door veel vrouwengroepen gezamenlijk 8 maart gevierd. De bedoeling van de dag is opnieuw de gemeenschappelijke strijdpunten van de vrouwenbeweging naar voren te brengen.

[Ontleend aan een lemma door Roeleke Vunderink in Vrouwenlexicon. Tweehonderd jaar emancipatie van A-Z. Onder redactie van Hedy d’Ancona, Annemarie Kloosterman, Selma Leydesdorff, Anja van Oostrum, Dorien de Wit en Maggy Groenewald-Froger (eindredactie). Utrecht, uitgeverij Het Spectrum, 1989 (Scala-reeks)]

Deze informatie is overgenomen van http://www.emancipatie.nl/_documenten/doss/001q010/005/tekst2002.htm#Geschiedenis

In 1911 werd de Vrouwendag internationaal voor het eerst gevierd – in 1912 voor het eerst in Nederland.

Aanvankelijk werd de Vrouwendag op verschillende data gehouden, pas in 1922 werd 8 maart gekozen als vaste datum. Er bestaan verschillende lezingen voor de keuze van 8 maart als datum voor de Internationale Vrouwendag.

Lag de oorsprong in Rusland of de Verenigde Staten? Een gangbare westerse lezing was dat 8 maart terug te voeren was op stakingen van textielarbeidsters in New York in 1857 (het is niet zeker of deze staking echt heeft plaatsgevonden) en op 8 maart 1908. Bij deze laatste staking gingen textielarbeidsters de straat op om te demonstreren tegen onder meer de lange werktijden, de lage lonen en de slechte werkomstandigheden.

Het is mogelijk dat deze verklaring voor de keuze van 8 maart pas in de jaren vijftig van de twintigste eeuw is ontstaan. In de periode van de Koude Oorlog kon toch moeilijk de eer aan een communistisch land gegeven worden? 8 maart zou namelijk in een andere lezing teruggaan op de grote vrouwenstaking en demonstratie op 8 maart 1917 in St. Petersburg. In ieder geval is in 1910 besloten jaarlijks een Internationale Vrouwendag te organiseren.

Bij de ‘Tweede Internationale’ (een internationale organisatie van socialistische arbeiders met als doel internationale solidariteit) in 1889 in Parijs was Clara Zetkin (1857-1933) aanwezig als vertegenwoordigster van de Duitse socialistische partij. Zij betoogde daar voortdurend dat socialisme zonder vrouwen niet zou kunnen bestaan, dat mannen samen met vrouwen ook voor vrouwenrechten moesten strijden. Ook in eigen land streed zij voor vrouwenrechten als onderdeel van de klassenstrijd. Omdat zij geen gehoor vond, nam zij het initiatief tot een socialistische vrouwenbeweging.

Vele jaren was zij redactrice van het Duitse socialistische vrouwenblad Die Gleichheit. Maar ook internationaal gezien moesten vrouwen meer invloed kunnen uitoefenen op de socialistische partijen, vond zij. Door haar toedoen kwamen in 1906 in Mannheim socialistische vrouwen uit een groot aantal Europese landen bij elkaar om een internationale bijeenkomst voor te bereiden. Zij besloten om in 1907 in Stuttgart een internationale vrouwenconferentie te houden, omdat een dag later daar de bijeenkomst van de Tweede Internationale plaatsvond. Op deze eerste conferentie werd een resolutie aangenomen om de volgende dag bij de Tweede Internationale een motie in te dienen waarin de aangesloten partijen zich verplichtten zowel voor mannenkiesrecht als voor vrouwenkiesrecht te strijden. Deze motie werd aangenomen.Een vaste datum voor Internationale Vrouwendag

In 1921 stelde het Internationale Vrouwensecretariaat voor om een vaste datum te kiezen voor de vrouwendag. De keuze viel op 8 maart. Op 8 maart 1917 waren in St. Petersburg onder leiding van Alexandra Kollontai namelijk vrouwen massaal in opstand gekomen tegen het voedseltekort en de verschrikkingen van de oorlog. Hun stakingen en demonstraties liepen uit op een algemene werkstaking. Naast Internationale Vrouwendag werd 8 maart door deze ontwikkeling ook een officiële communistische feestdag, waarop de algemene werkstaking als eerste begin van de revolutie herdacht werd.

De scheuring door de Russische Revolutie van 1917 tussen communisten en socialisten heeft tot gevolg gehad dat in de Verenigde Staten en in West-Europa 8 maart lange tijd voornamelijk in communistische kring werd gevierd.

In Nederland werd in maart 1912 voor het eerst de Internationale Vrouwendag gevierd, georganiseerd door de Sociaal–Democratische Vrouwenclubs. Hun blad De Proletarische Vrouw kwam uit met een speciaal feestnummer.

In theorie hebben vrouwen en mannen in de meeste landen van de wereld gelijke rechten en plichten, maar in praktijk blijkt dit vaak anders te zijn. Vrouwen vormen nog steeds een kwetsbare groep op allerlei terreinen. Het begint al op jonge leeftijd: vaak mogen jongens wel naar school en meisjes niet. Dit zet zich later door op de arbeidsmarkt en in de privé-sfeer: vrouwen hebben min­der goed betaalde banen dan mannen en blijven vaak thuis om voor het huishouden en de kinderen te zorgen. In een groot aantal landen heeft een vrouw minder invloed dan haar man, zowel in het openbaar als binnenshuis. Niet eens zo heel lang geleden was dit ook in westerse landen nog het geval.