Lahore Ahmadiyya Beweging

Welkom op de website van AAIIA dat onderdeel uitmaakt van de wereldwijde Lahore Ahmadiyya Beweging. De doelstelling van deze beweging is om de religie van de islam in zijn oorspronkelijke, zuivere vorm aan de wereld te presenteren en om de ware islamitische geest bij de moslims zelf te doen herleven. Zij tracht deze doelstellingen te verwezenlijken door rationele argumenten, morele verheffing en door zichzelf als voorbeeld te stellen, terwijl men respect en verdraagzaamheid toont voor de gedachten van anderen. 

Zij presenteert de islam als de liberale, rationele, tolerante, niet-ritualistische en levende godsdienst, die door de Heilige Qoer'aan wordt onderwezen en in praktijk werd gebracht door de heilige profeet Mohammed, vrede en de zegeningen van Allah zij met hem. 

Ahmadiyya Beweging 
Er gaan veel verhalen rond over de Ahmadiyya Beweging en zijn stichter, Mirza Ghulam Ahmad. Wat berust op de waarheid? Wat zijn hun principes? Wat is het verschil tussen de Lahore en de Qadianie groepering binnnen de Ahmadiyya Beweging? Blader door het menu 'Ahmadiyya' en lees waar de beweging daadwerkelijk voor staat. Zie de menubalk bovenaan de website.

Mediatheek
Bezoek ons mediatheek en verrijk uzelf met de beschikbare boeken, artikelen en documentaires.  Deze geven over het algemeen inzicht in de diepere betekenis van de religie van de Islam. Of lees de Koran met voetnoten en uitleg.

Feedback
Mocht u een woord aan het bestuur of de webmaster willen richten dan kunt u gebruik maken van het contactformulier. Wij kijken uit naar uw feedback.

Dienstverlening bij overlijden

Aan onze zeer geachte leden. Het bestuur van A.A.I.I.A. brengt het volgende onder uw aandacht.
.
Ingeval van overlijden van een familielid staan wij als djamaat, samen met onze imam, pal naast U . Niet alleen om u te troosten maar ook om de noodzakelijke rituelen te verrichten die met het overlijden van uw familielid gepaard gaan. Daarmee bedoelen wij het verrichten van de rituele lijkbewassing (ghusul) door onze imam, die voorts ook het djanaza gebed verricht en ook de nodige thakriers na de begrafenis verzorgt. Voor de rituele lijkbewassing zijn er 4 personen extra benodigd uit de eigen familie van de overledene. 
 
Als djamaat voelen wij ons verplicht om u ingeval van overlijden van een familielid bij te staan en daarbij al hetgene te doen wat in ons vermogen ligt. In de afgelopen periode hebben we dat in de praktijk al bewezen. Ook indien er binnen uw eigen familie geen personen beschikbaar zijn om de imam te assisteren bij het verrichten van de ghusul voor de overledene, zal onze imam zijn uiterste best doen om binnen zijn eigen relatiekring op zoek te gaan naar deze personen. Wij vragen echter graag uw begrip voor het feit dat in het kader van onze hulpverlening aan u kosten moeten worden gemaakt, die wij niet uit onze normale exploitatie kunnen dekken (o.m. door lage contributie). Zo dienen er bijv. een scala aan artikelen te worden aangeschaft die benodigd zijn voor het verrichten van de ghusul. Behalve de imam dienen ook de personen die door deze worden aangetrokken om te assisteren bij de ghusul voor de overledene een vergoeding te krijgen voor de door hen gemaakte kosten en een redelijke compensatie voor hun inspanningen. Er moet vaak van de ene naar de andere stad worden gereisd. Als djamaat zijn we al deze personen inclusief onze imam zeer dankbaar voor het werk dat door hen wordt verricht, een vergoeding voor de door hen gemaakte kosten en een geringe financiële tegemoetkoming mag er ook tegenover staan. Wij verzoeken u er rekening mee te houden dat deze personen allen hun eigen bezigheden hebben en niet in loondienst van de djamaat zijn. Gezien het korte tijdsbestek waarin ze in actie moeten komen, moeten zij vaak hun eigen afspraken en bezigheden aan de kant schuiven. 

Naar onze mening moeten wij deze aangelegenheid op een openhartige en transparante wijze met onze leden bespreken zodat hierover geen onduidelijkheden en/of misverstanden ontstaan.

Het bestuur komt tot het volgende basis-tarief voor het verrichten van de ghusul en de djanaza.

Leden Euro 370,-
Niet-leden Euro 500,-

Bij dit tarief wordt ervan uitgegaan dat – er binnen de familie van de overledene 4 personen ter beschikking worden gesteld om te assisteren bij het verrichten van de ghusul. Indien wij moeten zorgen voor deze personen – en wij daartoe ook in staat blijken te zijn – zijn we helaas genoodzaakt om per aangetrokken persoon een bedrag van 75 Euro extra in rekening te brengen.

– de familie in overleg met onze imam zelf zorgt voor de aanschaf van de artikelen die benodigd zijn voor het verrichten van de ghusul. Desgewenst kunnen wij deze artikelen ook leveren tegen kostprijs. De huidige aanschafkosten bedragen € 70,-

Aanspreekpunt bij overlijden: Dennis Muradin/Henk Nassier (voorzitter) Telefoon: Dennis 020-770 43 32/06-42 05 57 82. Voorzitter: 06 1992 9448

Het verschuldigde bedrag dient op dezelfde dag via een spoed-betaling te worden overgemaakt op de bankrekening van A.A.I.I.A. bij de Rabobank onder het nummer NL RABO 039 37 04 505 of diezelfde dag in contanten worden voldaan bij de imam.

N.B. Voor de takrier en andere diensten bij u thuis na het overlijden dient u apart met onze imam afspraken te maken.

Wat betekent ‘Rabb’ (Heer)?

Reza Ghafoerkhan geeft een lezing over het woord 'Rabb' dat zich in het Nederlands eigenlijk niet goed laat vertalen. Er is geen goede synoniem. Het woord 'Rabb' wordt normaliter vertaald naar 'Heer' maar heeft dus een veel bredere betekenis. Bekijk de video om te begrijpen wat de bredere en daadwerkelijke betekenis is van het woord 'Rabb'.

De leeftijd van Aisja ten tijde van haar huwelijk

Er heerst een groot misverstand over de leeftijd van Aisja ten tijde van haar huwelijk met de profeet Mohammed (vzmh). Het misverstand is zo wijd verspreid en diepgeworteld dat moslims zelf het huwelijk van de profeet met de 6 of 9 jarige Aisja rechtvaardigen. Wij presenteren u graag 2 artikelen waarin dit wordt tegengesproken o.b.v. duidelijke bewijzen. Zodat dit misverstand uit de wereld wordt geholpen. Het eerste artikel is geschreven door Dr. Zahid Aziz en een tweede artikel (engels) dat beschikbaar is op aaiil.org. 

Eid-Ul-Fitre boodschap

"Weet dat Allah leven aan de aarde geeft na haar dood." (Koran, 57:17)
.
Best
e broeders en zusters,
.
As-salaamoe `alaikoem wa rahmatoellaahi wa barakaatoeh.
.
Terwijl we Ied-oel Fitr vieren, prijs ik Allah dat Hij ons in de gelegenheid heeft gesteld om in de heilige maand van Ramadan te vasten en te bidden. Hij heeft het vasten aan de moslims voorgeschreven, zoals Hij deed dat aan degenen voor hen. Het doel van het vasten is het bereiken van taqwa, een staat van volledige onderwerping aan Allah. In de staat taqwa krijgt een persoon een gevoel van spijt als hij de geboden van Allah niet uitvoert. De islam, wat letterlijk betekent onderwerping en complete gehoorzaamheid aan Allah, verwacht dat iedere moslim een moetttaqi wordt – iemand die zich volledig aan de wil van Allah onderwerpt.

Onze lichaam en ziel zijn nauw met elkaar verweven. Beide kennen hun eigen leven met gezondheid, ziekte en dood. In het hierboven aangehaalde vers zegt Allah dat Hij in staat is leven aan de dode aarde te geven. We zien jaarlijks de dood van bomen in de herfst en vervolgens hun opleving tot leven in het voorjaar. De menselijke ziel kan op dezelfde manier tot leven worden gewekt. Het welzijn van de ziel is rechtstreeks afhankelijk van de manier waarop het wordt verzorgd. Allah heeft de maand Ramadan aangewezen als een kans voor mensen om te vasten en te bidden en zo de zieke ziel helpen gezond te worden, of haar zelfs tot leven te brengen nadat zij levenloos geworden is. De ziel kan vergeleken worden met een oplaadbare accu. Ramadan laadt de ziel op via het proces van vasten en bidden. Op de dag van Ied kunnen we zeggen dat de accu volledig opgeladen is. Nu is het aan ons om die voor altijd in die staat te houden door het regelmatig op te laden.
Laat mij u nog een voorbeeld geven. Denk aan een ernstig zieke patiënt die naar de dokter wordt gebracht, die de diagnose stelt dat het een toestand van bewusteloosheid is als gevolg van diabetes. Met de juiste diagnose en behandeling keert de patiënt terug naar goede gezondheid. Maar die bewusteloosheid zal waarschijnlijk terugkomen als hij het advies van de dokter negeert. Om gezond te blijven moet hij de dieetvoorschriften blijven volgen, aan lichaamsbeweging doen en zijn medicijnen op tijd gebruiken.

Op de dag van Ied is onze geest terug naar goede gezondheid, maar we hebben een grote taak om het zo te houden. We moeten alles in het werk stellen om de nauwe relatie met Allah die we tijdens Ramadan hebben opgebouwd voort te zetten. De reguliere gebeden en recitatie, en bovenal het begrijpen van en handelen naar de geboden van de heilige koran, waar we ons tijdens Ramadan aan hielden, moeten we continueren. Zo is Ied de dag van vastberadenheid dat wat wij volbracht hebben in Ramadan in leven te houden. Ik bid dat we erin slagen vastberaden te blijven. Bid alstublieft voor vrede tussen alle volkeren van de wereld. Ik wens jullie allemaal een zeer gelukkige Ied-oel Fitr toe.

23 juni 2017
Professor Dr. Abdul Karim Saeed
Ameer en President
Worldwide Lahore Ahmadiyya Movement. 

Eid-Ul-Fitre Zondag 25 Juni

Beste leden,
.
Het bestuur nodigt u en uw familieleden uit om het einde van de maand Ramadan te vieren. Zondag 25 Juni is het EID-UL FITRE. U bent welkom in de moskee van de AAIIA  aan het Oeverpad 300, 1068PJ in Amsterdam. De zaal is open van 9:00 tot 12:00 uur. De namaaz begint om 10:00 uur.
.
Wij hopen u op deze dag te mogen begroeten.

.
Namens het bestuur,
.

Henk  Nassier
Voorzitter AAIIA

In Memoriam ‘Maulana Jaggoe’

Het is maandag 8 mei precies 10 jaar geleden dat Maulana Jaggoe zijn laatste adem heeft uitgeblazen. Wij willen dit niet onopgemerkt laten en staan stil in zijn nagedachtenis. Wij verwijzen u graag naar een beknopte autobiografie waarin zijn indrukwekkende verdiensten voor de Islam / Ahmadiyyat staan beschreven. Daarnaast kunt u één van zijn publicaties 'over hervormerschap in de Islam' terug vinden in onze bibliotheek. Moge Allah, de genadevolle hem en zijn echtgenote een plaats schenken in de Djanatal-Firdaus.

 

Bismillahir Rahmanier Rahiem (in naam van Allah, de Weldadige, de Genadige)

Afkomst en jeugdjaren 
Maulana Abdoel Rahiem Basant Jaggoe is op 18 augustus 1914 geboren in het district Saramacca (Suriname) uit de ouders:

R.Jaggoe (moeder) en S.Sukul (vader). In die tijd was het niet de gewoonte om de familienaam van de vader te dragen, vandaar dat hij als familienaam heeft: Jaggoe.

Zijn voorouders van vaderskant kwamen omstreeks 1874 uit het noorden van India (Pundjab, de bergstad Shimla) als contractarbeiders naar Suriname, alwaar ze werden ingedeeld op de plantage Catharina Sophia in het district Saramacca.

Ongeveer een jaar daarna kwamen zijn voorouders van moederskant uit Calcutta (India) als contractarbeiders naar Suriname. Ook zijn werden ingedeeld in het district Saramacca.

De voorouders van zwel vaders- als moederskant, stamden af van de hoogste Hindoe-kaste (Brahman).

De voorouders van moederskant konden het in Suriname echter niet volhouden en keerden na beëindiging van hun contractperiode terug naar hun geboorteland India.

Omstreeks 1917 verlieten de ouders van Maulana Abdoel Rahiem Basant Jaggoe het district Saramacca en vestigden zich met hun drie kinderen (twee zonen en een dochter) in Paramaribo.

Maulana’s broer, die acht jaar ouder was dan hij, is tijdens het naar school gaan door een tragisch ongeval om het leven gekomen. Zijn zus is inmiddels ook overleden.

Na te Paramaribo de lagere school te hebben doorlopen werd Maulana ingeschreven op de St. Paulus-muloschool, die destijds uit acht klassen bestond.

Bij zijn inschrijving op deze rooms-katholieke school werden aan hem heel strenge eisen gesteld, onder andere het stipt volgen van de bijbellessen en het geregeld bezoeken van de kerk. Nauwgezet gaf hij hieraan gevolg, gelet op het feit dat hij zelfs misdienaar is geweest. In de middaguren volgde hij Hindi-lessen.

Nadat zijn vader kwam te overlijden, hertrouwde Maulana’s moeder met Jahoer Mohammed, eveneens afkomstig uit India. Jahoer Mohammed was een begaafde man die een uitgebreide kennis bezat van het Oerdoe, Arabisch, Perzisch en Bengaals. Hij was Hafiez in Qoraan en Hadies. Tevens was hij bijzonder hoog gekwalificeerd in de Islamtheologie op het High Aligarh College in India.

Deze Jahoer Mohammed, die behalve handelaar ook een gedreven moslim was, ontfermde zich over de jonge Maulana. Hij wilde dat de jongen zich theologisch zou bekwamen en onderwees hem in de Islamitische leer.

Inderdaad raakte Maulana zodanig geïnspireerd dat hij de oprechte wens ontwikkelde om Moballigh in Islam (moeslim missionaris) te worden.

Helaas kwam, na zijn vader, ook zijn stiefvader te overlijden.

Op vijftienjarige leeftijd – zat toen in de vijfde klas – was Maulana genoodzaakt de school te verlaten om de zaak van zijn stiefvader over te nemen. Zijn theologische studie moest hij op eigen kracht voortzetten.

Aangezien destijds in Suriname geen Islamitische scholen waren, en de Miadjies (leraren) die hij opzocht hem niet verder op weg konden helpen, was hij aangewezen op schriftelijke lessen uit India en Pakistan. Vanwege de trage zeepostverbinding tussen Suriname en die landen kostten deze lessen hem enorm veel tijd en moeite.

Theologische studie in Pakistan
Op 29 januari 1939 trad Maulana in het huwelijk (Nikah) met Lailoenissa Juthan. Kort hierna besloot hij voor de studie Moballigh persoonlijk af te reizen naar Pakistan.

Terwijl hij bezig was met de voorbereidingen voor deze reis, brak de tweede wereldoorlog uit. Er was nu helemaal geen verbinding meer mogelijk met India en Pakistan. Maulana’s plannen liepen muurvast, doch ze opgeven deed hij niet.

Na afloop van de oorlog, die ongeveer vijf jaar had geduurd, besloot hij alsnog naar Pakistan te gaan om daar zijn theologische studie af te ronden.

De verwezenlijking van zijn plannen kostte hem meer moeite dan voorheen, aangezien hij intussen een gezin had, bestaande uit zijn vrouw en zes minderjarige kinderen (waarvan twee weeskinderen), en daarbij nog zijn manufacturen zaak.

Toen zijn zwager, de heer Abdul Hamied Hassenmohamed, zich bereid had verklaard hem zijn volle medewerking te zullen verlenen, stelde hij het hoofdbestuur van de Surinaamse Islamitische Vereniging in Paramaribo, waarvan hij lid en tevens imam (voorganger) was, op de hoogte van zijn voornemen.

Een gelukkige omstandigheid deed zich voor, dat hij toen hij nog bezig was met zijn voorbereidingen, Maulana Bashier Ahmnad Minto een bezoek bracht aan de Surinaamse Islamitische Vereniging. Deze Maulana, Bashier Ahmad Minto ondersteunde hem in zijn voornemen en adviseerde hem zich in verbinding te stellen met het hoofdkwartier van de Islamitische Vereniging in Pakistan. Daar waren alle mogelijkheden aanwezig voor verdere studie in de Islam.

Het duurde enige tijd voordat Maulana kon beschikken over de nodige documenten uit Pakistan, aangezien er geen luchtvaart was tussen Suriname en Pakistan.

Op 12 september 1949 vertrok hij uiteindelijk met de boot naar Nederland. Daar aangekomen vervoegde hij zich bij de heer Lalsha Bugari, consul-generaal van Pakistan in den Haag, die hem een brief meegaf voor de Secretaris-generaal van Staten voor vreemdelingenzaken in Pakistan.

Vanuit Nederland vertrok Maulana tenslotte met het vliegtuig naar Pakistan. Genoemde secretaris-generaal stelde hem voor aan de heer Fazl Ul Rahman, minister van onderwijs, van wie hij alle medewerking kreeg toegezegd.

Aangezien in (de nieuwe stad) Karachi nog geen school voor de speciale opleiding tot Moballigh in Islam was opgericht, moest Maulana verder afreizen naar Punjab-Lahore, om zich aldaar in te schrijven in de tabligh-klas van het Ahmadiyya College. Deze klas was speciaal gericht op het opleiden van moeslim missionarissen.

Doch Maulana wilde zijn studie op de universiteit afronden. Bij zijn toelatingsexamen tot de universiteit werd hem door de raad van bestuur van de Ahmadiyya Anjuman At Islam, gevraagd naar het eigenlijke doel van zijn studie. Op grond daarvan werd hem door genoemde Raad medegedeeld, dat zulks een opleiding niet direct mogelijk was op de universiteit, doch wel bij de Anjuman, die beschikte over speciale fondsen en mogelijkheden voor opleiding van moeslim missionarissen op internationaal niveau.

Hij werd ingeschreven in de Tabligh-klas van de Anjuman.

Gelet op zijn grondslag moest hij de eerste twee jaren de lessen volgen in deze klas. Vanwege zijn inzet en ijver werd hij eertijds toegelaten op de Academy of Qoranic studies, alwaar hij na het afleggen van de examens in de vakken Dienjaat, hadies en fique (jurisprudentie) en het voltooien van zijn proefschrift zijn diploma in ontvangst mocht nemen dat hem de bevoegdheid gaf om als volledig Moballigh in Islam te fungeren.

In 1955 is hij in Pakistan op zijn proefschrift betiteld tot Maulana.

Tevens werd hij in dit land opgenomen in de adviesraad van de regering voor Foreign Muslim Affairs of South America and West Indies.

Bedevaart en studiereizen
In 1950 maakte Maulana zijn eerste bedevaart naar Mekka, alwaar hij de heer Mohaddas Mashat, hoofddocent aan de Medina universiteit, leerde kennen. Deze bood hem kosteloos verblijf en verder studie in de Hadies aan; een aanbod waarvan hij dankbaar gebruik wilde maken.

Het was wel een heel ingrijpende beslissing om direct te nemen, aangezien hij voor deze opleiding twee volle jaren Arabisch moest studeren. Bovendien was er juist in het bedevaartseizoen in heel Arabie een epidemie uitgebroken, waarbij ongeveer zevenduizend bedevaartgangers om het leven waren gekomen. Maulana werd ook getroffen, maar overleefde de ziekte gelukkig.

Terug in Pakistan maakte hij enkele oriëntatiereizen, onder andere in Azad Kashmir, waar hij te gast was bij de regering. Hij gaf hier enkele lezingen over de Koran.

Bij aankomst in Lahore bereikte hem het droevige bericht, dat de Ameer Maulana Mohammed Ali, zijn docent, was overleden.

Na nog een korte tijd vertoefd te hebben in Pakistan, keerde hij via Europa en Amerika (Canada) terug naar Suriname. Tijdens deze reis vertoefde hij enkele weken in Engeland, waar hij te gast was bij dr. Abdullah (in charge), om zich op de hoogte te stellen van de Tabligh activiteiten in Europa. Vervolgens reisde hij voor een kort bezoek naar Trinidad, waar hij verwelkomd werd door Moulvi Ameer Ali.

Op zaterdag 23 november 1951 kwam hij in Suriname aan. Hij werd op het vliegveld Zanderij verwelkomd door zijn familie en leden van de Surinaamse Islamitische Vereniging.

Na een korte rustperiode kwam hij terug op zijn imampost in de hoofdmoskee van de Surinaamse Islamitische Vereniging te Paramaribo, waar hij direct een aanvang maakte met de tabligh activiteiten en waar hij als hoofdimam zou blijven functioneren tot 13 april 1974.

Verdiensten op cultureel en sociaal gebied
Behalve op godsdienstig gebeid heeft Maulana zich ook zeer verdienstelijk gemaakt op het culturele en sociale vlak.

Doordat hij zich had verdiept in het hindoeïsme, werd hij door de stichting Bharat Ouday gedelegeerd om de viering van het honderdjarige bestaan van de Hindoestanen in Guyana bij te wonen.

Tevens is hij benoemd tot lid van de Hindoestanen Hindi examen commissie. De cursussen hiervan werd verzorgd door de heer Mahatam Singh uit India.

In de Surinaamse samenleving heeft hij diverse functies bekleed.

  • Op 1 november 1953 is hij door de Minister van Binnenlandse Zaken aangewezen als huwelijksbeambte voor de moslims.
  • Op 1 januari 1954 is hij door de gouverneur van Suriname benoemd tot lid van de commissie van regenten van het weldadigheidsgesticht ’s Landsgrond Boniface.
  • Op 10 maart 1955 is hij benoemd tot eedafnemer bij het hof van justitie en bij de kantongerechten in het eerste, tweede en derde kanton, ten behoeve van de moslims; tevens als deskundige bij huwelijks- en echtscheidingsaangelegenheden.
  • Op 22 mei 1956 is hij door de districtcommissaris van Paramaribo benoemd tot lid van de bioscoopcommissie.
  • Op 11 juli 1961 is hij door de gouverneur van Suriname benoem tot lid van de adviescommissie inzake Aziatische huwelijksaangelegenheden.
  • Op 1 oktober 1962 is hij door de minister van Onderwijs en Volksontwikkeling benoemd tot godsdienstleraar bij het Algemeen Middelbaar- en kweekschoolonderwijs.

Op uitnodiging van de Ahmadiyya Vereniging reisde hij vaak naar Guyana en stichtte binnen enkele jaren aldaar de Ahmadiyya Anjuman Isha At Islam.

Vanaf 1964 is hij lid van de Word Conference op Religion and Peace en heeft sindsdien diverse conferenties bijgewoond.

Hij heeft gedurende vijf achtereenvolgende jaren de moslims naar de bedevaart in Mekka begeleid.

Bij de eerste open vlucht van de KLM naar de bedevaart in Mekka, is hij door deze maatschappij belast geweest met de leiding daarvan. Hierna heeft hij nog twee Umrah hadj verricht (in totaal heeft hij zeven hadjs verricht).

Huldigingen en onderscheidingen
In 1964, op zijn vijftigste jaar, werd hij gehuldigd door de Surinaamse Islamitische Vereniging, voor zijn bewezen diensten aan deze vereniging, bij welke gelegenheid hem een gouden Koran werd opgespeld.

Vanaf 1 maart 1968 is hij Life member van de Divine Life Spiritual Club in India.

In 1970 is hij door Hare Majesteit koningin Juliana onderscheiden tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

In 1972 is hij door de minister van Hadj van Arabie uitgenodigd om een conventie bij te wonen. Bij zijn aankomst in Arabie werd hij ontvangen door genoemde minister en de pers. De artikelen die hierover zijn gepubliceerd, in het Daily Bandi Newspaper of Jeddah “ OKAZ”  de dato 24ste Ramadan 1392 –gedagtekend volgens de Islamitische jaartelling – en zijn ter inzage aanwezig. Na de conventie werd hij voor auditie uitgenodigd bij Zijne Majesteit koning Faisal, waaraan hij wegens tijdsgebrek helaas geen gevolg heeft kunnen geven, doordat de groep hadjies die hij had begeleid naar de Hadj (bedevaart) de terugreis naar Suriname moesten aanvaarden. Buiten Suriname is hij voor zijn godsdienstige activiteiten met goud onderscheiden door zowel de Ahmadiyya verenigingen als door de Western Hemsphere in West Indie.

Publicaties
Uit zijn hand zijn diverse boekwerken verschenen, onder andere:

  • Nederlands – oerdoe woordenboek;
  • Masla Tarawie;
  • Qayam Ramzan;
  • Masla Takbiraat Iedain;
  • Kitab Us Salaat (moeslim gebedsboekje);
  • Moeslim Cathechismus;
  • Hervormerschap in de Islam, en
  • Een antwoord op een serie kritieken van de Wachttoren op de H.Koran.

Gedurende veertien jaar lang was hij redacteur van het Djoema Akhbar blad, dat op elke vrijdag verscheen.

Vestiging in Nederland
Toen Maulana’s kinderen naar Nederland vertrokken, werden de eenzaamheid en het gemis hem en zijn vrouw ondraaglijk. Het besluit om de rest van hun leven bij de kinderen te zijn, resulteerde op 14 april 1974 in een verhuizing naar Nederland. Na aanvankelijk bij hun oudste zoon ingetrokken te zijn geweest, vonden Maulana en zijn echtgenote eigen woonruimte in Utrecht.

Reeds bij zijn aankomst in Utrecht werd hij door een groep moeslim jongeren gevraagd hen te begeleiden in godsdienstige zaken.

Hij moest het hoofdkwartier in Pakistan op de hoogte stellen van zijn voornemen. Een gesprek met Maulana Bashir, die reeds in Den Haag was gevestigd, om een samenwerkingsverband aan te gaan leverde niets op.

Na ongeveer zes maanden begon hij met zijn tabligh activiteiten. Voor deze activiteiten werd naar ruimte gezocht. Met veel moeite werd hier en daar wat ruimte in een school gevonden.

Maar het aantal moskee bezoekers werd zo groot, dat zelfs een aangekocht pand niet meer aan de behoefte kon voldoen.

Door de jaren heen werd onder Maulana’s leiding op diverse gebieden vooruitgang geboekt. In 1977 werd in Utrecht de Ahmadiyya Anjuman Isha At Islam opgericht. Een kerk werd aangekocht in Utrecht en omgebouwd tot een moskee, waarin alle diensten onder zijn leiding werden gehouden.

Bij het tienjarige bestaan van deze vereniging werd Maulana een oorkonde uitgereikt. Bij de Ahmadiyya Anjuman Isha At Islam te Utrecht hebben tien jongeren de basisopleiding van de Islamitische leer van hem genoten, en hun getuigschrift van hem in ontvangst mogen nemen.

In 1982 heeft hij de Ahmadiyya Federatie in Nederland opgericht, die momenteel onder leiding staat van de heer drs. J.Karamat Ali. In Nederland heeft hij veel lezingen gehouden op hogescholen en universiteiten (hierover zijn brochures uitgegeven).

Hij heeft op uitnodiging, in en buiten Nederland divers symposiums over de Islam bijgewoond. Onder andere ook van de Ahmadiyya Anjuman Isha At Islam in Yogya Karta (Indonesië), waar hij kennis heeft kunnen maken met de beroemde Maulana Soedewo (vertaler van de engelse Koran van Maulana Mohammed Ali, in het Nederlands) en nog met andere prominente leden van deze vereniging: onder andere de voorzitter van genoemde vereniging, de heer Dr. Ahmad Mohammed.

In zijn leven heeft hij twee wereldreizen gemaakt. Hij is in het bezit van meer dan twintig vol gestempelde paspoorten.

In 1994 heeft hij op uitnodiging van de Surinaamse Islamitische Vereniging in Suriname, het 65-jarig bestaan van deze vereniging bijgewoond. Als blijk van waardering voor zijn persoonlijke inzet en tevens ter bevordering en ontwikkeling van de Ahmadiyyat, zowel in Suriname, Nederland als daarbuiten, is hem door het bestuur van deze vereniging de hoge onderscheiding van Sitara – e Ahmadiyyat toegekend, en de bijbehorende versierselen opgespeld.

Hoewel hij reeds op zijn tachtigste jaar had besloten te stoppen met zijn carrière, heeft hij nog jaren daarna geregeld het Djoema-gebed en beide led-diensten en andere activiteiten geleid.

Hij is vader van elf kinderen (negen zonen en twee dochters), grootvader van vijfendertig kleinkinderen en overgrootvader van negen achterkleinkinderen.

Hij heeft op 29 januari 1999 – samen met zijn vrouw – zijn 60ste huwelijksdag mogen vieren.

Op 27 april 2001 is hij door M.M. Koningin Beatrix benoemd tot lid van de Orde van Oranje-Nassau.

Een woord van dank aan zijn echtgenoten Lailoenissa, die hem op de weg naar zijn doel steeds heeft ondersteund.

Hij is Allah – Tallah van harte dankbaar voor zijn hulp, zegeningen en genade, die hij gedurende zijn leven van Hem heeft mogen ontvangen.

Goda Hafiz.


Deze biografie is samengesteld op grond van aantekeningen van mijn vader Maulana Jaggoe, eigen aantekeningen en informatie van derden; onder anderen van mijn oom en tevens mijn leraar op de Surinaamse Rechtsschool, de heer Dr. J.P. Kaulesar Sukul M.A., die mij zowel de geschiedenis van mijn voorouders als de kwalificaties van mijn stiefopa (de heer Jahoer Mohammed) persoonlijk heeft omschreven.

R.R. Jaggoe (Edo) 

De Beloofde Messias

De heilige geschriften van hindoes, christenen en moslims verwijzen zowel naar een verdorven tijd als naar de komst van een grote hervormer, die de situatie met krachtige hand zal leiden. In de hindoese sjastra's wordt hij Nisjalank of Kalki Autar genoemd en in de heilige geschriften van de sikhs noemt men hem Mahdi Mir. De christenen noemen zijn komst de wederkomst van Christus en de moslims geven hem de naam Imaam Mahdi en Beloofde Messias.
.
Deze profetie is in vervulling gegaan in de persoon van Mirza Ghulam Ahmad. Bezoek ons bibliotheek en lees de boeken en artikelen met uitleg over de komst van de                                                                                   beloofde messias welke verwacht wordt in alle Religiën.