Lahore Ahmadiyya Beweging

Welkom op de website van AAIIA dat onderdeel uitmaakt van de wereldwijde Lahore Ahmadiyya Beweging. De doelstelling van deze beweging is om de religie van de islam in zijn oorspronkelijke, zuivere vorm aan de wereld te presenteren en om de ware islamitische geest bij de moslims zelf te doen herleven. Zij tracht deze doelstellingen te verwezenlijken door rationele argumenten, morele verheffing en door zichzelf als voorbeeld te stellen, terwijl men respect en verdraagzaamheid toont voor de gedachten van anderen. 

Zij presenteert de islam als de liberale, rationele, tolerante, niet-ritualistische en levende godsdienst, die door de Heilige Qoer'aan wordt onderwezen en in praktijk werd gebracht door de heilige profeet Mohammed, vrede en de zegeningen van Allah zij met hem. 

Ahmadiyya Beweging 
Er gaan veel verhalen rond over de Ahmadiyya Beweging en zijn stichter, Mirza Ghulam Ahmad. Wat klopt er van deze verhalen? Waar staat de Ahmadiyya Beweging echt voor? Wat is het verschil tussen de Lahore en de Qadianie groepering binnnen de Ahmadiyya Beweging? Blader door het menu 'Ahmadiyya' en lees waar de beweging daadwerkelijk voor staat. Zie de menubalk bovenaan de website.

Mediatheek
Bezoek onze mediatheek en verrijk uzelf met waardevolle kennis in de vorm van boeken, artikelen en documentaires.  Deze geven over het algemeen inzicht in de diepere betekenis van de religie van de Islam. Of lees de Koran met voetnoten en uitleg.

Feedback
Mocht u een woord aan het bestuur of de webmaster willen richten dan kunt u gebruik maken van het contactformulier. Wij kijken uit naar uw feedback.

Eid-ul-Adha Dinsdag 21 augustus 2018

Beste leden en  sympathisanten van de AAIIA,
.
Hierbij nodigen wij U uit voor de Eid-ul-Adha namaaz op dinsdag 21 augustus 2018. De namaaz begint om 10:00 uur. Wij verzoeken u om op tijd aanwezig te zijn om uw Zakat en/of Gairat te voldoen, zodat wij  op tijd met de namaaz kunnen beginnen. Wij stellen het zeer op prijs als u siernie meeneemt.

Allah zegt in de Heilige Koran: "O jullie die geloven, wanneer de oproep klinkt voor het gebed op vrijdag, haast jullie dan Allah te gedenken en stop met zaken doen. Dat is beter voor jullie, als jullie dit weten. (Surah Al- Djoemah hfdst. 62 vers 9.)
 

Wij lezen ook iedere vrijdag het djoema gebed in onze moskee van 14:00 tot 15:00 uur. Vaak hoort daar ook een interessante lezing van onze imam bij. U bent van harte welom.

Wassalaam,

Namens het bestuur,

De voorzitter,
Rafi Kalloe

Islam biedt een oplossing voor grote wereldproblemen

De islam verdient de aandacht van iedere denker, niet alleen omdat hij de meest beschaafde en de grootste geestelijke macht ter wereld is, maar ook omdat hij een oplossing voor de allergrootste problemen biedt, waarmee de mensheid zich tegenwoordig geconfronteerd ziet.

Het materialisme dat in moderne tijden het ideaal van de mensheid is geworden, kan nooit leiden tot vrede en onderling vertrouwen onder de volkeren van de wereld. Het is andere religiën niet gelukt om het rassen- en kleurvooroordeel weg te nemen. De islam is de enige macht die er al in geslaagd is die verschillen teniet te doen en alleen door de islam kan dit grote probleem van de moderne wereld worden opgelost. De islam is een internationale godsdienst en slechts voor het grootse internationale ideaal van de islam, het ideaal van de gelijkheid en eenheid van het menselijke ras, kan de vloek van het nationalisme, dat voor de beroeringen van de oude en moderne wereld aansprakelijk was en is, worden weggevaagd.

Maar zelfs binnen de grenzen van een volk of land kan er geen vrede zijn, zolang er geen goede oplossing wordt gevonden voor de grote problemen met betrekking tot het vermogen en de sekse. Europa is wat betreft het vermogensprobleem, tot beide uitersten vervallen: tot het kapitalisme en het Bolsjewisme. De neiging bestaat om het vermogen van de grote kapitalisten samen te trekken en daardoor de luie en de ijverige op één hoogte te brengen. De islam biedt de juiste oplossing door de arbeider het loon voor zijn arbeid te verzekeren, groot of klein, al naar gelang de innerlijke waarde van het werk en ook door de arme een aandeel in het vermogen van de rijke toe te kennen. Terwijl de eigendomsrechten volledig gehandhaafd worden, wordt er dus een regeling getroffen die leidt tot een nivellering, door een deel van het vermogen van de rijken te nemen en het onder de armen uit te delen, volgens het beginsel van de zakaat en ook door een min of meer gelijke verdeling van eigendom onder erfgenamen na de dood van de  eigenaar. Dat stelt H.A.R. Gibb vóór het slot van Whither Islam:

“In de westelijke wereld bewaart de islam nog altijd het evenwicht tussen overdreven tegenstellingen. Aangezien hij evenzeer tegen de anarchie van het Europese nationalisme als tegen de organisatie van het Russische communisme is, is hij nog niet bezweken voor die kwelling van de economische kant van het leven, welke kenmerkend is zowel voor tegenwoordig Europa als voor tegenwoordig Rusland. Zijn sociale zedenleer is bewonderenswaardig opgesomd door prof.
Massignon:

‘De islam heeft de verdienste, de gelijkheidsgedachte voor te staan, dat iedere burger een tiende tot de geldmiddelen van de gemeenschap bijdraagt; hij staat vijandig tegenover onbeperkte wisseling, tegenover bankkapitaal, staatsleningen, indirecte belastingen op noodzakelijke voorwerpen, maar houdt zich aan de rechten van de vader en de echtgenoot, aan het privaatbezit en aan handelskapitaal’. Ook hier houdt hij het midden tussen de leer van het bourgeois-kapitalisme en het Bolsjewistisch communisme”
(pagina’s 378-379).

Hetzelfde geldt voor het seksuele vraagstuk: de oplossing die de islam biedt, is de enige waarborg voor een definitieve vrede binnen het gezin. Er is geen sprake van de vrije liefde die alle banden van de sociale verhoudingen losmaakt. Noch is er sprake van een onbreekbare band tussen man en vrouw, die menig huis in een ware hel verandert. En door deze en honderd andere vraagstukken op te lossen, kan de islam, zoals alleen zijn naam al aanduidt, het menselijke ras ware vrede brengen.

Bovenstaande stuk tekst is afkomstig uit het boek ´De Religie van de Islam´ van Maulana Muhammad Ali. Het boek is online beschikbaar in onze bibliotheek.

Eid Milan 2018

Zondag 24 juni zal de Eid Milan plaatsvinden in Den Haag. U en uw familie zijn van harte uitgenodigd om samen met de andere djamaat-leden de afsluiting van de maand Ramadan te vieren. Bekijk de flyer voor meer informatie. 

De Beloofde Messias

De heilige geschriften van hindoes, christenen en moslims verwijzen zowel naar een verdorven tijd als naar de komst van een grote hervormer, die de situatie met krachtige hand zal leiden. In de hindoese sjastra's wordt hij Nisjalank of Kalki Autar genoemd en in de heilige geschriften van de sikhs noemt men hem Mahdi Mir. De christenen noemen zijn komst de wederkomst van Christus en de moslims geven hem de naam Imaam Mahdi en Beloofde Messias.
.
Deze profetie is in vervulling gegaan in de persoon van Mirza Ghulam Ahmad. Bezoek onze bibliotheek en lees de boeken en artikelen met uitleg over de komst van de beloofde messias welke verwacht wordt in alle Religiën. 

Eid-Ul-Fitre Vrijdag 15 Juni

Beste leden,
.
Het bestuur nodigt u en uw familieleden uit om het einde van de maand Ramadan te vieren. Vrijdag 15 Juni is het EID-UL FITRE. U bent welkom in de moskee van de AAIIA  aan het Oeverpad 300, 1068PJ in Amsterdam. De zaal is open van 9:00 tot 14:00 uur. De namaaz begint om 10:00 uur.
.
Wij hopen u op deze dag te mogen begroeten.

.
Namens het bestuur,
.

Rafi Kalloe
Voorzitter AAIIA

Lailatoel Qadr – Nacht van de grootsheid

In de nacht van zondag 10 juni op zondag 11 juni 2018 wordt de 'Nacht van de grootsheid' oftewel 'Lailatoe-l-Qadr' herdacht. Lailatoe-l-Qadr staat algemeen bekend als een van de oneven nachten van de laatste tien nachten van Ramadaan, waarin de Heilige Koran werd geopenbaard. Maar het heeft een diepere betekenis, omdat het betrekking heeft op de periode van het profeetschap van de Profeet Mohammed (vzmh) toen de Heilige Koran werd geopenbaard. Deze periode wordt nacht genoemd, omdat in die tijd de hele wereld gehuld was in duisternis, misleiding en ongeloof. Het wordt ook Al-Qadr (De Grootsheid) genoemd omdat de Heilige Koran, dat bijzondere hemelse boek van leiding, tot de mens werd gezonden, en de Profeet Mohammed (vzmh), die een onvergelijkbare gids is, op die nacht aangesteld werd.
.

Lees verder »

Het Islamitische vasten

De instelling van het vasten of saum – het zich onthouden van spijs en drank en sexuele gemeenschap, etc. van zonsopgang tot zonsondergang – kwam in de Islam na die van het gebed. Eerst in Medina, in het tweede jaar na de uittocht van de heilige profeet Mohammed, werd het vasten verplicht gesteld en de maand ramadan voor dit doel afgezonderd. Daarvóór placht de Heilige Profeet als een vrijwillige devotie op de 10e van de maand moharram te vasten en hij beval ook zijn volgelingen op die dag te vasten. Die dag was ook voor de Qoereisjieten, de stam waaruit de Heilige Profeet afkomstig was, een vastendag. De oorsprong van het vasten in de Islam kan dus nagespoord worden tot de tijd, toen de Heilige Profeet nog in Mekka was.

Het vasten is een universele instelling
In de Heilige Qoer'aan wordt het onderwerp vasten slechts op één plaats behandeld, namelijk in paragraaf 23 van het tweede hoofdstuk. Bij andere gelegenheden wordt ook melding gemaakt van het vasten ter vergoeding of fidiya in bepaalde gevallen.

Deze paragraaf 23 van hoofdstuk 2 van de Heilige Qoer'aan begint met de opmerking, dat de instelling van het vasten een universele instelling is:

O gelovigen! Het vasten is u voorgeschreven, zoals het degenen vóór u werd voorgeschreven, zodat u tegen het kwaad zult hoeden.(HQ 2:183)

De waarheid van de hier gegeven verklaring, dat het vasten 'degenen vóór u werd voorgeschreven', wordt door de godsdienstgeschiedenis bevestigd. Het gebruik van het vasten is in alle hogere, geopenbaarde godsdiensten nagenoeg algemeen erkend, hoewel er niet in alle dezelfde nadruk op wordt gelegd en de vormen en motieven verschillen. In de Encyclopedia Britannica staat: "De wijzen en motieven daarvan verschillen aanmerkelijk, overeenkomstig de streek, het ras, de beschaving en andere omstandigheden. Het zou echter moeilijk zijn enig godsdienststelsel te noemen, waarin het (t.w. het vasten) helemaal niet erkend wordt". De leer van Confucius is volgens de schrijver in de Encyclopedia Britannica de enige uitzondering.

Het tegenwoordige Christendom moge niet veel waarde aan dit soort van godsdienstplichten hechten, maar de Stichter van het Christendom vastte niet alleen zelf voor veertig dagen en nam als een waar jood het vasten op de Verzoendag in acht, maar beval ook zijn discipelen te vasten:

En wanneer gij vast, toont geen droevig gezicht gelijk de geveinsden; … Maar gij, als gij vast, zalft uw hoofd, en wast uw aangezicht (Mattheüs 6:16,17).

Het schijnt, dat zijn discipelen wel vastten, maar niet zo dikwijls als de discipelen van Johannes de Doper. Toen hem daaromtrent gevraagd werd, antwoordde hij, dat zij veelvuldiger zouden vasten, als hij weggenomen zou zijn (Lukas 5:33-35). Van de eerste christenen wordt vermeld, dat zij vastten (Handelingen 13:2-3; 14:23). Ook Paulus vastte (II Korintiërs 6:5; 11:27).

Nieuwe betekenis van het vasten
Dat men bij alle volkeren 'in dagen van rouw, smart en ongeluk' vastte, wordt door de feiten bevestigd. Onder de joden in het algemeen werd het vasten in acht genomen als een teken van droefheid of rouw. Zo wordt er van David melding gemaakt, dat hij voor zeven dagen vastte gedurende de ziekte van zijn jonge zoon (II Samuël 12:16-18). En als een teken van rouw wordt het vasten vermeld in I Samuël 31:13 en elders.

Behalve de Verzoendag, die door de Mozaïsche wet als een vastendag voorgeschreven werd – de mensen moesten hun zielen 'kastijden', terwijl de priesters de verzoening deden om hen van hun zonden te reinigen – kwamen na de Ballingschap verschillende andere vastendagen in zwang 'ter droevige herdenking van de verschillende droevige gebeurtenissen, die op de val van het koninkrijk Juda waren uitgelopen'. Vier van deze werden vaste vastendagen, 'die het begin van het beleg van Jeruzalem, de verovering van de stad, de verwoesting van de tempel en de moord op Gedàlia herdachten'(Encyclopedia Britannica).

Het was dus in het algemeen een zekere leed of droevige gebeurtenis, welker gedachtenis door vasten werd bewaard. Het vasten van Mozes gedurende veertig dagen – welk voorbeeld later door Jezus Christus gevolgd werd – schijnt de enige uitzondering te zijn. En het vasten werd in dit geval in acht genomen bij wijze van voorbereiding tot het ontvangen van een openbaring.

Het Christendom leidde geen nieuwe betekenis in het vasten in. De woorden van Christus, dat zijn discipelen veelvuldiger zouden vasten, wanneer hij uit hun midden zou zijn weggenomen, staaft slechts het joodse begrip van het vasten, zoals het in verband staat met nationale droefenis of rouw.

De gedachte die aan dit vrijwillige lijden, in de vorm van vasten in dagen van rouw en ongeluk, ten grondslag ligt, schijnt geweest te zijn een vertoornde Godheid te verzoenen en erbarming in Hem op te wekken. Hieruit schijnt zich gaandeweg het denkbeeld te hebben ontwikkeld, dat het vasten een boetedoening was, aangezien een leed of een ramp toe te schrijven zou zijn aan zonde. Zo werd het vasten een zichtbare uitdrukking van de door berouw teweeggebrachte verandering in het hart.

Eerst in de Islam kreeg het gebruik een hoog ontwikkelde betekenis. Hij verwierp het denkbeeld van het tot bedaren brengen van de Goddelijke toorn of het opwekken van Goddelijke erbarming door vrijwillig te lijden volledig en introduceerde in plaats daarvan een geregeld en onafgebroken vasten, ongeacht de toestand waarin de individu of het volk verkeerde; evenals het gebed als een middel tot ontwikkeling der innerlijke vermogens van de mens.

Hoewel de Heilige Qoer'aan melding maakt van het vasten tot zoen of ter vergoeding in bepaalde gevallen van schending van de Goddelijke Wet, zijn deze toch heel anders dan het verplichte vasten in de maand ramadan en worden ze slechts vermeld als een liefdadigheid te vervangen, zoals het spijzigen van de armen of het vrijlaten van een slaaf.

Het vasten als een instelling wordt hier tot een geestelijke, zedelijke en lichamelijke discipline van de hoogste rang gemaakt. Dit wordt duidelijk aangetoond, zowel door de verandering van de vorm als van het motief. Door de instelling permanent te maken, wordt alle gedachte aan leed, ongeluk en zonde daarvan afgescheiden, terwijl zijn wezenlijke doel duidelijk wordt aangetoond, nl. 'opdat u lieden u zult hoeden (tattaqoen)'. Het woord ittiqa, waarvan tattaqoen is afgeleid, betekent: het beschermen van een ding tegen hetgeen het (d.w.z. dat ding) kwaad doet of benadeelt, of het beschermen van zichzelf tegen datgene, voor welker kwade gevolgen gevreesd kan worden. Maar afgezien hiervan is het woord in de Heilige Qoer'aan veelvuldig gebezigd in de zin van plichtsvervulling.

Een moettaqi is volgens de Heilige Qoer'aan een persoon, die het hoogste stadium der geestelijke ontwikkeling heeft bereikt. En daar het doel van het vasten is een moettaqi te worden, ligt de gevolgtrekking voor de hand, dat de Heilige Qoer'aan het vasten beveelt met het doel, de mens tot het hoogste geestelijke stadium te doen komen.

Een geestelijke discipline
Het vasten is volgens de Islam in de allereerste plaats een geestelijke discipline. Op twee plaatsen in de Heilige Qoer'aan worden degenen die vasten, sa'ih of geestelijke reizigers genoemd. Volgens de lexicoloog Al-Raghib wordt een persoon een sa'ih genoemd, wanneer hij zich niet alleen van spijs en drank onthoudt, maar ook van alle soorten van kwaad.

Als de Heilige Qoer'aan over de maand ramadan spreekt, maakt hij bepaaldelijk melding van het nabij zijn tot God, alsof het een doel van het vasten was, en voegt daaraan toe: Derhalve behoren zij aan Mijn roep gehoor te geven (door te vasten) en in Mij te geloven, zodat zij de rechte weg (naar Mij) zullen bewandelen. Ook in de hadies wordt bijzondere nadruk gelegd op het feit, dat het zoeken van Gods welbehagen het uiteindelijke doel van het vasten moet zijn: 'Een ieder die gedurende (de maand) ramadan vast, in Mij gelovende en Mijn welbehagen zoekende'. 'Allah's Gezant – moge vrede en Gods zegeningen op hem rusten – zei: het vasten is een schild; dat hij (d.w.z. de vastende) zich dus niet overgeve aan vuile taal… en waarlijk, de adem van een vastende is Allah aangenamer dan de geur van muskus; hij onthoudt zich van spijs en drank en andere begeerten om Mijn welbehagen te zoeken: het vasten is voor Mij alleen' (Bocharie 30:2).

Geen verleiding is groter dan de verleiding om honger te stillen en dorst te lessen, als men eten en drinken heeft. Toch wordt deze verleiding overwonnen, niet een- of tweemaal, als ware het bij toeval, maar geregeld, ieder dag weer, gedurende een hele maand, met het bepaalde doel om nader en nader tot het Goddelijke Wezen te komen.

Iemand kan in staat zijn om het beste eten te gebruiken, maar hij verkiest hongerig te blijven. Hij heeft de koele drank en toch versmacht hij van dorst. Hij raakt spijs noch drank aan, eenvoudig omdat hij denkt dat het op Gods bevel is, dat hij het niet moet doen. Er is in de verborgen hoeken van zijn huis niemand die hem ziet, als hij een glas heerlijke drank in zijn droge en brandende keel giet, toch heeft zich in hem het bewustzijn van het nabij zijn tot God dermate ontwikkeld, dat hij geen druppel daarvan op zijn tong brengt. Telkens als hij weer in verzoeking wordt gebracht, overwint hij haar, omdat er juist op het kritieke ogenblik een innerlijke stem spreekt: 'God is met mij', 'God ziet mij'.

Geen devotie, hoe innig ook, kan vanzelf zo'n bewustzijn van het nabij-zijn-tot-God en van zijn alomtegenwoordigheid ontwikkelen, als het vasten dag aan dag gedurende een hele maand. De Goddelijke tegenwoordigheid, die voor anderen een kwestie van geloof moge zijn, wordt voor hem een werkelijkheid, en dit wordt mogelijk gemaakt door de geestelijke discipline, die aan het vasten ten grondslag ligt. Een nieuw bewustzijn van een hoger leven, een leven boven datgene wat door spijs en drank in stand gehouden wordt, is in hem ontwaakt. En dit is het geestelijke leven.

Een zedelijke discipline
Aan het vasten ligt ook een zedelijke discipline ten grondslag, want het is een oefenschool, waar de mens de grootste zedenles van zijn leven krijgt – de les, dat hij eerder bereid moet zijn om de zwaarste ontbering te doorstaan en de scherpste bezoeking te verduren, dan toe te geven aan hetgeen hem niet veroorloofd is. Die les wordt van dag tot dag een maand lang herhaald en zoals lichaamsoefening de mens lichamelijk sterk maakt, zo versterkt ook zedelijke oefening door vasten – de werkzaamheid waardoor men zichzelf oefent in het opzettelijk ontberen van alles wat niet geoorloofd is – de zedelijke kant van zijn leven. De gedachte dat alles wat onwettig is, vermeden en het kwaad verafschuwd moet worden, wordt zo door het vasten ontwikkeld.

Een andere zijde van de zedelijke ontwikkeling van de mens door dit middel is, dat hem op die wijze geleerd wordt zijn aardse lusten te overwinnen. Hij gebruikt zijn eten met geregelde tussenpozen en dat is ongetwijfeld een wenselijke leefregel, maar het vasten gedurende één maand in het jaar leert hem de hogere les, dat hij in plaats van een slaaf van zijn lusten en begeerten te zijn, haar meester moet zijn, aangezien hij zijn levenswijze kan veranderen, indien hij het wil. De persoon die zijn begeerten kan beheersen, haar kan laten werken zoals hij wil en in wie de wilskracht zo hoog ontwikkeld is, dat hij zichzelf meester is, heeft ware zedelijke grootheid bereikt.

Sociale waarde van het vasten
Behalve zijn geestelijke en zedelijke waarde heeft het vasten, zoals het in de Heilige Qoer'aan is voorgeschreven, ook zijn sociale waarde, doeltreffender dan die welke door het gebed wordt verwezenlijkt.

De bewoners van een en dezelfde buurt, rijk en arm, hoog en laag, worden vijfmaal per dag in de moskee verenigd op voet van volkomen gelijkheid. Op deze wijze wordt door het gebed gezonde sociale verhoudingen geschapen. Maar de verschijning van de maan in de maand ramadan is een sein tot een reusachtige beweging, die zich niet tot één buurt of zelfs tot één land bepaalt, maar op de gehele moslimse wereld inwerkt.

De rijken en de armen mogen in de moskee schouder aan schouder in een rij staan, maar thuis leven zij in een verschillende omgeving. De rijken zitten aan tafel, beladen met lekkernijen en hiermee overladen zij hun maag vier-, ja zelfs zesmaal per dag, terwijl de armen niet genoeg kunnen vinden om hun honger slechts tweemaal per dag te stillen. De laatsten voelen vaak de nijpingen van de honger, die de eersten totaal vreemd zijn. Hoe kan de een voor de ander voelen en deelneming met hem gevoelen? Er is in hun huizen een grote sociale slagboom tussen de twee klassen en deze slagboom wordt alleen uit de weg geruimd, wanneer ook de rijken de nijpingen van de honger hebben te voelen – zoals hun armere broeders – , en voor een dag niets te eten krijgen en deze ondervinding hebben op te doen niet gedurende een dag of twee, maar gedurende een hele maand. De rijken en de armen over de gehele wereld worden op die wijze op dezelfde hoogte gebracht, aangezien het hun beiden slechts vergund is per dag twee maaltijden te gebruiken. En al mogen de maaltijden niet precies dezelfde zijn, toch moeten de rijken hun spijslijst wel bekorten en een eenvoudiger spijs gebruiken. Zo komen zij hun arme broeders meer nabij. De gedragslijn wekt in de harten der rijken ongetwijfeld medegevoel met de armen op en om deze reden wordt er bepaaldelijk voorgeschreven in de maand ramadan de armen te ondersteunen.

Fysieke waarde van het vasten
Het moge wel paradoxaal klinken, maar het zich met geregelde tussenpozen onthouden van spijzen verhoogt slechts de eetlust. De rust, die aan de spijsverteringsorganen gedurende een volle maand gegeven wordt, geeft ze slechts meer kracht – zoals braakland door de rust produktiever wordt – daar alle organen van het lichaam zo gemaakt zijn, dat rust hun arbeidsvermogen slechts versterkt. En hoe beter het vermogen der spijsverteringsorganen is, des te gezonder is de lichamelijke groei van de mens.

Het vasten heeft echter nog een andere belangrijke fysieke waarde. Van iemand, die de moeilijkheden van het leven niet onder ogen kan zien, die niet in staat is om af en toe zonder zijn dagelijkse geriefelijkheden te leven, kan men niet zeggen, dat hij zelfs lichamelijk geschikt is om op deze aarde te leven. Zodra zo iemand in moeilijkheden of nood geraakt, zoals dat wel vaker het geval zal zijn, begeven zijn krachten hem licht. Het vasten went hem eraan, de moeilijkheden van het leven onder ogen te zien, daar het op zichzelf een praktische les tot dat doel is en zijn weerstandsvermogen versterkt.