Belang van het geloof in het hiernamaals

De Heilige Koran kent aan het geloof in het leven na de dood een waarde toe, dat onmiddellijk onder dat van het geloof in God alleen valt. Alle artikelen van het geloof worden heel vaak samengevat als gelijk te staan met geloof in God en het leven na de dood:  

“En er zijn mensen, die zeggen: Wij geloven in Allah en in de jongste dag; – en zij zijn helemaal geen gelovigen” (H.K.2:8); 
“Al wie in Allah en de jongste dag gelooft en goed doet – zij zullen hun beloning van hun Heer hebben” (H.K.2:62). 

 Het openingshoofdstuk van de Heilige Koran, de Fatiha, wordt niet alleen als de kwintessens van de Heilige Koran beschouwd, maar is inderdaad ook het hoofdstuk dat de grootste rol speelt bij het scheppen van een echte islamitische geestesgesteldheid, want de moslim moet het iedere dag in zijn vijf dagelijkse gebeden meer dan dertig keer reciteren. Er wordt in dat hoofdstuk over God gesproken als “Meester van de Dag van de Vergelding” en zo wordt de moslim voortdurend aan de gedachte herinnerd, dat elke daad vergolden zal worden. Deze voortdurende herhaling van de gedachte aan een vergelding van daden prent de geest ongetwijfeld de realiteit in van een leven na de dood, wanneer elke daad haar volle beloning zal vinden. De reden, waarom aan een leven na de dood zo'n grote waarde wordt toegekend, is duidelijk. Hoe groter het geloof aan de goede of slechte gevolgen van een daad is, des te groter wordt de prikkel die de mens tot die daad opwekt of er van weerhoudt. Nu betekent geloof in een leven na de dood, dat elke daad, hoe heimelijk ze ook verricht wordt, vruchten moet afwerpen met als gevolg dat dit geloof zowel de grootste prikkel tot goede en edele daden, als de grootste beteugeling van slechte of onverantwoordelijke daden is. Door een geloof in een leven na de dood wordt dus een diep bewustzijn van de gevolgen van een daad in het leven geroepen, gevolgen die zelfs na de dood moeten komen. Maar meer dan dat zuivert zulk een geloof de motieven, waaruit een daad wordt verricht. Het doet de mens uit het meest onbaatzuchtige motief werken, want hij zoekt geen beloning voor wat hij doet. Hij werkt voor hogere en edelere doeleinden met betrekking tot het leven aan de andere zijde van het graf.

Verband tussen beide levens

De Heilige Koran spreekt over het leven na de dood, als een nieuwe wereld van vooruitgang dat voor de mens wordt geopend, waarbij die van dit leven in het niet verdwijnt, maar toont ook aan dat de grondslag van dat leven wordt gelegd in dit leven van ons op aarde. Het leven in het hiernamaals is geen mysterie aan de andere zijde van het graf; het begint in dit leven. Reeds hier begint voor de goeden het hemelse leven en voor de slechten een leven in de hel, hoewel de beperkingen van dit leven niet gedogen, dat de meeste zich dat andere leven realiseren: “Voorzeker waart gij daaromtrent achteloos, maar nu hebben Wij uw sluier van u afgenomen,  derhalve is uw gezicht heden scherp” (H.K. 50:22). Dit toont aan, dat het  geestelijke leven, dat hier ten gevolge van de stoffelijke beperkingen voor  het menselijk oog verborgen is, bij de Opstanding duidelijk zal worden. Want de menselijke waarneming zal dan helderder zijn, omdat de sluier van stoffelijke beperkingen verwijderd zal zijn. De Heilige Koran spreekt duidelijk van twee paradijzen voor de rechtschapenen en twee kastijdingen voor de slechten en op even duidelijke wijze van een hemelse leven en een leven in de hel, elk hier op aarde beginnende:

– “En voor hem, die vreest voor zijn Heer te staan, zijn twee tuinen” (H.K. 55:46).

– “O ziel, die in rust is! keer tot uw Heer terug, tevreden met Hem, Hem welgevallig; treedt derhalve onder Mijn dienaren binnen en treedt Mijn Paradijs binnen” (H.K. 89:27,30).

– “Neen! Indien u met een zekere kennis geweten had, zou u zekerlijk de hel hebben gezien” (H.K. 102:5, 6).

– “Het is het vuur, dat door Allah is ontstoken, dat boven de harten opstijgt” (H.K. 104:6, 7).

– “En wie in dit leven blind is, zal in het hiernamaals ook blind zijn” (H.K. 17:72).

– “Zulks is de kastijding en de kastijding van het hiernamaals is zeker groter, wisten zij het maar!” (H.K. 68:33). 

Bovenstaande stuk tekst is afkomstig uit het boek ´De Religie van de Islam´ van Maulana Muhammad Ali. Het boek is online beschikbaar in onze bibliotheek.